Schietpartij in 2020 in Tilburg n.a.v. een uit de hand gelopen wapendeal. Medeplegen poging tot overdragen van vuurwapens, art. 31.1 WWM. Bewijsklacht medeplegen.
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met: 24/00654.
Hoge Raad 30 June 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1120
Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29-06-2026
Datum publicatie
30-06-2026
Zaaknummer
24/00551
Rechtsgebied
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
ECLI:NL:HR:2026:1120text/xmlpublic2026-06-30T17:04:282026-06-29Raad voor de RechtspraaknlHoge Raad2026-06-3024/00551UitspraakArtikel 81 RO-zakenCassatieNLStrafrechtConclusie: ECLI:NL:PHR:2026:496Rechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1120text/htmlpublic2026-06-30T12:55:252026-06-30Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:HR:2026:1120 Hoge Raad , 30-06-2026 / 24/00551 Schietpartij in 2020 in Tilburg n.a.v. een uit de hand gelopen wapendeal. Medeplegen poging tot overdragen van vuurwapens, art. 31.1 WWM. Bewijsklacht medeplegen.
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met: 24/00654.
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00551
Datum 30 juni 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 februari 2024, nummer 20-000468-22, in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte. 1Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M. Kuipers bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden. 4Beslissing De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze elf maanden en twee weken beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2026.