Minister Schouten (LNV) informeert de Tweede Kamer over de stappen die zijn gezet met verschillende landbouwpartijen om invulling te geven aan de managementmaatregelen in de melkveehouderij voor het verminderen van de stikstofuitstoot. Het gaat om de maatregelen minder eiwit in veevoer, koeien meer in de wei en verdunnen van mest bij gebruik op zandgronden.

Het is goed om te zien dat veevoer en weidegang een goede bijdrage leveren in het reduceren van de emissie van ammoniak. Wat betreft mestverdunning zullen we nog nader moeten kijken hoe deze het effectiefst ingezet kan worden, alvorens hier verdere stappen op worden gezet. Om de managementmaatregelen toe te passen vraagt dit uiteraard iets van de veehouders. De beweidings- en rantsoenmaatregelen vergen weinig tot geen extra kosten, anders dan investeringen in kennis en management, indien voldoende huiskavel aanwezig is en overleg met de voeradviseur en bedrijfsadviseur. Verdunning van drijfmest vraagt op veel bedrijven om logistieke aanpassingen, omdat water niet op alle percelen direct beschikbaar is, waarvoor investeringen nodig zijn. Voor de managementmaatregelen worden diverse stimuleringsmaatregelen ingezet om hieraan tegemoet te komen (Kamerstuk 35 334, nr. 82).
Afspraken
Op basis van de uitkomsten van de doorrekening is in juni 2021 de bestuurlijke afspraak gemaakt om gezamenlijk met LTO, NAJK, Biohuis en Netwerk GRONDig uitvoering te geven aan de vastgestelde sectordoelen in 2025 voor optimaliseren veevoerrantsoen en weidegang. BoerenNatuur, Nevedi en Cumela ondersteunen deze afspraken. Deze afspraken sluiten ook aan bij het plan van de CTM-partijen. Dit betekent dat de betreffende managementmaatregelen, zoals deze zijn voorbereid in de werkgroepen, verder worden uitgewerkt en uiteindelijk zullen worden geïmplementeerd, zoals hierboven beschreven. Voor de managementmaatregel mestverdunnen op zandgrond wordt het lopende onderzoek afgewacht, voordat verdere afspraken gemaakt worden.
De betrokken partijen LTO, NAJK, Biohuis en Netwerk GRONDig hebben afgesproken om de sectordoelstellingen van de managementmaatregelen uit te dragen naar de achterbannen en stimuleren melkveehouders om de managementmaatregelen op te pakken. Ook Nevedi, Cumela, BoerenNatuur, NZO, Rabobank en andere agropartijen wil ik uitnodigen om hier actief een bijdrage aan te leveren.
Gedurende de looptijd van deze afspraken zal de voortgang worden gemonitord. De resultaten hiervan zullen worden besproken in het Bestuurlijke Overleg met de agropartijen, zodat er nauw de vinger aan de pols kan worden gehouden en ontwikkelingen meegenomen kunnen worden. Jaarlijks zal worden bezien hoe het staat met de uitvoering van maatregelen en of er bijsturing nodig is om de gewenste effecten te behalen. In 2024 zal met de betrokken partijen worden bezien of de doelstellingen behaald worden, welke vervolgstappen naar 2030 genomen moeten worden en of en welke alternatieven maatregelen genomen moeten worden zodat in ieder geval de doelstellingen omtrent stikstofreductie in de landbouw gehaald worden. Daarnaast is het van belang dat er het goed zicht is op de voortgang van de uitvoering van het totale pakket van bron- en natuur(herstel)maatregelen en de gevolgen hiervan. Daarom wordt er ook een monitorings- en bijsturingssystematiek opgesteld onder het programma stikstofreductie en natuurverbetering, zodat er tijdig kan worden ingegrepen als dat nodig is om te voorkomen dat de omgevingswaarden niet gehaald worden.
Zoals ook eerder aangegeven aan uw Kamer (Kamerstuk 32 813, nr. 686) wil ik middels onder andere het project Verkenning Afrekenbare Stoffenbalans (ASB) de komende jaren bouwstenen ontwikkelen om een overstap te kunnen maken naar een aanpak met meer integrale doelsturing. De verschillende agropartijen zullen bij het project Verkenning ASB betrokken worden en uw Kamer zal hierover in het najaar verder over worden geïnformeerd.
Samenhang met andere initiatieven
In de afgelopen tijd hebben verschillende initiatieven plannen gepresenteerd om aan de slag te gaan met het verminderen van de stikstofuitstoot in de landbouw. Eén van de initiatieven is van de Coalitie Toekomstbestendige Melkveehouderij (CTM) dat gevormd wordt door LTO Nederland, NAJK, Rabobank en NZO. Samen hebben zij een pakket aan maatregelen opgesteld dat gericht is op het bieden van toekomst aan de melkveehouderij in Nederland. Het is goed om te zien dat ketenpartijen elkaar vinden in de aanpak van de stikstofproblematiek en dat ze samen stappen willen zetten. Het CTM-plan bestaat uit drie sporen managementmaatregelen, structuurversterking en stalmaatregelen en betreffen bestaande, bewezen en toegelaten technieken en management. Het pakket is doorgerekend Wageningen Economic Research op potentiële stikstofreductie en minimale additionele investeringen tot 2030(3). De partijen geven aan dat de voorstellen integraal en ondeelbaar zijn en dat voor de uitvoering financiële middelen moeten worden gereserveerd. Ik constateer dat er sprake is van overlap tussen maatregelen uit het structurele pakket die het kabinet voorstaat en de maatregelen uit het CTM-plan. Kabinet en ketenpartijen vinden elkaar hier dus in. De CTM-partijen laten zien dat zij vanuit een gedeeld perspectief concreet willen werken aan een toekomstbestendige melkveehouderij. Zij staan voor een melkveehouderij die produceert met zorg voor de leefomgeving. Het kabinet wil op de plannen van deze coalitie voortbouwen. Met de betrokken partijen waarmee gesproken is over de managementmaatregelen zal uitvoering gegeven worden aan de in deze brief uitgewerkte maatregelen op het gebied van veevoer, weidegang en verdund uitrijden van mest op zandgrond. Ook de andere sporen in het CTMplan omvatten maatregelen, zoals de aanpak van stalmaatregelen, waar ik actief mee aan de slag ga, zodat het nieuwe kabinet hier gezamenlijk met deze partijen verder invulling kan geven.
Een ander initiatie van Netwerk Grondig zal via het project emissiearme bedrijfsvoering melkveehouderij een bijdrage leveren aan managementmaatregelen voor grondgebonden melkveehouderij.
Tot slot
Ik vind het positief dat er energie aanwezig is bij partijen om in te zetten op de stikstofreductie in de landbouw en dat we daar nu gezamenlijk ook de eerste stap in zetten door aan de slag te gaan met deze managementmaatregelen. De voortgang van de sectorafspraken zullen worden besproken met de agropartijen. Op deze manier worden ontwikkelingen hieromtrent tijdig gesignaleerd en meegenomen.
Carola Schouten
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
