Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

De achterkant van de energietransitie

Elektrisch rijden, windenergie en groene waterstof moeten ons minder afhankelijk maken van fossiele brandstoffen. Maar de grondstoffen daarvoor komen vaak uit landen waar mijnbouw en productie gepaard gaan met milieuschade, lage lonen en slechte arbeidsomstandigheden. Volgens Frans A. van der Loo is het daarom tijd om ook naar de achterkant van de energietransitie te kijken: wat hebben landen in het Mondiale Zuiden eigenlijk aan onze verduurzaming?

1 September 2026

Dit artikel is een publicatie uit de septembereditie (2026) van PONT, vakblad energie en duurzaamheid. Schrijf je hier gratis in voor het digitale vakblad.

Onze energietransitie raakt op stoom. Goed, er moeten nog wat knelpunten opgelost worden, zoals netcongestie en wijken-van-het-gas-af. Maar zon en wind leveren al meer dan de helft van onze stroom en warmtepompen zijn niet genoeg aan te slepen. Het wordt nu tijd om ook wat te doen aan de ‘achterkant’ van onze energietransitie.

Want straks zoeven we misschien allemaal in onze elektrische auto’s, draaien windmolens op de Noordzee voor onze stroom en werkt onze industrie op waterstof, maar dan moeten we ons wel realiseren dat we daarvoor kobalt voor batterijen, zeldzame metalen voor de windturbinemagneten en waterstof voor de industrie uit landen van het Mondiale Zuiden betrekken. En dat gaat vaak niet goed en niet duurzaam. Mijnbouw en verwerking gaat gepaard met milieuproblemen, slechte arbeidsomstandigheden, lage lonen en schending van mensenrechten. Van de prijs van een elektrische auto komt maar een zeer klein deel ten goede aan het grondstof-land.

Dat moet anders. En wel via een ‘gelijkwaardig partnerschap’, zo staat het in de nationale Afrikastrategie en zelfs in het huidige regeerakkoord. Dat gaat ook onze hernieuwbare energiesector aan, want wind en zon gebruiken ook grondstoffen en kritische materialen. Sterker nog, de sector heeft zelf al het IMVO-Convenant voor Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen onderschreven, dat in SER-verband opgesteld is.

Wat te doen? Let op wederzijdse belangen. Ten eerste geldt dat bij energie- en waterstofprojecten. Dus hernieuwbare energiesector, zorg dat projecten in het mondiale Zuiden duurzaam en eerlijk verlopen. Neem het IMVO-convenant serieus en zorg dat de productketen transparant is en dat er zorgvuldig gewerkt wordt, met eerlijke lonen. En zorg dat projecten niet alleen op export gericht zijn maar ook op lokale ontwikkeling. Laat bijvoorbeeld bij een groen waterstofproject het zonnepark niet alleen de waterstof voor export produceren, maar ook groene stroom voor de regio.

Ten tweede zijn de wederzijdse belangen ook verschillend. Prioriteit voor Europa zijn grondstoffen en groene waterstof, voor Afrika duurzame energie voor iedereen (‘energy access’) en groene industrialisering. Dus, zeg maar, als Afrika ons grondstoffen levert, werken wij mee aan energy access. Een mooie gezamenlijke agenda.

Rond energy access is bijvoorbeeld het Mission300 initiatief van Wereldbank en Afrikaanse Ontwikkelingsbank van start gegaan. Dit initiatief beoogt 300 miljoen van de 600 miljoen mensen vóór 2030 van duurzame energie te voorzien. Grote programma’s voor decentrale duurzame energie zijn inmiddels van start gegaan. ASCENT in Oost- en Zuid-Afrika, DARES in West en Centraal-Afrika. Reeds hebben dertig landen een concreet nationaal energieplan, een Energy Compact, afgesloten. Allerlei financiële instrumenten zijn voorhanden om bedrijven en private investeringen te mobiliseren.

Dus Hernieuwbare sector, een niet te missen kans, zet je kwaliteiten in en maak Mission300 tot een succes. Zo maken we onze energietransitie ook mondiaal gelijkwaardig en klimaatrechtvaardig!

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.