Het kabinet wil de overgang naar een circulaire economie versnellen en kiest daarbij voor opschaling van circulaire oplossingen in onder meer de bouw, kunststofrecycling en elektronica. In deze Kamerbrief staan nieuwe beleidsvoornemens, onderzoeken en wetgeving die gevolgen hebben voor overheden, afvalverwerkers, producenten en andere partijen in de circulaire keten.
Het kabinet wil de overgang naar een circulaire economie versnellen. In deze Kamerbrief kiest het nadrukkelijk voor opschaling: niet langer vooral experimenten en pilots, maar het grootschalig toepassen van circulaire oplossingen in de Nederlandse economie. De focus komt te liggen op drie ketens waarin Nederland economisch sterk is en waar de grootste kansen liggen: circulaire bouw, groene chemie (waaronder kunststofrecycling) en elektrische en elektronische apparaten.
Volgens het kabinet zijn deze sectoren belangrijk voor de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen, het verminderen van CO₂-uitstoot en de concurrentiepositie van Nederland.
Een belangrijke conclusie is dat de circulaire economie pas echt kan groeien wanneer er voldoende vraag ontstaat naar circulaire producten. Daarom wil het kabinet meer inzetten op verplichte normen, producteisen en Europese regelgeving. Zo wordt gewerkt aan minimumaandelen gerecycled of biobased materiaal in producten, onder meer voor textiel, verpakkingen en elektronische apparaten.
Ook onderzoekt Nederland hoe Europese instrumenten zoals het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) kunnen bijdragen aan een eerlijker speelveld voor circulaire kunststoffen. Uit onderzoek blijkt echter dat uitbreiding van CBAM naar plastics voorlopig technisch en administratief nog moeilijk uitvoerbaar is.
Voor de bouwsector bevat de brief concrete maatregelen. Er komt wetgeving waardoor aanbestedende diensten verplicht worden om milieuprestatie-eisen mee te nemen bij grote GWW-projecten. Beton en asfalt moeten aan minimumeisen voldoen en bij grotere aanbestedingen gaat de milieuprestatie meetellen bij de gunning. Daarnaast investeert het kabinet verder in biobased bouwen. Hiervoor lopen inmiddels meerdere innovatieprojecten, zoals bioverrijkt asfalt, biobased geluidschermen en brugonderdelen. Ook is een MKI-ondersteuningspunt opgericht om vooral kleinere overheden te helpen bij de toepassing van de nieuwe regels.
Ook voor elektrische en elektronische apparaten worden nieuwe stappen gezet. Het kabinet wil een verplicht minimumaandeel gerecycled of biobased plastic in elektronica onderzoeken. Daarnaast wordt gewerkt aan een afgifteplicht voor afgedankte elektrische apparaten. Jaarlijks verdwijnen naar schatting ongeveer 100.000 ton afgedankte apparaten buiten het officiële recyclingsysteem, waardoor waardevolle kritieke grondstoffen verloren gaan. De invoering van de afgifteplicht loopt wel vertraging op doordat het ontwerpbesluit nog moet worden aangepast.
Om de uitvoering te versnellen richt het kabinet ketentafels in voor onder meer bouw, textiel, meubels, verpakkingen en elektronica. Daar moeten bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties afspraken maken over het sluiten van materiaalstromen. Daarnaast worden nationale circulaire doelen vertaald naar concrete doelstellingen per productgroep, zodat beter zichtbaar wordt welke bijdrage iedere sector moet leveren.
Voor professionals in de recyclingsector bevat de brief meerdere belangrijke ontwikkelingen. Zo verschijnt een nieuw VANG-Buitenshuis-programma dat bedrijven moet helpen afval beter te scheiden en te voorkomen. Het programma VANG Huishoudelijk Afval wordt met een jaar verlengd. Verder werkt het kabinet aan een Kaderwet Circulaire Economie, die de Wet milieubeheer moet moderniseren en de gehele materiaalcyclus – van productie tot afvalfase – beter moet reguleren, zonder direct nieuwe verplichtingen op te leggen. Ook wordt gewerkt aan toekomstbestendig stortbeleid en aan een herziening van het nazorgstelsel voor stortplaatsen.
Daarnaast worden verschillende onderzoeken aangekondigd die waarschijnlijk tot nieuw beleid leiden. Zo blijkt uit onderzoek dat een reparatiebonus wel extra reparaties oplevert, maar relatief duur is en daarom geen doelmatig instrument vormt. Voor meubels kiest het kabinet voorlopig voor een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) waarbij eerst gegevens worden verzameld voordat wettelijke doelstellingen worden vastgesteld. Ook wordt onderzocht hoe microplastics uit textiel kunnen worden teruggedrongen; wettelijke normen blijken daarbij effectiever dan vrijwillige afspraken. Verder laat onderzoek zien dat een belasting op kunststof verpakkingen met weinig recyclaat de inzet van gerecycled plastic aanzienlijk kan vergroten en de CO₂-uitstoot kan verminderen. De resultaten worden meegenomen bij de begrotingsbesluitvorming.
Tot slot concludeert het kabinet dat de transitie niet alleen afhankelijk is van regelgeving en investeringen, maar ook van voldoende vakmensen. Onderzoek laat zien dat vooral technische en uitvoerende beroepen schaars zijn. Daarnaast kan circulariteit volgens onderzoek de energietransitie goedkoper maken: door slimmer om te gaan met materialen kunnen de jaarlijkse investeringskosten richting 2050 oplopen tot 2,8 miljard euro lager.
