Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:OGEAA:2025:390

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het gedurende langere tijd verkopen en bezitten van hennep en cocaïne. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 7 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:OGEAA:2025:390 text/xml public 2026-08-07T11:58:35 2026-08-07 Raad voor de Rechtspraak nl Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 2025-11-10 338 van 2025 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2025:390 text/html public 2026-08-07T11:58:05 2026-08-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:OGEAA:2025:390 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 10-11-2025 / 338 van 2025
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het gedurende langere tijd verkopen en bezitten van hennep en cocaïne. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Parketnummer: P-2025/00666

Zaaknummer: 338 van 2025

Uitspraak van: 10 november 2025

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans gedetineerd in het [detentieplaats] in Aruba,

hierna: de verdachte.
<nr>1</nr>Onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting op 26 juni 2025 (pro forma), en 24 oktober 2025 en 10 november 2025 (inhoudelijke behandeling).

Ter terechtzitting waren aanwezig de officier van justitie mr. A. Schotman, de verdachte en zijn raadsman, mr. V.A.V. Carlo, advocaat in Aruba.

Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie en van wat de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.
<nr>2</nr>Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd:

1. dat hij in of omstreeks de periode van 20 maart 2025 tot en met 21 maart 2025 in Aruba, meermalen, althans eenmaal (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk hennep, althans enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt heeft ingevoerd, vervoerd, in bezit en/of aanwezig heeft gehad;

2. dat hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 28 maart 2025 in Aruba meermalen, althans eenmaal opzettelijk hennep, in ieder geval enige gebruikelijk bereiding waaraan hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt heeft verkocht, afgeleverd vervoerd, in bezit en/of aanwezig heeft gehad;

3. dat hij in of omstreeks de periode van juni 2023 tot en met 28 maart 2025 in Aruba meermalen, althans eenmaal opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, in elk geval enige bereiding van deze stof, heeft verkocht, afgeleverd, vervoerd, in bezit en/of aanwezig heeft gehad.
<nr>3</nr>Formele voorvragen 3.1
Geldigheid dagvaarding en bevoegdheid

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is en dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak.
3.2
Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie
3.2.1
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft – overeenkomstig de overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitnota – primair bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de strafvervolging van de verdachte. Het Gerecht heeft uit de stellingen van de raadsman begrepen dat de verdediging daaraan ten grondslag legt dat geen sprake kan zijn van een behandeling van de zaak die voldoet aan de eisen van een eerlijk proces, nu uit analyse van de videoverhoren van de verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en van de kopers [koper 1] en [koper 2] is gebleken dat grote en cruciale delen van de verhoren niet zijn opgenomen in de processen-verbaal van verhoor en dat bovendien grote vraagtekens kunnen worden gezet bij het verhoor van de koper [koper 3], dat al helemaal niet is opgenomen. Voorts geldt dat de verhoren van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en van de kopers [koper 1] en [koper 2] niet vrij en ongedwongen tot stand zijn gekomen, omdat de verbalisanten deze zodanig hebben gestuurd en de verdachten zodanig onder druk hebben gezet dat zij niet anders konden dan de verdachte aanwijzen als de eigenaar van de marihuana en de handelaar in verdovende middelen.
3.2.2
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht het verzoek tot niet-ontvankelijkheid af te wijzen, omdat geen sprake is van een vormverzuim en/of een gang van zaken die zich niet verdraagt met de eisen van een eerlijk proces. Bij de verhoren waarop de verdediging doelt is niet sturend opgetreden, zij kunnen niet als onbetrouwbaar worden aangemerkt. Laat staan dat van niet-ontvankelijkheid kan worden gesproken. Daarvan is slechts in uitzonderlijke gevallen sprake, en dat is hier zeker niet aan de orde.
3.2.3
Het oordeel van het Gerecht

Voor zover de verdediging heeft betoogd dat grote en cruciale delen van de verhoren van medeverdachten niet aan het proces-verbaal zijn toevertrouwd, mist dat feitelijke grondslag. Het proces-verbaal geeft, zo heeft de rechter geconstateerd, een zakelijke weergave van hetgeen is besproken en is dus onherroepelijk anders dan wat woordelijk tijdens het verhoor is besproken. Dit betekent niet dat de recherche daarmee (al dan niet doelbewust) cruciale onderdelen van het verhoor niet heeft willen opschrijven. Dat dit zou zijn gebeurd, is in geen van de door de raadsman bedoelde gevallen gebleken. Van een oneerlijk proces is in zoverre al geen sprake.

Daarbij komt dat de raadsman kennis heeft kunnen nemen van de volledige videoverhoren, zodat de verdediging de volledigheid van de processen-verbaal heeft kunnen controleren en zijn verweer daarop heeft kunnen inrichten, wat ook is gebeurd. Het Gerecht heeft de videoverhoren bovendien aan het dossier toegevoegd en deze zijn ter terechtzitting besproken. Alleen het verhoor van [koper 3] is kennelijk niet opgenomen, maar ten aanzien van deze persoon heeft de verdediging ook niet aangegeven wat in diens verklaring zou missen.

Verder is het de rechter gebleken dat de recherche aan de diverse medeverdachten (koeriers/kopers) stevige en ook suggestieve vragen heeft gesteld, maar dat dat is naar het oordeel van het Gerecht nog steeds in lijn met de eisen van een eerlijk proces. De recherche mag in beginsel suggestieve vragen stellen. Als het gaat om zeer suggestieve, sturende of dwingende vragen, dan zou dit mogelijk de betrouwbaarheid van die verklaringen als bewijsmiddel kunnen raken. De verdediging heeft in dat geval echter de gelegenheid die betrouwbaarheid in zijn verweer aan de orde te stellen, hetgeen in het onderhavige geval ook uitvoerig en met verwijzing naar de inhoud van de (video- en in het proces-verbaal opgenomen) verhoren is gebeurd.

Gelet op al het voorgaande is het Gerecht van oordeel dat niet kan worden geoordeeld dat geen sprake is van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM. Het verweer wordt verworpen. Het Openbaar Ministerie is ontvankelijk in de vervolging van de verdachte.
3.3
Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn er geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.
<nr>4</nr>Waardering van het bewijs 4.1
Inleiding

Op 20 maart 2025 is de medeverdachte [medeverdachte 1] op de luchthaven Reina Beatrix Aruba onderschept met 3.070 gram marihuana in zijn koffer. Medeverdachte [medeverdachte 3] zat op dezelfde vlucht als [medeverdachte 1]. Op 21 maart 2025 is de medeverdachte [medeverdachte 2] op de luchthaven Reina Beatrix Aruba onderschept met 3.428 gram marihuana in zijn koffer. Medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zijn veroordeeld voor (het medeplegen van) de invoer van marihuana.

In de mobiele telefoon van [medeverdachte 1] is een chatgesprek aangetroffen waarin [medeverdachte 3] tegen [medeverdachte 1] zegt: “I’m already outside, the guy is waiting”. Zowel [medeverdachte 1] als [medeverdachte 2] hebben verklaard dat zij de aangetroffen marihuana onder meer voor verdachte hebben ingevoerd. In de telefoon van verdachte zijn meerdere gesprekken aangetroffen over verdovende middelen en meerdere kopers hebben verklaard in het verleden marihuana en/of cocaïne van verdachte te hebben gekocht. Ook zijn vriendin heeft verklaard dat hij marihuana verkoopt.
4.2
Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen en heeft gevorderd dat de verdachte daarvoor zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) jaren, met aftrek van voorarrest. Ten aanzien van feit 1 zijn op twee momenten marihuana in koffers aangetroffen die positief zijn getest. Belastende verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bevestigen dat een deel van de marihuana voor verdachte bestemd was. Deze verklaringen worden als bruikbaar bewijs beschouwd, ondanks dat de verdachte tijdens de zitting anders verklaarde, omdat de eerdere verklaringen specifiek en daarmee geloofwaardig zijn. Ten aanzien van feiten 2 en 3 zijn kopers en getuigen gehoord, waaronder de vriendin van de verdachte en de kopers [koper 3], [koper 1] en [koper 2], en chatgesprekken tussen verdachte en kopers aangetroffen. Deze gesprekken tonen prijzen, beschikbaarheid, afspraken en foto’s van een zakje cocaïne. Er is voldoende wettig en overtuigend bewijs voor alle drie de feiten.
4.3
Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, overeenkomstig de overgelegde en aan het procesdossier toegevoegde pleitnota, subsidiair bepleit dat verdachte van alle drie de tenlastegelegde feiten dient te worden vrijgesproken, nu deze feiten niet wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. De verdediging stelt zich op het standpunt dat het dossier geen objectief en verifieerbaar bewijs bevat waaruit volgt dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de invoer, het bezit of de (grootschalige) handel in verdovende middelen.

De verdenking berust hoofdzakelijk op verklaringen van koeriers en vermeende afnemers, die allen zelf als verdachten zijn aangemerkt en derhalve een evident eigenbelang hebben om belastend te verklaren. Deze verklaringen zijn afgelegd na sturende en suggestieve verhoren, waarbij betrokkenen zijn geconfronteerd met de persoon en de foto van verdachte. Daarmee ontbreekt de vereiste waarborg voor de betrouwbaarheid van deze verklaringen. Bovendien vinden zij geen steun in onafhankelijk bewijsmateriaal.

Ten aanzien van de invoer ontbreekt voorts ieder bewijs dat verdachte een actieve of wezenlijke bijdrage heeft geleverd, dan wel dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met de koeriers. Van medeplegen of een andere strafrechtelijk relevante betrokkenheid is niet gebleken.

Objectieve aanwijzingen voor handel in verdovende middelen ontbreken eveneens. Bij verdachte zijn geen handelsvoorraden, geen aanzienlijke hoeveelheden contant geld, geen administratie en geen gebruiksvoorwerpen aangetroffen die kenmerkend zijn voor professionele handel. Evenmin bevatten de stukken observaties, financiële gegevens of andere feiten waaruit een structureel of grootschalig handelen kan worden afgeleid.

Ook de aangetroffen WhatsApp-gesprekken leveren geen toereikend bewijs op. De inhoud daarvan is hooguit suggestief en kenmerkt zich door ambigu taalgebruik. Uit deze gesprekken blijkt niet dat daadwerkelijk verdovende middelen zijn geleverd of dat sprake is geweest van voltooide transacties. Gesprekken of afspraken zonder concrete uitvoering zijn onvoldoende om bezit of handel te bewijzen.
4.4
Het oordeel van het Gerecht
4.4.1
Vrijspraak ten aanzien van feit 1

Het Gerecht acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 ten laste gelegde heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken. Het Gerecht overweegt hiertoe als volgt.

Uit het dossier kan weliswaar worden afgeleid dat sprake is geweest van de invoer van marihuana door anderen, maar niet kan worden vastgesteld dat ook de verdachte daarbij als medepleger betrokken is geweest. Ook indien zou worden uitgegaan van de juistheid van de verklaringen dat de ingevoerde marihuana aan de verdachte toebehoorde, levert dit op zichzelf nog geen bewijs op voor medeplegen van de invoer. Uit die enkele vaststelling volgt immers nog niet een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten met betrekking tot het hebben en vervoeren/invoeren van die marihuana. Dit terwijl enige uitvoerende handeling van de verdachte en/of van enige afspraak/overleg over (de invoer van) niet uit de bewijsmiddelen volgt. Het dossier biedt derhalve onvoldoende duidelijkheid over de rol en betrokkenheid van de verdachte bij de invoer van marihuana.
4.4.2
Ten aanzien van het onder feiten 2 en 3 tenlastegelegde

De verdachte heeft ter terechtzitting van 10 november 2025 verklaard dat hij toeristen slechts doorverwees naar de personen bij wie zij verdovende middelen konden krijgen.

Gelet op de inhoud van de hierna te noemen bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, stelt het Gerecht vast dat de verdachte hennep en cocaïne heeft verhandeld en in bezit en aanwezig had. Dit volgt uit de in zijn mobiele telefoon aangetroffen WhatsApp-gesprekken en uit de door het Gerecht gebezigde verklaringen van de kopers en zijn vriendin. Anders dan de verdediging heeft aangevoerd, acht het Gerecht de voor het bewijs gebezigde verklaringen van kopers bruikbaar voor het bewijs. Het Gerecht is het niet met de verdediging dat deze kopers door de recherche op ontoelaatbare wijze zouden zijn ‘gestuurd’ en/of ‘beïnvloed’. Het Gerecht heeft de desbetreffende verhoren gelezen en ziet daarin onvoldoende aanknopingspunten voor deze stelling. Ook overigens zijn er in hetgeen de verdediging heeft aangevoerd onvoldoende aanknopingspunten voor de onbetrouwbaarheid van de desbetreffende verklaringen terug te vinden. Daarbij betrekt het Gerecht dat die verklaringen juist betrouwbaar kunnen worden geacht omdat zij nadrukkelijk worden ondersteund door de gebezigde whatsapp-gesprekken waarin naar het oordeel van het Gerecht overduidelijk over (de handel in) verdovende middelen wordt gesproken. Bovendien wordt al het voorgaande bewijs gesteund door de verklaring van de verdachte dat hij optrad als tussenpersoon bij de handel in verdovende middelen.
4.4.3
Conclusie

Op grond van het voorgaande acht het Gerecht bewezen dat de verdachte zich in de ten laste gelegde periode heeft schuldig gemaakt aan het opzettelijk verkopen, afleveren, vervoeren, in bezit en aanwezig hebben gehad van hennep en cocaïne. Het onder 2 en 3 ten laste gelegde is dan ook wettig en overtuigend bewezen.
4.4.4
Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feiten 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:

2. dat hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 28 maart 2025 in Aruba meermalen, althans eenmaal opzettelijk hennep, in ieder geval enige gebruikelijk bereiding waaraan hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt heeft verkocht, afgeleverd, vervoerd, in bezit en/of aanwezig heeft gehad;

3. dat hij in of omstreeks de periode van juni 2023 tot en met 28 maart 2025 in Aruba meermalen, althans eenmaal opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, in elk geval enige bereiding van deze stof, heeft verkocht, afgeleverd, vervoerd, in bezit en/of aanwezig heeft gehad.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.
4.4.5
Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.

Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Aruba.

Voor zover geschriften worden gebruikt, worden deze slechts gebruikt in samenhang met de inhoud van andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit of dezelfde feiten betrekking hebben.

* De verklaring van de verdachte , op 10 november 2025 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende:

U vraagt mij of ik mij bezighield met handel in verdovende middelen. Ja, maar als derde, als tussenpersoon. Ik werk namelijk al ongeveer 25 jaar met toeristen. Toeristen vragen mij regelmatig om hulp bij van alles, ook bij het vinden van verdovende middelen. In dat laatste geval verwijs ik hen door naar anderen.

Ten aanzien van het mij voorgehouden chatgesprek van 21 augustus 2024, waarin wordt gesproken over blow en snow, verklaar ik dat ik daarmee bedoel ik dat ik mensen doorverwijs naar derden. Ten aanzien van het mij voorgehouden chatgesprek van 11 november 2024 waarin wordt gesproken over “I have bags of…”, verklaar ik dat deze berichten zijn bedoeld om vertrouwen op te wekken.

* Een proces-verbaal van bevinding gesprek Internationale Telefoonnummers d.d. 14 april 2024 (bijlage 8), voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisant :

*Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte [koper 3] d.d. 1 april 2025 (bijlage 48), voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte [koper 3] :

De vetgedrukte zinnen zijn de door mij gestelde vragen aan de verdachte.

De lichtgedrukte zinnen zijn de antwoorden van de verdachte.

De schuingedrukte woorden zijn de door mij gemaakte opmerkingen.

Weet je als [verdachte] verdovende middelen aan derden verkoopt?

Ja, ik weet dat hij marihuana verkoopt. In het gesprek tussen mij en [verdachte] kunnen jullie zien dat ik hem voor prijzen vraag maar deze zijn voor toeristen.

Aan de verdachte [koper 3] werd een foto van de verdachte [verdachte] getoond.

Wat kan je ons over deze persoon vertellen?

Ja, dat is [verdachte].

Wanneer was de eerste keer dat je van [verdachte] verdovende middelen had gekregen.

Sinds 2012 als ik wiet nodig heb dan kan ik altijd bij hem krijgen.

Wanneer was de laatste keer dat je verdovende middelen van hem hebt gekregen?

Als ik mij niet vergis had ik hem 3 weken geleden ontmoet en hadden wij samen marihuana gerookt.

Van wie kwam je te weten dat [verdachte] verdovende middelen verkoopt?

Ik heb zelf gezien dat hij wiet verkoopt. Hij heeft altijd veel wiet bij zich en waarom zou jij anders wiet bij je hebben.

*Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte [koper 1] d.d. 1 april 2025 (bijlage 51), voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte [koper 1] :

De vetgedrukte zinnen zijn de door mij gestelde vragen aan de verdachte.

De lichtgedrukte zinnen zijn de antwoorden van de verdachte.

De schuingedrukte woorden zijn de door mij gemaakte opmerkingen.

Aan de verdachte [koper 1], werd in de mobiele telefoon van de verdachte [verdachte] een spraakbericht aangetroffen die blijkbaar over een deal ging. Voornoemd spraakbericht werd voor de verdachte [koper 1] afgespeeld.

Wat kan je hierover vertellen?

Ja, klopt. [Verdachte] had aan mij een deal gegeven van 10 dollar per gram en dat bleek later 14 dollar te zijn. Ik had 100 dollar wiet voor mijzelf gekocht en 100 florin voor een vriend van mij.

Aan de verdachte [koper 1] werd een foto van de verdachte [verdachte] getoond.

Wat kan je ons over deze persoon vertellen?

Ja, dat is [verdachte].

Wanneer was de eerste keer dat je van [verdachte] marihuana had gekocht?

Ongeveer 10 jaren geleden.

Wanneer was de laatste keer dat je marihuana van hem had gekregen?

September 2024.

*Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte [koper 2] d.d. 2 april 2025 (bijlage 54), voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte [koper 2] :

De vetgedrukte zinnen zijn de door mij gestelde vragen aan de verdachte.

De lichtgedrukte zinnen zijn de antwoorden van de verdachte.

De schuingedrukte woorden zijn de door mij gemaakte opmerkingen.

Van wie koop je de verdovende middelen die je consumeert?

Nu koop ik mijn drugs van [verdachte].

Aan de verdachte [koper 2] werd een foto van de verdachte [verdachte] getoond.

Wat kan je ons over deze persoon vertellen?

Ja, dat is [verdachte] die ik bedoel.

Hoe vaak koop je cocaïne van [verdachte]?

Ik koop normaliter 10 gram cocaïne van hem. Dit houdt mij 2 a 3 weken vol. Daarna koop ik weer 10 gram cocaïne van hem.

Hoeveel betaal je voor de marihuana die je consumeert?

Ik betaal 25,- Florin voor de marihuana, hiervoor krijg ik 5 gram marihuana.

Kan je ons uitleggen hoe de drugshandel tussen jou en [verdachte] plaatsvindt?

Als ik hem zie, vraag ik voor wat ik wil en hij overhandigde mij de drugs.

Wanneer was de eerste keer dat je van [verdachte] marihuana had gekocht?

Dus in de maand juni 2023 was de eerste keer dat jij verdovende middelen van [verdachte] had gekocht?

Ja, dat klopt.

Wanneer was de laatste keer dat je verdovende middelen van hem had gekregen?

Vorige maand had ik cocaïne voor het laatst van hem gekocht.

*Een proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige] d.d. 2 april 2024 (bijlage 58), voor zover inhoudende, als verklaring van de getuige [getuige] :

De vetgedrukte zinnen zijn de door mij gestelde vragen aan de verdachte.

De lichtgedrukte zinnen zijn de antwoorden van de verdachte.

De schuingedrukte woorden zijn de door mij gemaakte opmerkingen.

Aan [getuige] werd uitgelegd dat het handelen, bezitten en verkopen van marihuana illegaal is en dat hier op Aruba als drugs wordt beschouwd.

Dus jij wordt nu opnieuw gevraagd, verkoopt [verdachte] verdovende middelen?

Ja, hij verkoopt wiet. Sinds ik hem ken wist ik dat hij wiet verkocht. Dit was ongeveer in het jaar 2021.

Hoe vaak had [verdachte] tegen jouw gezegd dat hij marihuana moest afleveren?

Ik kan het niet precies zeggen hoeveel keren, maar zeker 1 keer per week.
<nr>5</nr>De kwalificatie en de strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd/Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 2: opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid, onder B en C, van de Landsverordening verdovende middelen, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Landsverordening verdovende middelen.

Feit 3: opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, onder B en C, van de Landsverordening verdovende middelen, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Landsverordening verdovende middelen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
<nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.
<nr>7</nr>Oplegging van de straf 7.1
De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte ter zake van de onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) jaren, met aftrek van voorarrest.
7.2
Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft strafmaatverweer gevoerd en daartoe bepleit dat aan de verdachte een straf wordt opgelegd gelijk aan de duur van zijn voorarrest althans dat strafvermindering dient te worden toegepast.
7.3
Het oordeel van het Gerecht

Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het gedurende langere tijd verkopen en bezitten van hennep en cocaïne. Hennep en cocaïne zijn voor de gezondheid van personen zeer schadelijke stoffen. De handel in verdovende middelen gaan vaak gepaard met overlast en vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door de gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stoffen. Hiermee wordt ernstige schade toegebracht aan de veiligheid van het land en de inwoners.

Het Gerecht houdt er rekening mee dat verdachte recentelijk is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. Dat wordt in strafverzwarende zin meegenomen.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, en mede in acht genomen de straffen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd, en gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals gebleken ter terechtzitting, tot de slotsom gekomen dat na te noemen gevangenisstraf passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.
<nr>8</nr>Het beslag 8.1
De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven mobiele telefoon gevorderd dat deze verbeurd zal worden verklaard.
8.2
Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de mobiele telefoon terug te geven aan de verdachte.
8.3
Het oordeel van het gerecht

De op de beslaglijst vermelde mobiele telefoon is vatbaar voor verbeurdverklaring. Met behulp van dit voorwerp is het bewezenverklaarde begaan. Het Gerecht zal daarom de verbeurdverklaring gelasten.
<nr>9</nr>Voorlopige hechtenis
Naar aanleiding van de behandeling van de strafzaak op 10 november 2025 en de genomen beslissingen in bovenvermelde zaak- en parketnummer, zoals mondeling op diezelfde dag uitgesproken, is het Gerecht van oordeel dat de voorlopige hechtenis moet worden opgeheven.
<nr>10</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:62, 1:67, 1:68, 1:117, 1:136 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

DE BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de strafvervolging van de verdachte;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 1 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van veertien [14] maanden;

bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, groot zeven [7] maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte, dan als veroordeelde, zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op drie [3] jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

verklaart verbeurd de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven witte mobiele telefoon, van het merk Apple Iphone 15 Promax, in een geel hoesje (zie bijlage 62);

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Lensink, rechter, bijgestaan door mr. S.M. Eman, (zittingsgriffier), en op 10 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht.

Uitspraakgriffier:

Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Aruba (Algemene Dient, Unit Narcotica) d.d. 20 juni 2025, geregistreerd onder proces-verbaalnummers P-2025/00621, P-2025/00625, P-2025/00641 en P-2025/00666 en de onderzoeksnaam “Donnell Ross”.

Artikel delen