In deze eerste integrale beleidsagenda, die gebaseerd is op het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) en het ontwerp-klimaatplan, geeft het kabinet een overzicht van de acties die in gang zijn gezet om de in het NPE en het ontwerp-klimaatplan geschetste ontwikkelingen mogelijk te maken.
De beleidsagenda 2025 van het ministerie van KGG geeft een integraal overzicht van het Nederlandse klimaat- en energiebeleid richting 2050. De agenda is gebaseerd op het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) en het ontwerp-Klimaatplan en beschrijft welke maatregelen, wetgeving en investeringen nodig zijn om Nederland klimaatneutraal te maken.
De nadruk ligt op uitvoering: veel beleid bestaat al, maar moet sneller en beter worden uitgevoerd vanwege knelpunten zoals netcongestie, lange vergunningprocedures, personeelstekorten en beperkte ruimte.
De agenda behandelt vrijwel alle sectoren van de energietransitie. Voor de elektriciteitssector zet het kabinet in op een CO₂-vrij elektriciteitssysteem in 2035, uitbreiding van hernieuwbare energie en kernenergie, en meer opslag en flexibiliteit in het energiesysteem. In de gebouwde omgeving ligt de focus op warmtepompen, warmtenetten, energiebesparing en de implementatie van strengere Europese regels voor gebouwen (EPBD IV). Ook wordt gewerkt aan de Wet collectieve warmte (Wcw) en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw).
Voor de industrie richt het beleid zich op verduurzaming via waterstof, CO₂-opslag (zoals het Aramis-project), elektrificatie en circulaire economie. Daarnaast wil het kabinet private investeringen stimuleren en de waterstofinfrastructuur uitbreiden. In de landbouw staan emissiereductie, verduurzaming van glastuinbouw, mestbeleid en natuurherstel centraal. Ook mobiliteit krijgt veel aandacht, onder meer via elektrificatie van vervoer, duurzame brandstoffen en nieuwe regels voor vrachtwagens en luchtvaart.
Een belangrijk onderdeel van de beleidsagenda gaat over “energie en ruimte”. Het kabinet werkt aan het Programma Energiehoofdstructuur (PEH II), waarmee ruimtelijke keuzes voor energie-infrastructuur worden vastgelegd. Daarnaast wordt gekeken hoe de Omgevingswet en Energiewet beter op elkaar kunnen aansluiten en hoe ruimtelijke sturing kan helpen om netcongestie en hoge systeemkosten te beperken.
De beleidsagenda is relevant voor gemeenten, provincies en omgevingsdiensten die werken aan de ruimtelijke inpassing van de energietransitie. Denk aan beleidsadviseurs energietransitie, strategisch adviseurs energiesystemen, vergunningverleners, projectmanagers en medewerkers die werken aan netcongestie, warmteprogramma’s of energiehubs. Voor gemeenten zijn vooral de Wgiw, warmtenetten, netcongestie, ruimtelijke sturing en het PEH belangrijk.
Voor het bedrijfsleven is de agenda relevant voor netbeheerders, energiebedrijven, warmtebedrijven, projectontwikkelaars, industrieclusters, logistieke bedrijven en partijen die actief zijn in waterstof, opslag, CCS, duurzame mobiliteit en circulaire economie. Ook adviesbureaus, stedenbouwkundigen en landschapsontwerpers krijgen met deze beleidsontwikkelingen te maken doordat energie-infrastructuur steeds meer invloed heeft op de inrichting van de fysieke leefomgeving.

Tijdens deze leergang gaan de deelnemers met collega’s uit verschillende afdelingen en disciplines van de gemeente het klimaatadaptatie vraagstuk bekijken. Onder begeleiding van docenten Floris Boogaard of Cees-Anton van den Dool, beiden expert op het gebied van klimaatadaptatie, komen de deelnemers gezamenlijk tot een multifunctionele, groenblauwe aanpak voor klimaatadaptatie voor hun gemeente.