Menu

Zoek op
rubriek
Klimaatweb
0

Kamerbrief over uitfasering fossiele brandstoffen exportkredietverzekeringen en vergroening handelsinstrumentarium

Minister Schreinemacher (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) informeert de Tweede Kamer over de moties over transitie van fossiel naar niet-fossiel en over alle handels- en exportinstrumentaria en de toezeggingen over uitfasering fossiele brandstoffen bij exportkredietverzekeringen en vergroening handelsinstrumentarium.

28 september 2022

Datum 28 september 2022

Betreft Stand van zaken uitvoering moties en toezeggingen inzake uitfasering fossiele brandstoffen exportkredietverzekeringen en vergroening handelsinstrumentarium

Geachte voorzitter,

In reactie op uw verzoek d.d. 5 juli jl. informeer ik uw Kamer over de uitvoering van de motie Klink c.s. over de transitie van fossiel naar niet-fossiel (35925 XVII, nr. 23), de gewijzigde motie Hammelburg/Van der Lee over alle handels- en exportinstrumentaria voor eind 2022 in lijn brengen met Parijs en Glasgow (35925 XVII, nr. 59) en de toezeggingen die zijn gedaan over uitfasering fossiele brandstoffen bij exportkredietverzekeringen en vergroening handelsinstrumentarium. Ook ga ik in deze brief in op de door uw Kamer op 12 juli jl. over vergroening gestelde feitelijke vragen naar aanleiding van de beleidsnota Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking d.d. 24 juni jl. (ook wel “BHOS-nota”).

In de BHOS-nota “Doen waar Nederland goed in is” heeft het kabinet aangegeven bij de inzet van het BHOS-instrumentarium prioriteit te geven aan kansen op het gebied van vergroening. De nota zet uiteen hoe het Nederlandse bedrijfsleven wordt gestimuleerd om onderdeel te zijn van de transities op verduurzaming en digitalisering. Daarbij past een verdere vergroening van het handels- en exportinstrumentarium, in lijn met het coalitieakkoord en de gewijzigde motie Hammelburg/Van der Lee die verzoekt het gehele instrumentarium in lijn te brengen met Parijs en Glasgow.

De vergroeningsinzet van het handels en exportinstrumentarium van BHOS zoals in de brief toegelicht, is in lijn met de bredere inzet en ondersteuning van het bedrijfsleven vanuit de ministeries van Economische Zaken en Klimaat, Financiën en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De internationale klimaatstrategie van het kabinet zal ook in het teken staan van groene verdienkansen. Klimaatverandering vergt dat we onze economie aanpassen. Lukt dat onvoldoende, dan zullen bedrijven op grote schaal geraakt worden door de fysieke en transitierisico’s als gevolg van de opwarming van de aarde. Daarom moet de ondersteuning die bedrijven krijgen in lijn zijn met de benodigde transities.

Het handelsbevorderende- en export-instrumentarium staat ten dienste van het Nederlandse bedrijfsleven en levert daarmee een bijdrage aan de versterking van het duurzame internationale verdienvermogen van Nederland. Het in lijn brengen van dit instrumentarium met de Overeenkomst van Parijs en het Glasgow Climate Pact betekent allereerst dat het instrumentarium en de daaraan gerelateerde activiteiten geen schade toebrengen aan de doelen van de Overeenkomst van Parijs en de aanscherping daarvan door middel van het Glasgow Climate Pact, en daarnaast betekent het dat het instrumentarium bijdraagt aan het behalen van deze doelen. In algemene zin geldt dat de inzet van het kabinet ter bevordering van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO), inclusief de toepassing van proportionele IMVO-toetsing bij gebruikmaking van overheidsregelingen, een bijdrage kan leveren hieraan.

Daarbij vragen de overeenkomst van Parijs en het Glasgow Climate Pact ook om actieve inzet om de doelen te behalen. Het kabinet zet zich bij de vergroening van het instrumentarium in voor beide principes, zowel beperkingen op fossiel terrein en het bevorderen van activiteiten die de duurzaamheidstransitie ondersteunen. Daarbij geldt dat het vergroeningsbeleid niet statisch is en zich in de loop der tijd zal blijven ontwikkelen om de klimaatdoelen en verdienkansen te ondersteunen. De wereldwijde transities op het gebied van energie en klimaat bieden immers veel duurzame verdienkansen voor het internationaal opererende Nederlandse bedrijfsleven. De mondiale marktkansen voor sectoren als wind, zon, energieopslag en waterstof schatte het IEA op wel 27.000 miljard US dollar tot 2050 (1). Ook in het versterken van de weerbaarheid van landen tegen klimaatverandering liggen voor Nederlandse bedrijven, zoals de maritieme sector, veel kansen. In lijn met de BHOS-nota ondersteunt en stimuleert het kabinet het bedrijfsleven om in deze groeimarkten kansen te benutten.

Ter verduidelijking van de invulling die het kabinet geeft aan de vergroening van het handels- en exportinstrumentarium, wordt hieronder een onderscheid gemaakt tussen instrumenten, activiteiten en dienstverlening. Per categorie wordt toegelicht hoe invulling wordt gegeven aan de vergroening in lijn met de Overeenkomst van Parijs, het Glasgow Climate Pact en de diverse Kamermoties waarover uw Kamer heeft verzocht om een brief.

Instrumenten

-Op het terrein van de vergroening van de exportkredietverzekering (ekv) en de stand van zaken van de motie Klink c.s. over de transitie van fossiel naar niet-fossiel (35925 XVII, nr. 23) en relevante toezeggingen is de situatie als volgt. Projecten gerelateerd aan kolen (hele keten) en onconventionele winningsmethoden als fracking en technieken als routine flaring zijn reeds uitgesloten van ekv-steun. Daarnaast heeft het productaanbod van de exportkredietverzekering zich doorontwikkeld, waarbij inmiddels sprake is van diverse mogelijkheden die specifiek gericht zijn op het stimuleren van groene export en investeringen.

-Tijdens de COP26-conferentie in Glasgow heeft Nederland bovendien de verklaring ondertekend voor het in lijn brengen van internationale overheidssteun met de groene energietransitie (‘de COP26-verklaring’). Het kabinet heeft op 8 november 2021 (2) aangegeven in overleg met belanghebbenden te werken aan een zorgvuldige implementatie met behoud van kennis en banen, in het bijzonder ten aanzien van de exportkredietverzekering. Op 7 april jl. is een brief (3) aan uw Kamer gestuurd, waarin de voortgang beschreven werd. En per brief van 7 juli jl. heeft het kabinet uw Kamer geïnformeerd over het verdere proces en de inzet van het kabinet om het internationale gelijke speelveld te bevorderen. Het kabinet zal voor de COP27 een invulling van het beleid aan uw Kamer sturen. Bij de invulling van dit beleid zal het kabinet rekening houden met onder meer de motie Klink en alle ekv-gerelateerde toezeggingen (o.a. toezegging Hammelburg).

-Verder is sprake van diverse vraaggestuurde instrumenten die beschikbaar zijn voor het bedrijfsleven waaronder met name MKB-bedrijven. Dit zijn de diverse financieringsmogelijkheden bij Invest International (4) en de handelsbevorderende regelingen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) (5). Het gaat hier telkens om een dienst die de overheid aanbiedt ter bevordering van handel (en in het geval van de ODA-regelingen ook ontwikkelingsimpact) waarvoor de ondernemer over het algemeen een vergoeding betaalt; soms betreft het (gedeeltelijk) subsidies en soms is het gratis zoals informatie en advies.

-In 2019 werden in de zogenaamde financieringsbrief (6) de BHOS-financieringsregelingen voor het internationaal georiënteerde bedrijfsleven gesloten voor steenkool en voor exploratie en ontwikkeling van nieuwe voorraden olie en gas. Vervolgens is bij de wetsbehandeling van Invest International de inperking van financieringsinstrumenten voor fossielgerelateerde activiteiten verder vastgelegd op basis van het ‘nee, tenzij-principe’. Daarbij is per wet vastgelegd dat alleen indien sprake is van zeer specifieke uitzonderingsgronden (7) sprake kan zijn van fossielgerelateerde financiering. Invest International heeft immers klimaat en energie aangewezen als focusgebied voor internationale financiering van Nederlandse bedrijven.

-Ten aanzien van het handelsbevorderende instrumentarium bij de RVO is een volgende stap die het kabinet neemt om deze instrumenten te sluiten voor activiteiten op bestaande voorraden olie en gas, behalve daar waar sprake is van verbetering van de milieuprestatie en/of veiligheid en/of gezondheid en op voorwaarde dat de economische levensduur van de fossiele infrastructuur niet wordt verlengd.

-Bovendien worden de handelsbevorderende regelingen bij de RVO verder aangepast om het bedrijfsleven te stimuleren en ondersteunen in de groene transitie - in lijn met de BHOS-nota - door groene prikkels (‘incentives’) in de regelingen. De uitwerking hiervan vindt momenteel plaats en zal naar verwachting per 1 januari a.s. ingaan. De RVO consulteert reeds via ronde tafels het bedrijfsleven over passende modaliteiten.

Activiteiten

-Naast de hierboven genoemde internationale instrumenten waar het bedrijfsleven gebruik van kan maken, is sprake van tal van door de overheid zelf georganiseerde handelsbevorderende activiteiten. Voorbeelden zijn handelsmissies met bewindspersonen (8), tal van kleinere sectorale handelsmissies en de publiek-private meerjarige marktbewerkingstrajecten. Tevens vallen hieronder voorlichtings- en netwerk-evenementen die zijn gericht op het ondersteunen van het Nederlandse bedrijfsleven - waaronder vele MKB-bedrijven met internationale ambities - in het buitenland met kennis, vaardigheden en contacten. Ook hierbij geldt dat het kabinet met de uitvoering van de BHOS-nota een extra impuls zal geven ter ondersteuning van kansen op het terrein van de duurzaamheidstransitie en de vergroening van het instrumentarium. Zo zullen geen bijeenkomsten of missies worden georganiseerd ter bevordering van fossiele activiteiten. Dergelijke activiteiten en missies worden immers ingezet in lijn met de BHOS-nota, waaronder ter bevordering van kansen op het terrein van de duurzaamheidstransitie

Dienstverlening

-Voor het Nederlandse postennetwerk (inclusief Consulaten-Generaal en Netherlands Business Support Offices) is generieke dienstverlening aan Nederlandse bedrijven in het buitenland een van de kerntaken (zoals ook consulaire dienstverlening een kerntaak is). In de praktijk betekent dit dat bedrijven, ook uit de fossiele sector, informatie kunnen opvragen bij het ambassadenetwerk over bijvoorbeeld lokale omstandigheden en procedures. Daar waar dit zich voordoet verstrekt de ambassade de benodigde basisinformatie en advies. -Het ambassadenetwerk richt zich in de economische diplomatie en handelsbevordering op de prioriteiten van de BHOS-nota waaronder het ontwikkelen van kansen op het terrein van verduurzaming en digitalisering. Het ambassadenetwerk kan, in het licht van de energieleveringszekerheid-uitdagingen waar Nederland en Europa voor worden gesteld, via contacten en inzet in specifieke gevallen wel een rol spelen gericht op de toelevering van fossiele energie. -Verder kunnen ambassades contacten onderhouden met vertegenwoordigers van overheden en het bedrijfsleven uit de energiesector die juist voor de energietransitie van groot belang zijn. Hiermee versterken we onze kennis en inzichten in het energievraagstuk in andere landen en onderhouden we netwerken die relevant zijn voor de duurzaamheidstransitie in andere werelddelen en daaraan gerelateerd de ontwikkeling van duurzame verdienkansen voor het Nederlandse bedrijfsleven in lijn met de BHOS-nota.

Met de aanpak zoals in deze brief uiteengezet geeft het kabinet invulling aan de vergroening van het handels- en exportinstrumentarium op basis van het regeerakkoord en de in deze brief behandelde Kamermoties. Tegelijkertijd constateert het kabinet dat het proces van vergroening blijvende aandacht zal vragen. De Kamer zal via het BHOS-jaarverslag en de reguliere rapportage over de exportkredietverzekering nader worden geïnformeerd over de ontwikkelingen met betrekking tot de vergroening van het handels- en exportinstrumentarium.

De minister voor Buitenlandse Handel

en Ontwikkelingssamenwerking,

Liesje Schreinemacher

Voetnoten

  1. Net Zero by 2050 – Analysis - IEA

  2. Kamerstuk 31 793, nr. 202

  3. Kamerstuk 31 793 nr. 205

  4. Hieronder vallen de regelingen Dutch Trade and Investment Fund (DTIF) en de ODA-regelingen Dutch Good Growth Fund (DGGF), Development Related Infrastructure Investment Vehicle (DRIVE) en Develop to Build (D2B).

  5. Hieronder vallen de regelingen voor positionering van clusters van bedrijven (het Partners for International Business-programma), voor demonstratie, haalbaarheids- en investeringsvoorbereidingsstudies (het DHI-programma) en voor startende ondernemers in het buitenland (Starters for International Business-programma).

  6. Kamerstuk 34 952, nr. 44

  7. Invest International zal uitzonderingen toetsen aan de volgende criteria:

-er dient sprake te zijn van een significante bijdrage aan het oplossen van een energietekort of energietoegang in lage inkomenslanden met extreme energiearmoede en/of -er dient sprake te zijn van een significante bijdrage aan een energietransitie-pad richting klimaatneutraal en/of -er is geen haalbaar duurzaam alternatief en het betreffende land investeert in hernieuwbare energie.

8) Bedrijven die deel willen nemen aan handelsmissies dienen de IMVO-richtlijnen te onderschrijven.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter