ECLI:NL:HR:2025:370
Aanwezig hebben van 799,93 gram hennep (art. 3 C Opiumwet). Heeft hof gelet op Unierecht (VWEU en Verordening (EU) 2021/2115) kunnen oordelen dat tlgd. strafbaar is en CBD-olie vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, nu het gaat om hennep met THC-gehalte van minder dan 0,2% en henneptoppen alleen bedoeld zijn voor het maken van CBD-olie die eveneens minder dan 0.2% THC bevat?
HR: art. 81....
Hoge Raad 18 March 2025
ECLI:NL:HR:2025:370
text/xml
public
2025-03-18T14:38:22
2025-03-10
Raad voor de Rechtspraak
nl
Hoge Raad
2025-03-18
23/04370
Uitspraak
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
NL
Strafrecht
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:30
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:370
text/html
public
2025-03-18T14:37:56
2025-03-18
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:HR:2025:370 Hoge Raad , 18-03-2025 / 23/04370
Aanwezig hebben van 799,93 gram hennep (art. 3 C Opiumwet). Heeft hof gelet op Unierecht (VWEU en Verordening (EU) 2021/2115) kunnen oordelen dat tlgd. strafbaar is en CBD-olie vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, nu het gaat om hennep met THC-gehalte van minder dan 0,2% en henneptoppen alleen bedoeld zijn voor het maken van CBD-olie die eveneens minder dan 0.2% THC bevat?
HR: art. 81.1 RO.
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04370
Datum 18 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 november 2023, nummer 21-004887-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat in Arnhem, en S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 maart 2025.