Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:GHARL:2026:1243

Diefstal van een boot. Vrijspraak. Het aangetroffen DNA-spoor waarvan verdachte een mogelijke donor is, betreft een DNA-mengspoor. Het enige andere bewijs is de verklaring van de medeverdachte, die weinig specifiek en wisselend is en bovendien de hoofddonor van het merendeel van de aangetroffen DNA-sporen. De vordering van de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:GHARL:2026:1243 text/xml public 2026-06-30T12:03:45 2026-03-03 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-03-02 21-002282-25 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1243 text/html public 2026-06-30T11:58:49 2026-06-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:1243 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 02-03-2026 / 21-002282-25
Diefstal van een boot. Vrijspraak. Het aangetroffen DNA-spoor waarvan verdachte een mogelijke donor is, betreft een DNA-mengspoor. Het enige andere bewijs is de verklaring van de medeverdachte, die weinig specifiek en wisselend is en bovendien de hoofddonor van het merendeel van de aangetroffen DNA-sporen. De vordering van de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002282-25

Uitspraakdatum: 2 maart 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 11 maart 2024 met parketnummer 16-256541-23 in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van zitting van het hof van 16 februari 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen tot een bedrag van € 1.772,- en dat de schadevergoedingsmaatregel zal worden opgelegd. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. E.I.B. Hoffman, hebben aangevoerd.
Het vonnis
De politierechter in de rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 maanden. Ook heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 1.772,-, vermeerderd met de wettelijke rente. De politierechter heeft verdachte ook een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Het overige deel van de vordering van de benadeelde partij heeft de politierechter niet-ontvankelijk verklaard.

Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 29 april 2023 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een boot, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen boot onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.
Vrijspraak
Op de zitting van het hof is door de advocaat-generaal aangevoerd dat het feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. Van verdachte is een DNA-spoor op de kabels van de boot aangetroffen, waarvoor hij geen verklaring heeft, terwijl de kabels niet verplaatsbaar zijn.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken.

Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting in hoger beroep stelt het hof het volgende vast.

In de nacht van 28 op 29 april 2023 is de boot van aangever [benadeelde partij] gestolen in een haven in [plaats] . Aangever ziet op de beelden van de beveiligingscamera van de havenmeester dat zijn boot is weggenomen door hem onbekende personen. Op 29 april 2023 wordt de boot van aangever gesignaleerd in een sluis in [plaats] . Twee mannen varen op de boot. Beide mannen worden aangehouden voor diefstal dan wel heling van de boot. Een van beide mannen, [medeverdachte 1] , verklaart dat hij met verdachte en zijn boot naar [plaats] is gevaren op 28 april, daar bij vrienden is geweest en dat zij rond 4 uur in de ochtend weg zijn gegaan. Ze hebben de boot toen afgemeerd bij een eiland tussen [plaats] en [plaats] . Hij werd wakker en zag een boot liggen waar verdachte mee aan het klussen was. Hij heeft op zaterdag 29 april gevaren met die boot, eerst met verdachte en vervolgens met [medeverdachte 2] . Hij dacht dat de gestolen boot van verdachte was. Ook zegt hij tegen [medeverdachte 2] te hebben gelogen dat de boot van zijn stiefvader was. [medeverdachte 2] verklaart dat hij door verdachte [medeverdachte 1] is gebeld om te gaan varen op de boot van de stiefvader van [medeverdachte 1] .

Verdachte verklaart dat hij met zijn eigen boot op het eiland bij [plaats] aangemeerd lag en dat hij daar aan zijn boot aan het klussen was. Hij had een lege accu. [medeverdachte 1] heeft hij op het eiland gezien met de gestolen boot. [medeverdachte 1] aan boord geweest op de boot van verdachte. Verdachte is zelf niet bij [medeverdachte 1] aan boord geweest.

De politie heeft onderzoek gedaan aan de boot en er zijn meerdere DNA-sporen aangetroffen op de gestolen boot van aangever, te weten op het stuur van de boot, een deurtje en op losgetrokken kabels die nog wel aan de boot bevestigd zijn. Uit forensisch onderzoek is gebleken dat telkens sprake is van een DNA-mengprofielen, waarvan telkens [medeverdachte 1] een mogelijke donor is van het celmateriaal en in het geval van de kabels [medeverdachte 1] en verdachte.

Het hof is van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken. Het aangetroffen DNA-spoor waarvan verdachte een mogelijke donor is betreft een DNA-mengspoor. Daarom kan naar het oordeel van het hof niet zonder meer worden vastgesteld dat de verdachte degene is geweest die het aangetroffen DNA-spoor op de kabels heeft achtergelaten. Het hof stelt daarnaast nog vast dat zelfs wanneer dit wel zo zou zijn, niet zonder meer kan worden vastgesteld dat hij dat op het moment van het wegnemen van de boot heeft gedaan. Anders dan de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat, gelet op voornoemde omstandigheden, geen sprake is van een situatie waarin van de verdachte mag worden verwacht dat hij een aannemelijke, alternatieve verklaring geeft voor de aangetroffen DNA-sporen op de kabels. Het enige andere bewijs dat verdachte iets met het wegnemen van de boot van doen zou kunnen hebben is de verklaring van [medeverdachte 1] . Zijn verklaring is echter weinig specifiek en wisselend. Bovendien is hij degene die varend op de boot is aangetroffen en naar alle waarschijnlijkheid de (hoofd)donor van het merendeel van de aangetroffen DNA-sporen. Omdat het dossier niet meer bewijs bevat dat verdachte degene is geweest die de boot heeft weggenomen is het hof van oordeel dat hierdoor het wettige bewijs voor het tenlastegelegde feit ontbreekt en spreekt verdachte daarom hiervan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 8.947,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 1.772,00. De benadeelde partij heeft in hoger beroep niet aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof kan daarom alleen een beslissing nemen over de gevorderde schadevergoeding voor het deel dat door de rechtbank is toegewezen.

Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.
BESLISSING
Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Dit arrest is gewezen door mr. G.A. Versteeg, mr. T.H. Bosma en mr. O. Anjewierden, in aanwezigheid van de griffier mr. D. de Jong en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 2 maart 2026.

Artikel delen