Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

Kamerbrief over uitvoering motie Thijssen over Urgendavonnis en langetermijn-klimaatbeleid

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius (EZK - Klimaat en Energie) informeert de Tweede Kamer over de uitvoering van motie Thijssen, over de resterende opgave voor 2021 en welke aanvullende maatregelen mogelijk zijn voor de uitvoering van het Urgenda-vonnis, passend binnen het langetermijn-klimaatbeleid van 2030 en 2050.

27 June 2021

Kamerstuk: kamerbrief

Kamerstuk: kamerbrief

Geachte Voorzitter,

Hierbij informeer ik u over de uitvoering van de motie Thijssen die de regering oproept uw Kamer te informeren over de resterende opgave voor 2021 en welke aanvullende maatregelen mogelijk zijn voor de uitvoering van het Urgendavonnis, passend binnen het langetermijn-klimaatbeleid van 2030 en 2050.

Om uitvoering te geven aan het Urgenda-vonnis moest het gezamenlijke volume van de jaarlijkse Nederlandse emissies van broeikasgassen eind 2020 met minimaal 25% zijn verminderd ten opzichte van 1990. Ook in de jaren na 2020 moet een emissiereductie van 25% worden gerealiseerd. Voor 2030 en 2050 heeft dit kabinet zich gecommitteerd aan de (streef)doelen in de Klimaatwet van 49%, respectievelijk 95% broeikasgasreductie. De afgelopen jaren heeft dit kabinet onder andere via het Klimaatakkoord afspraken gemaakt en (aanvullende) maatregelen getroffen die zowel op korte termijn als richting 2030 emissiereductie realiseren. Uit de voorlopige cijfers over de uitstoot in 2021 en op basis van de Klimaat- en Energieverkenning 2020 (KEV2020) blijkt dat het doelbereik zowel op de korte termijn, als richting 2030 onder druk staat.

Hoewel 2030 misschien nog ver weg lijkt, kunnen we het ons niet veroorloven het noodzakelijke beleid daarvoor uit te stellen. Daarom zal het kabinet, conform de wettelijke verplichting die voortvloeit uit de borgingscyclus van de klimaatwet, extra stappen voorbereiden die bijdragen aan de realisatie van de doelen uit de Klimaatwet. Een deel hiervan leidt naar verwachting tot emissiereductie op korte termijn en draagt daarmee bij aan het bereiken van de 25% emissiereductie. In de voorliggende brief geef ik een toelichting op de emissies in 2021 en ga ik in op de vervolgstappen die het huidige demissionaire kabinet zal zetten op gebied van klimaat.

  • Emissieramingen voor 2021

De uitstoot van broeikasgassen kan van jaar op jaar sterk fluctueren. De ontwikkeling van gas-, kolen- en CO2-prijzen, een warme of koude winter en de hoeveelheid wind en zon zijn de belangrijkste factoren die hierop van invloed zijn. Voor 2020 en de eerste maanden van 2021 geldt dat ook de gevolgen van COVID19 effect hebben (gehad) op het verloop van emissies in bijvoorbeeld de mobiliteitssector. Het CBS heeft in maart dit jaar de voorlopige emissiecijfers van 2020 gepresenteerd, uitkomend op 24,5% reductie (t.o.v. 1990), met een bandbreedte van 23-26%(1). In januari 2022 wordt de definitieve uitstoot voor 2020 vastgesteld. Bovengenoemde factoren zorgen ervoor dat er onzekerheden bestaan ten aanzien van de ramingen van de uitstoot onzekerheden(2).

Natuurlijk neemt deze onzekerheidsbandbreedte gedurende het jaar af en schrijdt de tijd voort. Zo laten de voorlopige kwartaalcijfers van het CBS zien dat de uitstoot in de maanden januari, februari en maart van 2021 gezamenlijk 0,6 Mton hoger lag dan in dezelfde maanden in 2020, onder andere door een koudere winter(3). Daarnaast is de verwachting dat het effect van COVID-19 op de emissies in 2021 naar verwachting minder sterk is dan afgelopen jaar. Tegelijkertijd zal in de loop van 2021 de wet in werking treden die de inzet van kolencentrales beperkt, is de CO2-prijs in het Europese handelssysteem opgelopen en zal mogelijk één kolencentrale vrijwillig worden gesloten. Deze, en de andere maateregelen die het kabinet heeft aangekondigd(4), zullen in 2021 een bijdrage leveren aan het beperken van de uitstoot. Ook hiervoor geldt dat de exacte reductie die hiermee wordt gerealiseerd afhankelijk is van diverse factoren, waaronder de implementatietermijn. Dit najaar zal het CBS nieuwe cijfers publiceren over de uitstoot van broeikasgassen in de eerste helft van 2021 en geeft het PBL in de KEV2021 een nieuwe raming van de uitstoot in 2021.

  • Emissies 2030 en vervolgproces

Het kabinet zal de komende weken maatregelen uitwerken die op korte termijn CO2-reductie realiseren om ten minste een emissiereductie van 49% in 2030 in het vizier te houden. Het kabinet zal, met name in het licht van de demissionaire status, bezien hoe dit proces ingepast kan worden in de augustusbesluitvorming over de begroting voor 2022. In ieder geval zal het kabinet u bij de Klimaatnota dit najaar, in lijn met de motie Thijssen en conform de cyclus van de Klimaatwet, informeren welke aanvullende maatregelen mogelijk zijn voor de uitvoering van het Urgenda-vonnis, passend binnen het lange termijn klimaatbeleid van 2030 en 2050.

Hoogachtend, D. Yeşilgöz-Zegerius

Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat - Klimaat en Energie

Bijlagen

Overzicht maatregelen Urgenda

Voetnoten

1)https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2021/10/uitstoot-broeikasgassen-8-procent-lager-in-2020
2)Ter illustratie: tussen het lage emissiescenario en het hoge emissiescenario inzake de ontwikkeling van emissies van broeikasgassen in 2021, die het PBL in de KEV 2020 schetst, zit een verschil van ca. 24 Mton.
3)https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2021/24/uitstoot-broeikasgassen-hoger-in-eerste-kwartaal-2021
4)Zie bijlage voor een overzicht van de maatregelen die dit kabinet heeft aangekondigd om bij te dragen aan het realiseren van 25% emissiereductie

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.