Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 10 August 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:OGEABES:2025:181
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
10-08-2026
Datum publicatie
10-08-2026
Zaaknummer
BON202500073
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:OGEABES:2025:181text/xmlpublic2026-08-10T17:12:232026-08-10Raad voor de RechtspraaknlGerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba2025-12-30BON202500073UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2025:181text/htmlpublic2026-08-10T17:11:282026-08-10Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:OGEABES:2025:181 Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 30-12-2025 / BON202500073 Eindbeschikking. Voorlopige omgangsregeling definitief vastgesteld.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire Registratienummer: BON202500073
Datum uitspraak: 30 december 2025 BESCHIKKING op het verzoek van: [de moeder],
wonende te Bonaire,
hierna: de moeder,gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,
en
[de vader],
wonende te Bonaire,
hierna: de vader,procederende in persoon,
met betrekking tot het minderjarige kind:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteland] (hierna: [de minderjarige]). In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES is gekend: de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad). 1Het procesverloop1.1. Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 12 november 2025, waarin een definitieve bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] en een voorlopige omgangsregeling tussen de vader en [de minderjarige] is vastgesteld. Bovendien is beslist dat de voorlopige omgangsregeling zal worden geëvalueerd op een terechtzitting van 10 december 2025. 1.2. Op 9 december 2025 heeft de rechter in het bijzijn van de griffier, buiten de aanwezigheid van anderen, met [de minderjarige] gesproken. 1.3. De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 december 2025. De moeder is verschenen, bijgestaan door mr. Van Lieshout. De vader is verschenen. Namens de Voogdijraad waren de [medewerker Voogdijraad 1] en [medewerker Voogdijraad 2] aanwezig. 1.4. Ten slotte is de beschikking bepaald op heden. 2De verdere beoordeling2.1. In de beschikking van 12 november 2025 is het volgende overwogen. De Voogdijraad heeft in zijn rapport van 1 oktober 2025 geadviseerd voor de duur van drie maanden een voorlopige omgangsregeling met zes omgangsmomenten tussen [de minderjarige] en vader vast te stellen. Vader en moeder werken ondertussen mee aan vrijwillige hulpverlening van ZJCN, die de omgangsmomenten desgewenst kan begeleiden en tussentijds kan evalueren. Naar aanleiding van het advies van de Voogdijraad hebben de ouders een voorlopige omgangsregeling met elkaar afgesproken. Die voorlopige omgangsregeling is vastgesteld in de beschikking van 12 november 2025 en luidt als volgt: op woensdag en donderdag zal vader [de minderjarige] om 14.45 uur thuis ophalen voor zijn naschoolse lessen en hem daarna terugbrengen naar huis om 18.00 uur; om de twee weken op zaterdag van 16:00 uur tot 18:00 uur, te beginnen op 8 november 2025 zullen zij omgang hebben; indien [de minderjarige] zich op termijn comfortabel voelt met langere omgangsmomenten, kunnen ouders deze voorlopige omgangsregeling in onderling overleg uitbreiden. 2.2. Hoewel de evaluatie van de voorlopige omgangsregeling relatief kort na vaststelling daarvan heeft plaatsgevonden, heeft de moeder op de mondelinge behandeling verklaard zich in de voorlopige omgangsregeling te kunnen vinden. De vader wil graag meer tijd doorbrengen met [de minderjarige]. 2.3. Tijdens het kindgesprek op 9 december 2025 heeft [de minderjarige] aangegeven dat de omgang met de vader op basis van de voorlopige omgangsregeling goed verloopt, maar dat hij in de toekomst graag wil meebepalen wanneer hij de vader ziet. 2.4. Volgens de Voogdijraad is het in het belang van [de minderjarige] om een basisomgangsregeling vast te stellen. Het gerecht is het daarmee eens. Een vastgestelde omgangsregeling tussen de ouders brengt met zich de verplichting voor de vader jegens [de minderjarige] en de moeder om zich aan de omgangsregeling te houden, en de verplichting voor de moeder jegens de vader en [de minderjarige] om de omgang tussen hen niet te belemmeren. 2.5. Het gerecht zal de tijdelijke omgangsregeling definitief vaststellen. Indien [de minderjarige] zich op termijn comfortabel voelt met meer of langere omgangsmomenten, kunnen ouders deze voorlopige omgangsregeling in onderling overleg uitbreiden. Daarbij vraagt het gerecht aandacht aan de ouders voor de wens van [de minderjarige] om meer inspraak te hebben in de momenten waarop hij de vader ziet. 2.6. Gelet op de familieverhoudingen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 3De beslissing3.1. bepaalt de omgangsregeling tussen de vader en [de minderjarige] als volgt: op woensdag en donderdag zal vader [de minderjarige] om 14.45 uur thuis ophalen voor zijn naschoolse lessen en hem daarna naar huis terugbrengen om 18.00 uur; om de twee weken op zaterdag van 16:00 uur tot 18:00 uur, te beginnen op 8 november 2025 zullen zij omgang hebben; indien [de minderjarige] zich op termijn comfortabel voelt met langere omgangsmomenten, kunnen ouders deze voorlopige omgangsregeling in onderling overleg uitbreiden; 3.2. compenseert de proceskosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt; 3.3. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; 3.4. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.