Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:CRVB:2026:791

Aanvraag voor zorg op grond van de Wlz terecht afgewezen. De Raad volgt het CIZ in het standpunt dat bij appellant geen sprake is van een noodzaak aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid, zodat appellant reeds daarom niet in aanmerking komt voor Wlz-zorg.

Centrale Raad van Beroep 22 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:CRVB:2026:791 text/xml public 2026-06-22T14:54:25 2026-06-17 Raad voor de Rechtspraak nl Centrale Raad van Beroep 2026-06-17 25/815 WLZ Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:791 text/html public 2026-06-22T14:52:42 2026-06-22 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:CRVB:2026:791 Centrale Raad van Beroep , 17-06-2026 / 25/815 WLZ
Aanvraag voor zorg op grond van de Wlz terecht afgewezen. De Raad volgt het CIZ in het standpunt dat bij appellant geen sprake is van een noodzaak aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid, zodat appellant reeds daarom niet in aanmerking komt voor Wlz-zorg.

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

25/815 WLZ

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 13 maart 2025, 24/4642 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het CIZ

Datum uitspraak: 17 juni 2026
SAMENVATTING
Deze uitspraak gaat over de vraag of het CIZ de aanvraag van appellant voor zorg op grond van de Wlz terecht heeft afgewezen. De Raad volgt het CIZ in het standpunt dat bij appellant geen sprake is van een noodzaak aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid, zodat appellant reeds daarom niet in aanmerking komt voor Wlz-zorg.
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. R. Kaya, advocaat, hoger beroep ingesteld en een aanvullend stuk overgelegd. Het CIZ heeft een verweerschrift ingediend.

De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar de enkelvoudige kamer.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 3 juni 2026. Voor appellant is mr. Kaya verschenen, vergezeld door [naam] . Het CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.E. Koedood.
OVERWEGINGEN
Inleiding
1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant, geboren in 1964, is bekend met diverse klachten. In verband hiermee is op 9 augustus 2023 een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz).
1.2.
Bij besluit 20 november 2023, gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van 13 mei 2024 (bestreden besluit), heeft het CIZ de aanvraag van appellant afgewezen. Het CIZ heeft zich – onder verwijzing naar medische adviezen van 17 november 2023 en 15 april 2024 – op het standpunt gesteld dat bij appellant sprake is van de grondslagen lichamelijke handicap, zintuigelijke handicap en somatische aandoening. Een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel heeft het CIZ niet kunnen vaststellen, zodat appellant niet in aanmerking komt voor zorg op grond van de Wlz.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.

Het standpunt van appellant

3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat hij daartegen heeft aangevoerd wordt hierna besproken.
Het oordeel van de Raad
4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4.1.
Voorop staat dat de te beoordelen periode in deze zaak loopt van 9 augustus 2023 (datum aanvraag) tot en met 13 mei 2024 (datum bestreden besluit).
4.2.
Naar het oordeel van de Raad heeft het CIZ het bestreden besluit op de medische adviezen mogen baseren. Uit deze adviezen, als ook uit het nadere advies in beroep van 20 januari 2025, volgt dat de medisch adviseurs van het CIZ de beschikbare informatie van onder meer de ergotherapeut, wijkverpleegkundige en huisarts over de fysieke en psychische gesteldheid van appellant kenbaar bij de beoordeling hebben betrokken. Daargelaten of in het geval van appellant een grondslag psychische stoornis kan worden vastgesteld naast de grondslagen lichamelijke handicap, zintuigelijke handicap en somatische aandoening, hebben de medisch adviseurs gemotiveerd weergegeven dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn voor de conclusie dat bij appellant gezien zijn medische situatie en psychische klachten een noodzaak is voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen. De medisch adviseurs hebben overtuigend uiteengezet dat de zorgbehoefte van appellant grotendeels kan worden ondervangen met planbare zorg of zorg op afroep. Gebleken is dat appellant op ongeplande momenten – onder meer bij herbelevingen in de nacht – voldoende regie heeft om zelf hulp in te roepen door middel van het bellen van zijn (ex-)partner/mentor. Als dit vanwege zijn medische situatie soms te lastig is, zou hij aanvullend gebruik kunnen maken van personenalarmering. De Raad ziet geen reden om te twijfelen aan de beoordeling van de medisch adviseurs dat appellant in staat is om hulp af te wachten. Voor het standpunt dat appellant bij een paniekaanval in een situatie van ernstig nadeel komt te verkeren als niet direct hulp wordt geboden, zijn in de beschikbare gegevens geen aanwijzingen te vinden. Het door appellant genoemde valgevaar als gevolg van een combinatie van fysieke problemen is evenmin een omstandigheid voor het toekennen van zorg op grond van de Wlz. Het moet immers gaan om een reëel risico op ernstig nadeel, dat gebaseerd is op onderbouwde verwachtingen. De enkele mogelijkheid dat een bepaald gevaar bestaat is op zichzelf niet genoeg. Uit de beschikbare gegevens blijkt niet dat sprake was van een dergelijk (reëel) risico op ernstig nadeel. Daarbij heeft het CIZ er op gewezen dat ter voorkoming van mogelijke valincidenten hulpmiddelen mogelijk zijn. Dit is door appellant niet weersproken.
4.3.
Reeds omdat een noodzaak aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid om ernstig nadeel te voorkomen ontbreekt, komt appellant niet in aanmerking voor zorg op grond van de Wlz. Dit betekent dat onbesproken kan blijven of bij appellant sprake is van een blijvende zorgbehoefte.
4.4.
Het voorgaande neemt niet weg dat appellant hulp nodig heeft. Hiervoor kan hij zich wenden tot het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van zijn woonplaats op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of tot de zorgverzekeraar op grond van de Zorgverzekeringswet.
Conclusie en gevolgen 4.5.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat afwijzing van de aanvraag om Wlz-zorg in stand blijft.

5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door L.M. Tobé in tegenwoordigheid van N. Gios als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2026.
(getekend) L.M. Tobé
(getekend) N. Gios
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels
Wet langdurige zorg

Artikel 3.2.1, eerste en tweede lid

1. Een verzekerde heeft recht op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan:

a. permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of

b. 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen,

1° door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of

2° door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.

2. In het eerste lid wordt verstaan onder:

a. blijvend: van niet voorbijgaande aard;

b. permanent toezicht: onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen;

c. ernstig nadeel voor de verzekerde: een situatie waarin de verzekerde:

1° zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten;

2° zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen;

3° ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;

4° ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt;

d. zelfzorg: de uitvoering van algemene dagelijkse levensverrichtingen waaronder de persoonlijke verzorging en hygiëne en, zo nodig, de verpleegkundige zorg;

e. regieproblemen: beperkingen in het vermogen om een adequaat oordeel te vormen over dagelijks voorkomende situaties op het gebied van sociale redzaamheid, probleemgedrag, psychisch functioneren of geheugen en oriëntatie.

Kamerstukken II, 2013/14, 33891, nr. 3, p. 147.

Artikel delen