Wrakingsverzoek. De Hoge Raad verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk.
Hoge Raad 22 May 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:777
Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-05-2026
Datum publicatie
22-05-2026
Zaaknummer
26/00955
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
ECLI:NL:HR:2026:777text/xmlpublic2026-05-22T12:00:202026-05-19Raad voor de RechtspraaknlHoge Raad2026-05-2226/00955UitspraakWrakingNLBestuursrecht; BelastingrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:777text/htmlpublic2026-05-19T10:32:392026-05-22Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:HR:2026:777 Hoge Raad , 22-05-2026 / 26/00955 Wrakingsverzoek. De Hoge Raad verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk.
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN VIERDE KAMER Nummer 26/00955
Datum 22 mei 2026 BESLISSING
in de zaak van
[verzoeker] te [plaats] (hierna: verzoeker) betreffende het door verzoeker ingediende verzoek tot wraking van de hierna te noemen leden van de Hoge Raad. 1De procedure 1.1 Verzoeker heeft beroep in cassatie ingesteld in de zaak die bij de belastingkamer van de Hoge Raad is ingeschreven onder nummer 25/03965. Bij bericht van 12 maart 2026 is aan verzoeker meegedeeld dat in deze zaak op 20 maart 2026 uitspraak zal worden gedaan. Tevens is daarbij meegedeeld dat de beslissing wordt genomen door de leden van de Hoge Raad M.T. Boerlage, A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij. 1.2 Bij bericht van 18 maart 2026 heeft verzoeker de wraking verzocht van de hiervoor in 1.1 vermelde leden van de Hoge Raad. Het wrakingsverzoek is bij de Hoge Raad ingeschreven onder nummer 26/00955. 1.3 De drie leden van de Hoge Raad tegen wie het wrakingsverzoek is gericht, hebben meegedeeld dat zij niet in de wraking berusten en dat zij afzien van de mogelijkheid te worden gehoord 1.4 De advocaat-generaal W.L. Valk heeft meegedeeld af te zien van het nemen van een conclusie. 2Beoordeling van het wrakingsverzoek 2.1 Op grond van artikel 8:15 Awb kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit artikel 8:16 lid 2 Awb volgt dat het verzoek gemotiveerd moet zijn. 2.2 Ingevolge artikel 8:18 lid 3 Awb kan de meervoudige kamer in een wrakingszaak, indien het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is, zonder toepassing te geven aan het eerste en tweede lid van artikel 8:18 Awb beslissen het verzoek zonder behandeling ter zitting af te doen. Van kennelijke niet-ontvankelijkheid is onder meer sprake als niet is voldaan aan de eis van artikel 8:16 lid 2 Awb dat het verzoek is gemotiveerd. 2.3 Verzoeker heeft in zijn verzoek het volgende aangevoerd:
“Hoge raad
Zaaknummer 25 03965 Geacht hoge raad Ik heb u gemail uw box vol gestopt maar ik hoor niets van u
Dan laat u mijn een wraking verzoek neer leggen tegen boerlage en van der voort maarshall en van roij
Reden ik heb de post niet ontvangen van het ministerie financien
Dus u pakt hier van mijn een beroepsgang af
Bewijs de post van de verkeerde belasting inspectie [P1] en [P2]
[Naam en adres verzoeker]” 2.3 Het verzoek bevat geen feiten of omstandigheden die kunnen meebrengen dat de rechterlijke onpartijdigheid bij de behandeling van het beroep in cassatie schade zou kunnen lijden. Het verzoek voldoet daarmee niet aan de eis dat het is gemotiveerd. Om die reden zal de Hoge Raad het verzoek zonder behandeling ter zitting niet-ontvankelijk verklaren. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het verzoek tot wraking van M.T. Boerlage, A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P van Roij niet-ontvankelijk. Deze beslissing is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren F.J.P. Lock en G.C. Makkink, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier C.E. Cornet, en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026. Kamerstukken II 2023/24, 36463, nr. 3, p. 17