Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:OGEAA:2026:164

EJ. Verzoeken ex artikel 166 lid 2 Rv en 843a Rv worden beschouwd als incidentele verzoeken in de bodemprocedure. Verzoek tot voeging wordt beschouwd als een incidenteel verzoek in de bodemprocedure

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 6 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:OGEAA:2026:164 text/xml public 2026-07-06T14:55:44 2026-07-06 Raad voor de Rechtspraak nl Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 2026-03-04 AUA202502669 EJ en AUA202503806 EJ Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2026:164 text/html public 2026-07-06T14:55:04 2026-07-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:OGEAA:2026:164 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 04-03-2026 / AUA202502669 EJ en AUA202503806 EJ
EJ. Verzoeken ex artikel 166 lid 2 Rv en 843a Rv worden beschouwd als incidentele verzoeken in de bodemprocedure. Verzoek tot voeging wordt beschouwd als een incidenteel verzoek in de bodemprocedure

Beschikking van 4 maart 2026

Behorend bij AUA202502669 EJ en AUA202503806 EJ

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak met nummer AUA202502669 van:

de naamloze vennootschap

ARUBA BUCUTI BEACH HOTEL N.V.,

gevestigd in Aruba,

verzoekster,

hierna te noemen: Bucuti,

gemachtigden: de advocaten mrs. P.R.C. Brown en R.J. Cera,

tegen

de openbare rechtspersoon

HET LAND ARUBA,

zetelend in Aruba,

verweerster,

hierna te noemen: het Land,

gemachtigde: de advocaat mr. D.C.A. Crouch,

en in de zaak met nummer AUA202503806 van:

de naamloze vennootschap

MANCHEBO BEACH HOTEL N.V.,

gevestigd in Aruba,

verzoekster,

hierna te noemen: Manchebo,

gemachtigden: de advocaten mrs. A.A. Ruiz, B.F.H. Croes en M.R.M. Reinkemeyer,

tegen

de naamloze vennootschap

ARUBA BUCUTI BEACH HOTEL N.V.,

gevestigd in Aruba,

verweerster,

hierna te noemen: Bucuti,

gemachtigden: de advocaten mrs. P.R.C. Brown en R.J. Cera,

en

de openbare rechtspersoon

HET LAND ARUBA,

zetelend in Aruba,

verweerster,

hierna te noemen: het Land,

gemachtigde: de advocaat mr. D.C.A. Crouch.
<nr>1</nr>DE PROCEDURE 1.1
Het verloop van de procedure in zaaknummer AUA 202502669 blijkt uit:

het verzoekschrift van Bucuti met producties, ingediend op 25 augustus 2025;

het verweerschrift van het Land met producties, ingediend op 11 november 2025.
1.2
Het verloop van de procedure in zaaknummer AUA202503806 blijkt uit:

het verzoekschrift van Manchebo met een incidenteel verzoek tot voeging, met producties, ingediend op 11 november 2025;

het verweerschrift van het Land naar aanleiding van het verzoek tot voeging, ingediend op 19 januari 2026;

het verweerschrift van Bucuti naar aanleiding van het verzoek tot voeging, ingediend op 19 januari 2026.
1.3
Beschikking in beide zaken is bepaald op heden.
<nr>2</nr>HET GESCHIL
In zaaknummer AUA202502669
2.1
Bucuti heeft het Gerecht verzocht om:

a. een voorlopig getuigenverhoor te bevelen met benoeming van een rechter-commissaris voor wie dit getuigenverhoor zal worden gehouden (ex artikel 166 lid 2 Rv);

b. de inzage te gelasten of afgifte te bevelen van alle in haar verzoekschrift genoemde bescheiden (ex artikel 843a Rv).
2.2
Het Land heeft gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van de verzoeken.

In zaaknummer AUA202503806
2.3
Manchebo heeft het Gerecht verzocht om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. Manchebo, voor zover het Gerecht de verzoeken van Bucuti in de hoofdzaak als incidenten in de bodemzaak met zaaknummer AUA202502628 aanmerkt, toe te laten als voegende partij en haar toestemming te verlenen tot het nemen van een conclusie van antwoord in voornoemde incidenten;

II. Manchebo, voor zover het Gerecht van oordeel is dat de verzoeken van Bucuti in de hoofdzaak als zelfstandige verzoeken in een afzonderlijke procedure moeten worden beschouwd, aan te merken als belanghebbende en haar toe te staan een verweerschrift in te dienen.
2.4
Het Land heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het Gerecht.
2.5
Bucuti heeft gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van de verzoeken van Manchebo.
<nr>3</nr>DE BEOORDELING
In zaaknummer AUA202502669 EJ
3.1
Bucuti heeft op 21 augustus 2025 een (bodem)procedure tegen het Land aanhangig gemaakt (zaaknummer AUA202502628 AR, hierna: de bodemprocedure). In die procedure vordert Bucuti (samengevat) dat het het Land wordt bevolen om een deel van het perceel [perceel nummer] in erfpacht uit te geven aan Bucuti. Manchebo heeft in de bodemprocedure een “incidentele vordering tot voeging en tussenkomst” ingediend.
3.2
In deze (EJ-)procedure heeft Bucuti op 25 augustus 2025 een verzoek ingediend, strekkende tot het gelasten van een getuigenverhoor en tot inzage en/of afgifte van bescheiden. Het Gerecht heeft bij nadere bestudering van het dossier geconstateerd dat Bucuti haar verzoeken zelf heeft benoemd als incidentele verzoeken in de bodemprocedure. Het verzoekschrift is door het Gerecht echter abusievelijk aangemerkt een extrajudiciële procedure met een afzonderlijk zaaknummer.
3.3
Het Gerecht zal daarom, gelet op de artikelen 166 lid 2 Rv en 843a Rv, de verzoeken van Bucuti in deze (EJ-)procedure, zoals Bucuti ook heeft verzocht, aanmerken als incidentele vorderingen in de bodemprocedure. Dit betekent dat de EJ-procedure met zaaknummer AUA202502669 zal worden doorgehaald en dat in de bodemprocedure zal worden beslist op de verzoeken van Bucuti tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor en tot inzage en/of afgifte van bescheiden. Het verweerschrift, dat het Land op 11 nov 2025 indiende in de EJ-procedure, zal worden aangemerkt als conclusie van antwoord in de incidenten in de hoofdzaak.

In zaaknummer AUA202503806 EJ
3.4
Ook het verzoek tot voeging van Manchebo is abusievelijk als een afzonderlijke EJ-procedure aangemerkt. Verder heeft het Gerecht ambtshalve geconstateerd dat Manchebo ook in de bodemprocedure heeft verzocht om zich aan de zijde van het Land te mogen voegen, althans te mogen tussenkomen. Manchebo heeft, naar aanleiding van de incidentele verzoeken van Bucuti, verzocht om ook een verweerschrift te mogen indienen tegen het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor en de verzochte inzage in en afgifte van bescheiden.
3.5
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal ook de EJ- procedure met zaaknummer AUA202503806 worden doorgehaald zal en het verzoek tot voeging van Manchebo als incident in de bodemprocedure worden beschouwd. De door het Land en Bucuti ingediende verweerschriften van 19 januari 2026 zullen worden beschouwd als aanvulling op de conclusies van antwoord in het incident tot tussenkomst/voeging, die het Land en Bucuti op 18 februari 2026 in de bodemprocedure hebben genomen.
3.6
Het voorgaande betekent dat in de bodemprocedure zal worden beslist op de incidenten (i) tot voeging/tussenkomst van Manchebo, (ii) tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor, en (iii) tot inzage in / overlegging van bescheiden.
<nr>4</nr>BESLISSING:
In de zaak met zaaknummer AUA202502669 EJ
4.1
bepaalt dat de verzoeken van Bucuti ex artikel 166 lid 2 Rv en 843a Rv worden beschouwd als incidentele verzoeken in de bodemprocedure met zaaknummer AUA202502628 AR en dat het verweerschrift van het Land van 11 november 2025 geldt als conclusie van antwoord in de hiervoor genoemde incidenten in de bodemprocedure;
4.2
bepaalt dat de EJ-procedure met zaaknummer AUA202502669 zal worden doorgehaald;

In de zaak met zaaknummer AUA202503806 EJ
4.3
bepaalt dat het verzoek van Manchebo tot voeging wordt beschouwd als een incidenteel verzoek in de bodemprocedure met zaaknummer AUA202502628 AR en dat de verweerschriften van het Land en Bucuti van 19 januari 2026 gelden als aanvullende conclusie van antwoord in het incident tot tussenkomst / voeging in de bodemprocedure;
4.4
bepaalt dat de EJ-procedure met zaaknummer AUA202503806 zal worden doorgehaald.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. Brandt, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 4 maart 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Artikel delen