Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:OGEABES:2026:190

Geschil ouders over verlenging tijdelijk verblijf minderjarige op Bonaire, bevoegdheid, gewone verblijfplaats, 1:253a BW BES, vervangende toestemming

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 7 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:OGEABES:2026:190 text/xml public 2026-08-07T17:30:41 2026-08-07 Raad voor de Rechtspraak nl Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2026-07-30 BON202600408 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:190 text/html public 2026-08-07T17:29:37 2026-08-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:OGEABES:2026:190 Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 30-07-2026 / BON202600408
Geschil ouders over verlenging tijdelijk verblijf minderjarige op Bonaire, bevoegdheid, gewone verblijfplaats, 1:253a BW BES, vervangende toestemming
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202600408

datum beslissing: 30 juli 2026

BESCHIKKING

op het verzoek van

[de vader],

wonende te Bonaire,

hierna ook: de vader,

procederend in persoon,

tegen

[de moeder],

wonende te [plaats], Europees Nederland,

hierna ook: de moeder,

procederend in persoon.

Deze zaak gaat over de minderjarige:

[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats], [geboorteland],

hierna ook: [de minderjarige].

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES is in de procedure gekend: de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad).
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Het Gerecht heeft de volgende stukken ontvangen:

het verzoekschrift met bijlagen van de vader, op 21 juli 2026,

het verweerschrift, van de moeder met bijlagen, waaronder twee audiofragmenten, op 27 juli 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 28 juli 2026. Daarbij zijn de moeder (via videoverbinding) en de vader verschenen. Met toestemming van de moeder was ook de partner van de vader, [partner vader], aanwezig. Namens de Voogdijraad was [medewerker Voogdijraad] aanwezig.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
2.2.
Zij zijn de ouders van de minderjarige [de minderjarige] en zijn broertje [broertje].
2.3.
De vader heeft de kinderen erkend. De vader en de moeder hebben gezamenlijk gezag over hen.
2.4.
Bij beschikking van 31 mei 2021 van de Rechtbank Oost-Brabant zijn [de minderjarige] en [broertje] onder toezicht gesteld. Die maatregel is steeds verlengd tot 3 augustus 2024.
2.5.
Bij beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 22 december 2023 heeft de rechtbank – voor zover hier van belang – het verzoek van de vader om hem (vervangende) toestemming te verlenen voor een verhuizing van de kinderen naar Bonaire met ingang van 1 januari 2024 afgewezen. Bij diezelfde beschikking is de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder bepaald, een zorgregeling tussen de vader en de kinderen bepaald en een door de vader te betalen bedrag aan kinderalimentatie bepaald.
2.6.
De vader woont sinds 2024 met zijn partner en haar kinderen op Bonaire.
2.7.
Op 1 april 2026 hebben de ouders een ‘overeenkomst tijdelijk verblijf [de minderjarige] op Bonaire’ ondertekend voor de periode 5 april tot en met 3 augustus 2026. Het doel van het verblijf van [de minderjarige] op Bonaire is daarin onder ‘1.Doel van het verblijf’ als volgt omschreven: ‘Het tijdelijk verblijf van [de minderjarige] op Bonaire heeft als doel hem een gestructureerde omgeving te bieden waarin hij afstand kan nemen van zijn huidige situatie en kan werken aan zijn persoonlijke ontwikkeling, welzijn en gedrag. Het streven is dat [de minderjarige] deze periode tot rust komt, positieve keuzes maakt en zich kan richten op schoolgang en sociale ontwikkeling’.

Onder het kopje ‘4. Verblijfduur en terugkeer’ is het volgende opgenomen: ‘Het verblijf van [de minderjarige] op Bonaire loopt van 5 april 2026 tot en met 3 augustus 2026. [de minderjarige] zal op 3 augustus 2026 samen met zijn oma (vaderszijde) terugreizen naar Nederland.

Indien zich omstandigheden voordoen waardoor het verblijf eerder wordt beëindigd of verlengd dient te worden, treden ouders hierover in overleg en streven zij naar een gezamenlijke oplossing in het belang van [de minderjarige].

In geval van een geschil blijft de Nederlandse rechter bevoegd.’

Verder hebben de ouders in deze overeenkomst ook afspraken gemaakt over onder andere omgang, alimentatie en overige financiële zaken in de hiervoor genoemde periode.
2.8. [
de minderjarige] verblijft sinds 4 april 2026 bij de vader op Bonaire.
2.9.
Op 24 juni 2026 heeft de moeder de vader bericht dat zij ermee akkoord kan gaan dat [de minderjarige] voor het schooljaar 2026-2027 ook op Bonaire zal blijven. De moeder heeft daartoe een nieuwe ‘overeenkomst tijdelijk verblijf [de minderjarige] op Bonaire’ opgesteld voor de periode 18 augustus 2026 tot 1 augustus 2027. De vader heeft die overeenkomst niet getekend, aangezien hij het niet eens is met de daarin opgenomen bepalingen over onder andere terugkeer, omgang, reiskosten, alimentatie en andere financiële zaken.
<nr>3</nr>De verzoeken en de beoordeling
Bevoegdheid
3.1.
Deze zaak heeft een interregionaal karakter. Het verzoek betreft immers een minderjarige die tot voor kort bij zijn moeder in Nederland heeft verbleven en die op dit moment bij zijn vader op Bonaire woont. De vraag is daarom of de rechter op Bonaire bevoegd is van het verzoek kennis te nemen. De vader betoogt van wel, de moeder stelt dat uitsluitend de Nederlandse rechter bevoegd is.
3.2.
Voor de vraag welke rechter bevoegd is in interregionale zaken, moet zoveel mogelijk aansluiting worden gezocht bij de bevoegdheidsbepalingen die gelden volgens het internationaal privaatrecht. Op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 waarbij zowel Bonaire als Nederland zijn aangesloten is – kort gezegd – bevoegd de rechter van de Staat waar de minderjarige zijn gewone verblijfplaats heeft. Voor de bevoegdheid is dus de gewone verblijfplaats van de minderjarige doorslaggevend.
3.3.
Niet in geschil is dat de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] tot en met maart 2026 in Nederland bij moeder was gelegen. De hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] was ook bij beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 22 december 2023 bij moeder bepaald. Echter, partijen zijn op 1 april 2026 overeengekomen dat [de minderjarige] tijdelijk – tot 3 augustus 2026 – bij vader op Bonaire zou verblijven en daar naar school zou gaan. De feitelijke verblijfplaats van [de minderjarige] is op dit moment dus Bonaire. Partijen zijn het er vervolgens eind juni 2026 over eens geworden dat het verblijf verlengd zou worden en dat [de minderjarige] ook het schooljaar 2026-2027 op Bonaire zou blijven en daar naar school zou gaan. Ouders hebben de scholen in Nederland en op Bonaire ook dienovereenkomstig ingelicht. Dat ouders het vervolgens niet eens zijn geworden over bijkomende voorwaarden voor het verblijf op Bonaire, doet niet af aan het feit dat de intentie van ouders was het verblijf van [de minderjarige] op Bonaire nog met een jaar te verlengen. Daarmee moet worden geoordeeld dat in ieder geval op dit moment de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] op Bonaire is gelegen.
3.4.
Moeder heeft betoogd dat partijen zijn overeengekomen dat gedurende het verblijf van [de minderjarige] op Bonaire de Nederlandse rechter bevoegd blijft. Het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 waarbij Bonaire partij is, biedt echter niet de mogelijkheid van een forumkeuze voor een geval als dit. In Nederland geldt de Verordening Brussel II-ter, die voor zaken betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid wel een mogelijkheid voor forumkeuze biedt. In het midden kan blijven of die verordening (al dan niet naar analogie) op Bonaire van toepassing is. Immers, ook volgens die verordening is forumkeuze alleen mogelijk als dat in het belang van de minderjarige is. In het onderhavige geval is het zo dat het belang van [de minderjarige] is gelegen – zoals ook in het gesprek met [de minderjarige] duidelijk is geworden – in een zo spoedig mogelijke beslissing zodat hij duidelijkheid heeft over de vraag waar hij volgend schooljaar naar school gaat en verblijft. Dat belang is op dit moment niet gediend bij de keuze voor Nederlandse rechter; die zou immers meebrengen dat daarover niet tijdig kan worden beslist.

De beoordeling van de verzoeken
3.5.
Vader heeft in zijn petitum een groot aantal verzoeken geformuleerd. Hij heeft de verzoeken die betrekking hebben op (wijziging van) de kinderalimentatie uiteindelijk niet ingediend.
3.6.
De resterende verzoeken strekken er allemaal toe dat het tijdelijke verblijf van [de minderjarige] wordt verlengd en dat hij ook het komende schooljaar bij vader op Bonaire blijft en hier naar school gaat.
3.7.
Van belang is in de eerste plaats om te benadrukken dat het hier niet om een ‘definitieve’ verhuizing. Het gaat thans uitsluitend om de vraag hoe het komende schooljaar zal worden ingevuld. Daarbij geldt dat beide partijen het erover eens waren dat het in het belang van [de minderjarige] was dat hij zijn schoolgang op Bonaire nog een jaar zou voortzetten. Ook het Gerecht ziet dat belang. De reden dat hij naar Bonaire ging, was immers dat het in Nederland op school heel slecht ging (de moeder heeft ter zitting gezegd dat de school ‘iedere dag’ belde over incidenten met [de minderjarige]) en dat het op Bonaire mogelijk beter zou gaan. Tussen partijen is verder niet in geschil – en het volgt ook uit de berichten van de school op Bonaire – dat het hier na een moeizame start goed ging op school. Niet valt in te zien waarom het in het belang van [de minderjarige] zou zijn om na deze korte schoolperiode op Bonaire komend schooljaar weer in Nederland naar school te gaan. Integendeel, het Gerecht acht de kans groot dat dit leidt tot een terugval en een opnieuw verstoorde schoolgang. Dat moeder zich nu alsnog verzet tegen een langer verblijf van [de minderjarige] op Bonaire, is ook – blijkens haar toelichting – niet omdat zij denkt het in Nederland op school nu wel goed zal gaan, maar omdat er geen overeenstemming kan worden bereikt over zaken (bijvoorbeeld omgang en financiën) rondom dat verblijf.
3.8.
In het belang van [de minderjarige] zal het Gerecht daarom beslissen dat [de minderjarige] – zoals partijen eerder ook waren overeengekomen – ook het komend schooljaar op Bonaire naar school gaat. Dit brengt mee dat ook zijn tijdelijke verblijf bij vader zal moeten worden verlengd en dat er zaken rondom de inschrijving op Bonaire moeten worden geregeld. Moeder zal daar in het belang van [de minderjarige] aan moeten meewerken. Omdat zij op zitting heeft verklaard dat zij de vereiste formulieren niet zal tekenen, zal het Gerecht voor zover nodig vervangende toestemming geven.

De school op Bonaire zal – zo begrijpt het Gerecht uit de stellingen van partijen – op 18 augustus 2026 beginnen. [de minderjarige] zal met zijn broertje en oma op 2 augustus 2026 naar moeder in Nederland reizen; vader zal daarvoor toestemming moeten geven. Moeder zal eraan moeten meewerken dat [de minderjarige] vervolgens uiterlijk op 17 augustus 2026 weer terugreist naar Bonaire.
3.9.
Het Gerecht benadrukt nogmaals dat de beslissingen van heden zijn ingegeven door het belang dat [de minderjarige] de schoolgang op Bonaire, die - anders dan in Nederland – hoopvol is begonnen, het komende schooljaar kan voortzetten. De vraag of een verhuizing naar Bonaire ook op langere termijn in zijn belang is en of hij beter af is bij zijn vader of bij zijn moeder, kan (en hoeft) nu niet beantwoord te worden. Daarvoor is ook van belang of zijn ouders in staat zijn de komende perioden afspraken te maken over zijn toekomst, over de omgang en over financiële zaken. Het is het Gerecht wel gebleken dat het ouders niet lukt daarover op een goede manier te communiceren en dat zij [de minderjarige] in hun conflict betrekken. Dat is in ieder geval níet in het belang van [de minderjarige]. Ouders wordt daarom in overweging gegeven om bij het maken van de hiervoor bedoelde afspraken professionele hulp in te schakelen.
3.10.
De beslissingen zullen uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Dat betekent dat [de minderjarige] het schooljaar 2026-2027 op Bonaire naar school zal gaan, ook als de moeder hoger beroep instelt. De beslissing van het Gerecht geldt in dat geval tot het Hof een andere beslissing neemt. Het Gerecht verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad omdat het Gerecht het belangrijk vindt dat – zoals ook door de Voogdijraad tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht - voor [de minderjarige] duidelijk is waar hij het komende schooljaar naar school zal gaan en zal verblijven en dat hij ook meteen vanaf het begin van het nieuwe schooljaar zal starten.
<nr>4</nr>De beslissing
Het Gerecht:
4.1.
verklaart zich bevoegd om van de verzoeken kennis te nemen;
4.2.
bepaalt dat [de minderjarige] gedurende het schooljaar 2026/2027, te weten van 18 augustus 2026 tot 1 augustus 2027 zal verblijven bij de vader op Bonaire;
4.3.
beveelt de moeder om alle voor dit verblijf noodzakelijke identiteits-, gezags- en verblijfsdocumenten (of bruikbare kopieën daarvan) aan de vader te verstrekken;
4.4.
verleent vervangende toestemming voor de uitschrijving van [de minderjarige] uit de BRP in Nederland en de inschrijving bij Burgerzaken op Bonaire van [de minderjarige] op het adres van vader en bepaalt dat deze beschikking in de plaats treedt van de daarvoor benodigde toestemming en handtekening van moeder;
4.5.
verleent vervangende toestemming voor de aanvraag onder nummer [aanvraag nummer] voor de verklaring Toelating van Rechtswege van [de minderjarige] bij de IND en bepaalt dat deze beschikking in de plaats treedt van de daarvoor benodigde toestemming en handtekening van moeder;
4.6.
verleent vervangende toestemming voor de inschrijving van [de minderjarige] bij de [school] op Bonaire en bepaalt dat deze beschikking in de plaats treedt van de daarvoor benodigde toestemming en handtekening van moeder;
4.7.
verleent vervangende toestemming voor alle overige handelingen die nodig zijn voor het verlengde verblijf van [de minderjarige] op Bonaire, waaronder het aanvragen van een sedula en het regelen van de zorgverzekering BES, en bepaalt dat deze beschikking in de plaats treedt van de daarvoor benodigde toestemming en handtekening van moeder;
4.8.
bepaalt dat [de minderjarige] van 2 augustus 2026 tot en met uiterlijk 17 augustus 2026 bij moeder in Nederland zal verblijven en dat moeder zal meewerken aan de terugreis naar Bonaire op 17 augustus 2026;
4.9.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
4.10.
wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Artikel delen