Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:GHARL:2026:5861

Aanhouding in afwachting van het verloop van mediation (via rechtspraak) en het hulpverleningstraject PSO.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 September 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:GHARL:2026:5861 text/xml public 2026-09-17T12:00:33 2026-09-10 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-09-10 200.366.797/01 Uitspraak Hoger beroep NL Leeuwarden Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:5861 text/html public 2026-09-11T11:12:48 2026-09-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:5861 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 10-09-2026 / 200.366.797/01
Aanhouding in afwachting van het verloop van mediation (via rechtspraak) en het hulpverleningstraject PSO.
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.366.797/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 152630)

beschikking van 10 september 2026

in de zaak van

[verzoekster] (de moeder),

die woont in [woonplaats1] ,

verzoekster in hoger beroep,

advocaat: mr. C.F.M. Seip te Groningen,

en

[verweerder] (de vader),

die woont in [woonplaats2] ,

verweerder in hoger beroep,

advocaat: mr. J.F.A. Raatjes te Assen.

In zijn toetsende en/of adviserende taak is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming (de raad),

regio Noord Nederland, locatie Groningen.
<nr>1</nr>De procedure in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 24 december 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
<nr>2</nr>De procedure in hoger beroep 2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 17 maart 2026;

- het verweerschrift met bijlage(n);

- een journaalbericht namens de vader van 12 augustus 2026 met bijlage(n);

- een journaalbericht namens de moeder van 14 augustus 2026 met bijlage(n);

- een journaalbericht namens de vader van 20 augustus 2026 met bijlage(n);

- een journaalbericht namens de moeder van 21 augustus 2026 met bijlage(n);

- een journaalbericht namens de vader van 24 augustus 2026 met bijlage(n).
2.2
[de minderjarige1] heeft op 24 augustus 2026 gesproken met een raadsheer en een griffier van het hof. Hij heeft verteld wat hij vindt van de zorgregeling. Tijdens de zitting is een samenvatting gegeven van dit gesprek en hebben partijen daarop kunnen reageren.
2.3
De mondelinge behandeling heeft op 25 augustus 2026 plaatsgevonden. De ouders zijn verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Namens de raad is een vertegenwoordiger verschenen.
<nr>3</nr>De feiten 3.1
De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige1] , geboren [in] 2017.
3.2
Bij beschikking van 14 juli 2022 heeft de rechtbank het verzoek van de moeder tot

verkrijging van vervangende toestemming om met [de minderjarige1] naar [woonplaats1] te verhuizen en hem

in te schrijven op een basisschool in [plaats] afgewezen. Bij dezelfde beschikking heeft de

rechtbank de op dat moment bestaande zorgregeling bekrachtigd. Deze regeling houdt in dat

[de minderjarige1] de ene week van woensdag na school tot maandag naar school en de andere week van

donderdag na school tot vrijdag naar school bij de vader verblijft, plus de helft van de

vakanties en feestdagen.
3.3
De moeder is [in] 2023 gehuwd met haar nieuwe partner, met wie zij in november 2023 een zoon heeft gekregen ( [de minderjarige2] ). De vader heeft ook een nieuwe partner met wie hij binnenkort gaat samenwonen.
3.4
Bij beschikking van 7 september 2023 heeft dit hof de beschikking van de rechtbank van 14 juli 2022 bekrachtigd.
3.5
De moeder heeft de rechtbank op 22 december 2023 nogmaals gevraagd om haar vervangende toestemming te verlenen om met [de minderjarige1] te verhuizen naar [woonplaats1] en [de minderjarige1] aldaar in te schrijven op een basisschool. Bij beschikking van 12 maart 2024 heeft de rechtbank -kort gezegd- deze verzoeken afgewezen en bepaald dat [de minderjarige1] zijn hoofdverblijfplaats bij de vader zal hebben. Daarnaast is een zorgregeling vastgesteld waarbij [de minderjarige1] met ingang van de dag waarop hij zijn hoofdverblijf bij de vader heeft (tenminste) ieder weekend bij de moeder zal verblijven van zaterdag na voetbal tot maandagochtend naar school en in de weken buiten het voetbalseizoen een weekend in de twee weken van vrijdagmiddag na school tot maandagochtend naar school en in de andere week een nader te bepalen (mid)dag met overnachting, met inachtneming van het bovenstaande. De vakanties en feestdagen zullen bij helfte worden verdeeld.
3.6
De moeder staat sinds januari 2025 ingeschreven in [woonplaats1] .
3.7
De vader heeft de rechtbank bij verzoekschrift, ingekomen op 2 juli 2025, verzocht:

I. om het gezamenlijk gezag over [de minderjarige1] te beëindigen, in die zin dat hij voortaan alleen

zal zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige1] ;

II. de zorg- en contactregeling te wijzigen, in die zin dat [de minderjarige1] tijdens het voetbalseizoen

één weekend in de veertien dagen van zaterdag na voetbal tot maandagochtend naar school

en buiten het voetbalseizoen van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de moeder

verblijft, waarbij de moeder [de minderjarige1] op maandagochtend naar school brengt;

III. dat de verdeling van de vakanties en feestdagen conform randnummer 35 van zijn

verzoekschrift wordt vastgesteld;

IV. althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank juist acht.

Bij aanvullend verzoek heeft de vader verzocht te bepalen dat de zorgregeling zoals

verzocht zal worden aangevuld met een dwangsom ad € 500,-- voor iedere dag

of dagdeel dat de moeder na betekenis van het vonnis in gebreke blijft met een maximum

van € 25.000,--, althans een dusdanige hoogte van de gevorderde dwangsom en maximum

als de rechtbank juist en redelijk acht.
3.8
De moeder heeft verweer gevoerd en bij zelfstandig verzoek verzocht een regeling te treffen ten aanzien van de hoofdverblijfplaats, een (voorlopige) uitgebreidere zorgreling en het gezag, dan wel de raad opdracht te geven tot het doen van onderzoek naar wat het meest in het belang van [de minderjarige1] is.
<nr>4</nr>De omvang van het geschil 4.1
Tussen partijen is in geschil de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen hen betreffende [de minderjarige1] , en daarmee samenhangend zijn hoofdverblijfplaats, school en sport.
4.2
Bij de bestreden beschikking van 24 december 2025 is (met wijziging van de beschikking van 12 maart 2024) de volgende zorgregeling vastgesteld:

weekenden:

- in het oneven weekend is [de minderjarige1] van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de moeder, de moeder haalt en brengt [de minderjarige1] ;

- in het even weekend is [de minderjarige1] bij de vader;

doordeweeks:

- de moeder haalt [de minderjarige1] iedere week op dinsdag uit school en brengt hem op woensdag naar

school;

voetbal:

- in het weekend dat [de minderjarige1] bij de moeder verblijft, traint hij op vrijdag mee in [woonplaats1] /

[plaats] ; op dinsdag traint [de minderjarige1] in [woonplaats2] en dat blijft zo;

vakanties en overige (feest)dagen:

- [de minderjarige1] is in de even jaren de laatste drie weken van de zomervakantie bij de moeder en in de oneven jaren de eerste drie weken. De wisseldag is dan op de zondag om 12.00 uur voorafgaand aan de drie laatste weken;

- [de minderjarige1] is in de herfstvakantie in de even jaren bij de moeder en in de oneven jaren bij de vader;

- [de minderjarige1] is in de kerstvakantie in de even jaren de eerste week bij de vader, en in de tweede week bij de moeder. In de oneven jaren is [de minderjarige1] de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader;

- [de minderjarige1] is in de voorjaarsvakantie in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder;

- [de minderjarige1] is in de meivakantie in de even jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder. In de oneven jaren is [de minderjarige1] de eerste week bij de moeder en tweede week bij de vader;

- [de minderjarige1] is op Vaderdag bij de vader en op Moederdag bij de moeder, waarbij de ouders [de minderjarige1] de middag/avond voorafgaand een Vader- of Moederdag naar de andere ouder brengen en de ouder waar [de minderjarige1] verblijft hem de volgende dag naar school brengt;

- [de minderjarige1] viert zijn verjaardag in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij

de moeder.

De ouder bij wie [de minderjarige1] zijn verjaardag viert is verantwoordelijk voor het organiseren van het kinderfeestje;

- [de minderjarige1] is op de verjaardag van de vader bij de vader en als [de minderjarige1] nog niet bij de vader is, wordt hij de dag voorafgaande aan de verjaardag naar de vader gebracht;

- [de minderjarige1] is op de verjaardag van de moeder bij de moeder als [de minderjarige1] nog niet bij de moeder is, wordt hij de dag voorafgaande aan de verjaardag naar de moeder gebracht;

- [de minderjarige1] is op de verjaardag van [de minderjarige2] (halbroertje) bij de moeder, waarbij hij de dag ervoor door de moeder wordt opgehaald, mocht hij die dag nog niet bij de moeder zijn;

- [de minderjarige1] wordt op de verjaardagen van zijn opa's en oma's in de gelegenheid gesteld om de verjaardagen bij zijn opa's en oma's v.z. en m.z. bij te wonen. De ouder van wie de

vader/moeder jarig is, zorgt dan voor het halen en brengen (mocht dit nodig zijn);

- [de minderjarige1] is op margedagen / vrije dagen van school om en om bij de vader en de moeder.

De verzoeken van de vader en de moeder ten aanzien van het gezag en de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige1] zijn afgewezen.
4.3
De moeder is met twee grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. De moeder verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen voor

wat betreft de zorgregeling en te beslissen (primair):

- dat de moeder de zorg voor [de minderjarige1] heeft ofwel gedurende drie achtereenvolgende schoolweken van maandag uit school tot dinsdag naar school en daarna van woensdag uit school tot de vrijdag naar school en daarna in de vierde week van maandag uit school tot

donderdag naar school en van vrijdag uit school het weekend tot maandag (van de eerste week) naar school,

en [de minderjarige1] bij de vader verblijft gedurende drie weekenden van vrijdag uit school tot maandag naar school en daarop aansluitend de dinsdag uit school tot woensdag naar school en in de vierde week van donderdag uit school tot vrijdag naar school;

ofwel (subsidiair)

- dezelfde regeling als hiervoor omschreven maar dan met omkering van de zorg door vader/moeder,

en/of

- het halen/brengen wordt verdeeld als omschreven in productie 4 bij het beroepschrift.

- in samenhang met een wijziging van de zorgregeling de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige1] bij

de moeder zal zijn en/of de moeder vervangende toestemming te verlenen om [de minderjarige1] voor

zover mogelijk in samenspraak met de vader, in te schrijven voor een basisschool in

[woonplaats1] of [plaats] en voor zover ouders hierover geen overeenstemming kunnen

bereiken vervangende toestemming te verlenen voor inschrijving op Basisschool de

[basisschoolnaam] , [adres + postcode] [plaats] ;

- in samenhang met een wijziging van de zorgregeling waarbij [de minderjarige1] drie van de vier

weekenden bij moeder verblijft, dat [de minderjarige1] in [plaats] kan voetballen/sporten in plaats van

in [woonplaats2] . *Wanneer [de minderjarige1] in [plaats] naar school zou gaan, mag hij van de moeder wel in [woonplaats2] blijven voetballen.
4.4
De vader voert verweer en verzoekt het hof de moeder niet-ontvankelijk te verklaren en/of haar verzoeken af te wijzen met bekrachtiging van de bestreden beschikking.
<nr>5</nr>De motivering van de beslissing 5.1
De ouders zijn al jaren verwikkeld in een onderlinge strijd en voeren veel juridische procedures.

Dat deze strijd erg belastend is voor [de minderjarige1] heeft het hof tijdens het kindgesprek waargenomen, zowel zijn vader als zijn moeder zaten in de hal van het hof hetgeen gezien de spanningen tussen hen een erg ongemakkelijke situatie was. [de minderjarige1] is loyaal aan beide ouders en mist de ene ouder als hij bij de andere ouder is en andersom. [de minderjarige1] probeert op zijn jonge leeftijd van pas negen jaar naar oplossingen te zoeken om het allemaal zo ‘eerlijk’ mogelijk voor zijn ouders te verdelen (bij de ene ouder naar school en bij de andere ouder naar sport). Hier moet [de minderjarige1] echter niet mee bezig zijn, want dit is ontzettend belastend voor een kind en belemmerend voor zijn eigen ontwikkeling. De moeder heeft moeite met het loslaten van [de minderjarige1] en heeft uitgesproken dat haar angsten en triggers haar in de weg zitten. Het hof heeft de indruk dat de moeder hierdoor niet altijd inziet wat [de minderjarige1] nodig heeft. Een scheiding betekent nu eenmaal (in het algemeen) dat kinderen en ouders elkaar minder vaak zien, omdat zij ook bij de andere ouder verblijven en daar hun leven hebben. Daarnaast valt op dat de moeder blijft koersen op ‘gelijkwaardig ouderschap’. Het hof merkt hierover op dat, toen de moeder een aantal jaren geleden de beslissing nam om zo’n 50 kilometer verderop te gaan wonen, het gelijkwaardige ouderschap - in de zin van een 50/50 zorgverdeling - (praktisch gezien) onder druk is komen te staan. Frequent contact met beide ouders en overige familie is belangrijk, maar [de minderjarige1] kan zich nu eenmaal niet opsplitsen. De ontstane situatie van twee gescheiden werelden moet voor hem behapbaar blijven, in de zin van reisbewegingen, rustmomenten, duidelijkheid over het zwaartepunt van zijn sociale leefomgeving (school, sport etc.) en continuïteit in gemaakte afspraken.
5.2
Positief is dat beide ouders ter zitting hebben ingestemd met mediation om te werken aan het verbeteren van hun verstandhouding en om nadere afspraken te maken over de zorgverdeling. De insteek is dat er aandacht is voor de belemmeringen bij de ouders, zij zo nodig zicht krijgen of individuele hulp nog nodig is, en er een duidelijke basis wordt gelegd waar zij beiden achter kunnen staan, zodat zij dit gezamenlijk naar [de minderjarige1] kunnen uitdragen. Het hof zal de ouders dan ook doorverwijzen naar ‘mediation naast rechtspraak’ naar een nog te bepalen mediator, met een psychologische achtergrond. De mediationfunctionaris van het hof heeft hierover inmiddels contact gelegd met de ouders.

De ouders hebben zich daarnaast bereid verklaard om het traject Parallel Solo Ouderschap (PSO) te volgen (bijvoorbeeld bij [naam] waar zij eerder zijn geweest), zoals door de raad ter zitting is geadviseerd. Dit traject ziet op het gedeelde ouderschap en de onderlinge communicatie voor de lange termijn, waarbij de ouders leren om zich vooral te richten op hun eigen opvoedsituatie in plaats van op wat de ander al dan niet in hun ogen fout doet. Het hof draagt de ouders op om zich hiervoor aan te melden bij een jeugdhulpinstantie of andere instantie/beroepsbeoefenaar, bijvoorbeeld via een verwijzing van de huisarts of gemeente. De raad heeft aangeboden om de ouders te helpen bij de aanmelding indien nodig.
5.3
Het hof zal de zaak voor een periode van zes maanden aanhouden in afwachting van het verloop van mediation en het traject PSO. Het hof verzoekt (de advocaten van) de ouders om uiterlijk 10 maart 2027, of zoveel eerder als mogelijk of noodzakelijk, het hof schriftelijk te berichten over de stand van zaken en de gewenste voortgang/afdoeningswijze van de procedure.
5.4
Het hof gaat ervan uit dat beide ouders met het oog op de belangen van [de minderjarige1] zich volledig zullen inzetten voor een succesvol verloop van de voornoemde trajecten.
<nr>6</nr>De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:

alvorens verder te beslissen:

verwijst de ouders naar het traject ‘mediation naast rechtspraak’ naar een nog te benoemen mediator met psychologische achtergrond (ro. 5.2);

bepaalt dat de griffier van dit hof nadat de mediationfunctionaris bekend heeft gemaakt naar welke mediator partijen zijn verwezen, een afschrift van deze beschikking aan de mediator zal zenden;

draagt de ouders op om zich binnen één week na heden aan te melden voor het hulpverleningstraject PSO (ro. 5.2);

verzoekt de ouders uiterlijk op 10 maart 2027 het hof te informeren over het verloop van mediation, het traject PSO en de gewenste voortgang/afdoeningswijze van de procedure, met een afschrift hiervan aan de raad;

bepaalt dat de zaak hierna verder op de stukken zal worden afgedaan, tenzij het hof, al dan niet op gemotiveerd verzoek van een van partijen, anders beslist;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. L. Pieters, mr. M.A.F. Veenstra en mr. M. Bootsma, bijgestaan door mr. E. Klijn als griffier, en is op 10 september 2027 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Artikel delen