Dit document beschrijft de voortgang van de aanpak van de drukte op het elektriciteitsnet. Het volgt daarbij de 3 actielijnen uit het Landelijk Actieprogramma Netcongestie: Sneller Bouwen, Beter Benutten en Slimmer Inzicht.
Deze bijlage geeft een actuele stand van zaken van het rijksbeleid om netcongestie aan te pakken. De aanpak bestaat uit twee hoofdlijnen: sneller uitbreiden van het elektriciteitsnet en beter benutten van de bestaande capaciteit.
Aan de kant van netuitbreiding ligt de focus op versnelling. Er is gestart met 26 prioritaire hoogspanningsprojecten, waarbij procedures worden verkort en samenwerking met provincies en gemeenten wordt geïntensiveerd. Ook wordt gewerkt aan aanpassing van wetgeving (snellere vergunningverlening, grondverwerving) en aan ruimtelijke reservering via het Programma Energiehoofdstructuur. Daarnaast zet het Rijk in op praktische maatregelen zoals een expertpool voor medeoverheden, standaardisatie van processen bij TenneT en financiële middelen voor gebiedsinvesteringen om lokaal draagvlak te vergroten.
Tegelijk wordt sterker ingezet op het beter benutten van het net. Dit gebeurt via nieuwe contractvormen (zoals alternatieve transportrechten en congestiemanagement), flexibiliteitsoplossingen (opslag, vraagsturing, energiehubs) en het zwaarder belasten van het net. Ook wordt gewerkt aan een prioriteringskader voor schaarse capaciteit, waarbij onder meer woningbouw voorrang krijgt. Voor kleinverbruikers wordt een tijdsafhankelijk nettarief voorbereid (beoogde invoering 2028), ondersteund door de uitrol van slimme meters.
De voortgang laat zien dat veel instrumenten nog in ontwikkeling zijn en dat de implementatie in de praktijk achterblijft. Belangrijke knelpunten zijn beperkte uitvoeringscapaciteit, trage adoptie van flexibele contracten en gebrek aan inzicht in netcapaciteit. Tegelijk blijkt uit onderzoek dat flexibiliteitsmaatregelen de maatschappelijke schade van netcongestie met circa 30% kunnen verminderen.
Voor de praktijk betekent dit dat de aanpak steeds breder wordt: naast netverzwaring moeten overheden en bedrijven actief sturen op flexibel energiegebruik en ruimtelijke keuzes. Tegelijk vraagt dit om meer regie, betere informatievoorziening en nauwere samenwerking tussen Rijk, netbeheerders en decentrale overheden.
