Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:GHAMS:2026:2079

Veroorzaken gevaar op de weg. De verdachte reed met zijn snorfiets in een voetgangerszone, terwijl dat verboden was. Hij reed met ong. 30 km/u, haalde een fietser van rechts in en is daarna met de fietser in botsing gekomen, waardoor deze zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Oplegging geldboete 400 euro. Toewijzen tul.

Gerechtshof Amsterdam 29 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:GHAMS:2026:2079 text/xml public 2026-07-29T12:01:35 2026-07-28 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-07-03 23-000792-25 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:2079 text/html public 2026-07-29T12:01:01 2026-07-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:2079 Gerechtshof Amsterdam , 03-07-2026 / 23-000792-25
Veroorzaken gevaar op de weg. De verdachte reed met zijn snorfiets in een voetgangerszone, terwijl dat verboden was. Hij reed met ong. 30 km/u, haalde een fietser van rechts in en is daarna met de fietser in botsing gekomen, waardoor deze zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Oplegging geldboete 400 euro. Toewijzen tul.

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000792-25

datum uitspraak: 3 juli 2026

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 2 april 2025 in de strafzaak onder de parketnummers 13-199374-24 en 96-198713-21 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2005,

adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 juni 2026.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en diens raadsman en de advocaat van de benadeelde partij naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 6 maart 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig (snorfiets), daarmee rijdende op de weg, het Sloterpark, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, immers:

- heeft hij, verdachte, gereden in een voetgangersgebied terwijl het voor snorfietsers verboden was om in voornoemd voetgangersgebied te rijden en/of

- heeft hij, verdachte, een bestuurder van een fiets rechts ingehaald, waarbij hij, verdachte, in aanrijding en/of botsing is gekomen met voornoemde fietser,

waarbij letsel aan personen, te weten [slachtoffer], is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewijsoverweging
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde.

De verdediging heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep – overeenkomstig zijn pleitnotities – op het standpunt gesteld dat de verdachte van het tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Daartoe heeft hij aangevoerd dat het handelen van de verdachte – namelijk het slachtoffer rechts inhalen – onvoldoende is om te kunnen concluderen dat sprake is geweest van gevaar op de weg.

Het hof overweegt als volgt.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte met zijn snorfiets de voetgangerszone van het Sloterpark in is gereden. In deze zone is de toegang voor snorfietsen verboden, hetgeen middels een verkeersbord staat aangegeven. De verdachte reed op dat moment met een snelheid van ongeveer 30 km/u. De verdachte heeft vervolgens het slachtoffer - dat reed op een elektrische fiets - bij het naderen van een y-splitsing rechts ingehaald, waarna zij met elkaar in botsing zijn gekomen. Als gevolg van deze botsing is het slachtoffer ten val gekomen, waardoor zij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

Uit het vastgestelde verkeersgedrag, namelijk het met hoge snelheid met een snorfiets rijden op een plek waar dat niet is toegestaan en daarbij – met significant hogere snelheid dan het slachtoffer - een verkeersdeelnemer rechts inhalen, concludeert het hof dat de verdachte gevaar heeft veroorzaakt. Hoewel niet exact kan worden gereconstrueerd op welke manier de botsing heeft plaatsgevonden, neemt dat niet weg dat deze gedragingen hebben bijgedragen aan de botsing en dat de verdachte, anders dan door de verdediging bepleit, wel degelijk gevaarzettend gedrag in de zin van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WvW ’94) kan worden verweten.

Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 6 maart 2024 te Amsterdam, als bestuurder van een voertuig (snorfiets), daarmee rijdende op de weg, het Sloterpark, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg werd veroorzaakt, immers:

- heeft hij, verdachte, gereden in een voetgangersgebied terwijl het voor snorfietsers verboden was om in voornoemd voetgangersgebied te rijden en

- heeft hij, verdachte, een bestuurder van een fiets rechts ingehaald, waarbij hij, verdachte, in botsing is gekomen met voornoemde fietser,

waarbij letsel aan een persoon, te weten [slachtoffer], is ontstaan

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De kantonrechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 400,00, waarbij de verdachte deze in acht termijnen van € 50,00 per maand mocht voldoen.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de kantonrechter in eerste aanleg opgelegd.

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep geen standpunt ingenomen over de eventueel op te leggen straf.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan gevaarzettend rijgedrag, door met zijn scooter op een weg te rijden waar dat niet was toegestaan en met hoge snelheid een fietser rechts in te halen, waarna een botsing is ontstaan. Het slachtoffer is daardoor ten val gekomen en heeft zwaar lichamelijk letsel opgelopen, zoals meerdere breuken in het gezicht, een zware hersenschudding en oogperforatie. Ter terechtzitting in hoger beroep is namens het slachtoffer naar voren gebracht dat zij tot op heden kampt met de gevolgen hiervan en blijvend letsel zal houden aan haar oog.

Het hof heeft gelet op wat rechters in soortgelijke gevallen opleggen aan straf als ook op de straffen die worden genoemd in de richtlijn voor strafvordering van het openbaar ministerie met betrekking tot artikel 5 WvW ‘94. Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.
Vordering tenuitvoerlegging
Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 8 september 2022 opgelegde voorwaardelijke werkstraf voor de duur van acht uren subsidiair 4 dagen jeugddetentie. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging toe te wijzen.

Gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.
BESLISSING
Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Ten aanzien van het bewezenverklaarde

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 400,00 (vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis.

Beveelt de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 8 september 2022 in de zaak met parketnummer 96-198713-21 voorwaardelijk opgelegde straf, te weten van:

taakstraf voor de duur van 8 (acht) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.J. Roos, mr. M.J.A. Plaisier en mr. A.C. Huisman, in tegenwoordigheid van mr. C.E. Dongelmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 juli 2026.

mr. A.C. Huisman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Artikel delen