Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:GHSHE:2026:1739

Toepassing gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Het hof acht bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het besturen van een personenauto, terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Hoewel op zichzelf, onder meer gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, een straf zonder meer gerechtvaardigd is, ziet het hof in de persoonlijke ...

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 8 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:GHSHE:2026:1739 text/xml public 2026-07-08T17:17:17 2026-07-02 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2026-06-29 20-001407-25 Uitspraak Hoger beroep Op tegenspraak NL Middelburg Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:1739 text/html public 2026-07-08T17:15:14 2026-07-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2026:1739 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 29-06-2026 / 20-001407-25
Toepassing gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Het hof acht bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het besturen van een personenauto, terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Hoewel op zichzelf, onder meer gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, een straf zonder meer gerechtvaardigd is, ziet het hof in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het tijdsverloop van de strafzaak aanleiding te bepalen dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Parketnummer : 20-001407-25

Uitspraak : 29 juni 2026

TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 27 mei 2024, in de strafzaak met parketnummer 96-000821-24 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij het vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994’, de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken. Voorts heeft de politierechter het in beslag genomen voorwerp verbeurd verklaard.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het tenlastegelegde bewezen zal verklaren en toepassing zal geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het bestreden vonnis zal worden vernietigd, reeds omdat de politierechter heeft volstaan met een aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof is gebonden aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 29 oktober 2022 te Krabbendijke, gemeente Reimerswaal, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Rijksweg A58, als bestuurder een motorrijtuig, te weten een personenauto, van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 29 oktober 2022 te Krabbendijke, gemeente Reimerswaal, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Rijksweg A58, als bestuurder een motorrijtuig, te weten een personenauto, van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het procesdossier van de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, op ambtsbelofte opgemaakt onder zaakregistratienummer PL2000-2022287388, door verbalisant [verbalisant 1] , brigadier van de politie, gesloten d.d. 15 december 2022, bevattende een verzameling van op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van de politie met daarin gerelateerde bijlagen en met doorgenummerde dossierpagina’s 1-45.

Het hof zal, nu de verdachte heeft bekend dat hij het tenlastegelegde heeft begaan op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld en zijn raadsman dienaangaande geen vrijspraak heeft bepleit, overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met de volgende opgave van de bewijsmiddelen:

De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van dit hof op 15 juni 2026, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte;

Het proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet 1994 d.d. 29 oktober 2022, dossierpagina’s 8-9, voor zover inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] ;

Het schriftelijk bescheid, te weten een (aangetekende) brief van het CBR d.d. 4 december 2019, dossierpagina’s 43-44, gericht aan de verdachte en inhoudende het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs;

Het schriftelijk bescheid, te weten een uitdraai van het RDW-register d.d. 29 oktober 2022, dossierpagina’s 26-28;

Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 29 oktober 2022, dossierpagina’s 17-18, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte.

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Geen straf of maatregel

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof toepassing zal geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

De raadsman van de verdachte heeft een strafmaatverweer gevoerd en het hof eveneens verzocht toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om in ieder geval geen gevangenisstraf aan de verdachte op te leggen, gelet op de positieve ontwikkelingen die de verdachte de afgelopen tijd heeft doorgemaakt.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het besturen van een personenauto, terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Met zijn handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven zich weinig gelegen te laten liggen aan besluiten van een instantie die mede met het oog op de verkeersveiligheid belast is met onder meer de beoordeling van de geldigheid van rijbewijzen.

Het hof heeft gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte verklaard dat hij de afgelopen jaren hard heeft gewerkt en positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt. Hij is inmiddels clean, woont in een huurwoning, heeft zijn rijbewijs gehaald en werkt als zzp’er voor meerdere opdrachtgevers.

Bij het bepalen van de op te leggen straf, heeft het hof voorts acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 9 maart 2026, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte. Hieruit blijkt dat de verdachte meermalen is veroordeeld voor strafbare feiten. Het hof ziet echter de positieve ontwikkelingen van de afgelopen tijd, zoals door de verdediging ter terechtzitting naar voren gebracht, terug in het uittreksel. Voorts merkt het hof op dat de verdachte reeds een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht weken heeft opgelegd gekregen (politierechter 27 mei 2025, rechtbank Zeeland-West-Brabant), waarvan de proeftijd nog loopt. Hierdoor ziet het hof geen toegevoegde waarde in het opleggen van (nog) een voorwaardelijke straf.

Hoewel op zichzelf, onder meer gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, een straf zonder meer gerechtvaardigd is, ziet het hof in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het tijdsverloop van de strafzaak aanleiding te bepalen dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd. De verdediging heeft overtuigend naar voren gebracht dat de verdachte positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt en hard werkt om buiten politie en justitie te blijven. Naar het oordeel van het hof dient de verdachte de kans te krijgen om deze positieve ontwikkelingen voort te zetten. Het hof zal derhalve toepassing geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

Beslag

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven personenauto, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is dat tot het begaan van het tenlastegelegde en bewezenverklaarde is bestemd en deze onder de verdachte in beslag is genomen.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Het hof overweegt dat de personenauto (goednummer: PL2000-2022287359-1540329) weliswaar op de naam van [betrokkene] staat, maar aan de verdachte toebehoort. Uit het procesdossier (dossierpagina 24) blijkt dat alle voertuigen waarmee de verdachte in het verleden artikel 9 van de Wegenverkeerswet 1994 overtrad, steeds op de naam stonden van [betrokkene] . Het betreffende voertuig waarmee het bewezenverklaarde feit is begaan, werd blijkens de kennisgeving van inbeslagneming al twee keer eerder door de verdachte bestuurd toen hij een proces-verbaal kreeg. Verder heeft de verdachte ten overstaan van het hof verklaard dat hij al is gestraft doordat de auto in beslag is genomen en de personenauto nog een waarde van € 3.500,00 had. Ook heeft de raadsman van de verdachte betoogd dat er door een verbeurdverklaring van de personenauto al sprake is van een financiële straf voor de verdachte en verzoekt het hof daarmee rekening te houden. Er is geen verweer gevoerd tegen de verbeurdverklaring van de auto.

Gelet op het voorhanden zijnde procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting, is naar het oordeel van het hof de verdachte aan te merken als feitelijk gebruiker van de personenauto en behoort de personenauto aan de verdachte toe. De auto betreft een voorwerp waarmee het bewezenverklaarde is begaan, waardoor het hof van oordeel is dat de personenauto vatbaar is voor verbeurdverklaring. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 33, 33a en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
BESLISSING
Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd;

verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- een personenauto (kenteken: [kenteken] , merk: Ford, goednummer: PL2000-2022287359-1540329).

Aldus gewezen door:

mr. C.A. van Roosmalen, voorzitter,

mr. M.J.M.A. van der Put en mr. G.M. Goes, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. B.J.M. van de Luijtgaarden, griffier,

en op 29 juni 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Artikel delen