Het hof heeft het bestreden vonnis vernietigd en de verdachte ter zake van ‘mishandeling begaan tegen zijn levensgezel’ (feit 1 subsidiair) en ‘mishandeling’ (feit 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken, waarvan 6 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Het beroep op noodweer(exces) wordt verworpen.