Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:OGEAA:2020:330

2 September 2020

Jurisprudentie – Uitspraken

Uitspraak

Beschikking van 25 augustus 2020

behorend bij EJ. nr. AUA201904332

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

op het verzoek van

[Naam verzoeker],

wonende in Aruba, te [adres],

VERZOEK, hierna: de vader,

procederend in persoon.

Belanghebbende:

[Naam belanghebbende], hierna de moeder,

wonende in Venezuela,

DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:

  • het verzoekschrift, ingediend op 13 december 2019,

  • het advies van de ambtenaar van de burgerlijke stand (abs), ingediend op 9 maart 2020,

  • de mondelinge behandeling van 7 juli 2020, waar zijn verschenen de vader in persoon, en voor de abs, [naam medewerker], jurist werkzaam bij de Dienst Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister. De moeder heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

DE FEITEN

2.1Uit het huwelijk tussen de vader en de moeder is op 17 december 2002 in Venezuela geboren, de thans nog minderjarige [naam minderjarige] (hierna: de zoon).

2.2Bij vonnis van 13 augustus 2009 is de echtscheiding tussen de vader en de moeder uitgesproken. Daarbij is bepaald dat de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van de zoon, die de ouders gezamenlijk dragen, zal berusten bij de moeder (“(…) en la cual se declaró la Responsabilidad de Crianza, la cual ejercemos conjuntamente, siendo a cargo de la madre, en virtud que el padre (…) actualmente reside fuera del País (…)”)

2.3Bij uitspraak van de Tribunal Tercero de Primera Instancia de Mediación y Sustanciación de Protección de Niños, Niñas y Adolescentes de la Circunscripción Judicial del Estado Aragua-sede Maracay (hierna: de Venezolaanse rechtbank) van 10 mei 2018, heeft de Venezolaanse rechter op verzoek van beide ouders bepaald dat het gezag (la custodia) over de zoon voortaan wordt uitgeoefend door de vader. Tevens heeft die rechter toestemming gegeven voor de wijziging van de verblijfplaats van de zoon.

2.4De zoon woont sinds 22 augustus 2018 in Aruba. Hij staat niet ingeschreven in het Bevolkingsregister alhier.

DE BEOORDELING

3.1Het verzoek strekt tot erkenning van voornoemd vonnis van 10 mei 2018. Bij gebreke van een daartoe strekkende wettelijke bepaling of verdrag voor de erkenning van beslissingen van rechters in Venezuela omtrent het gezag over minderjarigen, dient de vraag of voornoemd Venezolaanse vonnis van 10 mei 2018 in Aruba kan worden erkend te worden beoordeeld aan de hand van de commune internationaal privaatrechtrechtelijke regels.

3.2Bij de beantwoording van de vraag of een buitenlandse beslissing als de onderhavige voor erkenning in aanmerking komt geldt als uitgangspunt, dat die beslissing voor erkenning in aanmerking komt indien is voldaan aan de volgende drie cumulatief geldende voorwaarden, te weten:

1. de buitenlandse rechter was op een internationaal aanvaarde grond bevoegd om kennis te nemen van de zaak;

2. het vonnis is tot stand gekomen na een behoorlijke rechtspleging, en

3. erkenning van het vonnis is niet in strijd met de openbare orde.

3.3Het gerecht overweegt allereerst dat niet is gebleken dat voornoemd vonnis valselijk is opgemaakt.

3.4Voorts is naar het oordeel van het gerecht aan voornoemde drie eisen voldaan.

3.4.1Waar het betreft de eerste eis is gebleken dat de betreffende rechter van de Venezolaanse rechtbank, de rechter van de woonplaats van de minderjarige was, hetgeen ook naar internationale maatstaven een grond voor de rechterlijke bevoegdheid vormt.

3.4.2Ten aanzien van de procesgang overweegt het gerecht, dat sprake is van een gemotiveerd vonnis na gedegen onderzoek van voornoemde rechtbank. Naar het oordeel van het gerecht was aldus sprake van een behoorlijke procesgang.

3.4.3Tot slot is de voogdijvoorziening zoals in voornoemd vonnis is gegeven, niet strijdig met de Arubaanse openbare orde.

3.5Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het verzoek zal worden toegewezen.

DE BESLISSING

Het gerecht:

erkent de rechtsgeldigheid in Aruba van de uitspraak van de “Tribunal Tercero de Primera Instancia de Mediación y Sustanciación de Protección de Niños, Niñas y Adolescentes de la Circunscripción Judicial del Estado Aragua-sede Maracay” van 10 mei 2018, voor zover daarbij de heer [naam verzoeker] is belast met het gezag over zijn zoon, [naam minderjarige], geboren [geboortedatum] 2002 in Venezuela, en het hoofdverblijf van de zoon bij de vader is bepaald.

Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van dinsdag 25 augustus 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.

Artikel delen