Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:HR:2026:1429

Poging tot doodslag door in 2022 in Assen naar aanleiding van ruzie in tuin van woning met mes in linkerzij van ander te steken (art. 287 Sr) en diefstal d.m.v. valse sleutels, meermalen gepleegd (art. 311.1.5 Sr). Geen middelen ingediend, verdachte n-o.

Hoge Raad 8 September 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:HR:2026:1429 text/xml public 2026-09-08T16:30:00 2026-09-07 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-09-08 25/03677 Uitspraak Cassatie Peek NL Strafrecht In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2025:4909 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:1429 text/html public 2026-09-08T11:38:18 2026-09-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:1429 Hoge Raad , 08-09-2026 / 25/03677
Poging tot doodslag door in 2022 in Assen naar aanleiding van ruzie in tuin van woning met mes in linkerzij van ander te steken (art. 287 Sr) en diefstal d.m.v. valse sleutels, meermalen gepleegd (art. 311.1.5 Sr).

Geen middelen ingediend, verdachte n-o.

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/03677

Datum 8 september 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 augustus 2025, nummer 21-001304-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de verdachte.
<nr>1</nr>Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
<nr>2</nr>Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).
<nr>3</nr>Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 september 2026.

Artikel delen