Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:PHR:2026:496

Conclusie AG. Medeplegen poging overdragen vuurwapens (art. 31 lid 1 WWM) en Opiumwetdelict (art. 2 onder C Opiumwet). Middel klaagt tevergeefs dat uit overwegingen van het hof niet blijkt van een intellectuele of materiële bijdrage van dusdanig gewicht dat medeplegen bewezen kan worden verklaard. Ambtshalve opmerking over redelijke termijn in cassatie. Conclusie strekt tot vernietiging bestred...

Parket bij de Hoge Raad 30 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:PHR:2026:496 text/xml public 2026-06-30T17:04:26 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Parket bij de Hoge Raad 2026-05-19 24/00551 Conclusie NL Strafrecht Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2026:1120 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:496 text/html public 2026-06-30T17:03:40 2026-06-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:PHR:2026:496 Parket bij de Hoge Raad , 19-05-2026 / 24/00551
Conclusie AG. Medeplegen poging overdragen vuurwapens (art. 31 lid 1 WWM) en Opiumwetdelict (art. 2 onder C Opiumwet). Middel klaagt tevergeefs dat uit overwegingen van het hof niet blijkt van een intellectuele of materiële bijdrage van dusdanig gewicht dat medeplegen bewezen kan worden verklaard. Ambtshalve opmerking over redelijke termijn in cassatie. Conclusie strekt tot vernietiging bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft duur opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping beroep voor het overige. Samenhang met 24/00654.

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 24/00551

Zitting 19 mei 2026

CONCLUSIE

V.M.A. Sinnige

In de zaak

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de verdachte
<nr>1</nr>Inleiding 1.1
De verdachte is bij arrest van 15 februari 2024 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch (parketnr. 20-000468-22), wegens onder 1 “medeplegen van poging tot handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III” en onder 2 “opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het hof de onttrekking aan het verkeer bevolen van een aantal in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen.
1.2
Er bestaat samenhang met de zaak 24/00654. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
1.3
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. M. Kuipers, advocaat in Arnhem, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
<nr>2</nr>De zaak en het middel 2.1
Op 6 augustus 2020 heeft op het [a-straat] in [plaats] naar aanleiding van een uit de hand gelopen wapendeal een schietpartij plaatsgevonden. Vast is komen te staan dat de verdachte op de dag van de afspraak contact heeft gehad met verschillende medeverdachten en dat hij toen ook informatie van de verkoper door heeft gegeven aan de koper. Ook is vast komen te staan dat de verdachte – samen met zeven medeverdachten –aanwezig was bij de afspraak. Tijdens die afspraak is tussen de koper en de verkoper een conflict ontstaan, waarbij de verkoper het door de koper meegebrachte geld uit zijn handen heeft getrokken. Dat conflict mondde uit in een worsteling waarna er van beide zijden meerdere keren is geschoten. De verdachte in de onderhavige zaak staat niet terecht voor die schietpartij. Het hof heeft de verdachte veroordeeld wegens het medeplegen van een poging tot wapenhandel (feit 1). Ook is de verdachte veroordeeld wegens een Opiumwetdelict van 3 november 2020, te weten het aanwezig hebben van 21 gram cocaïne en 376 pillen bevattende MDMA (feit 2). Over dit tweede feit zijn in cassatie geen klachten geformuleerd.
2.2
Het middel bevat de klacht dat uit de bewijsvoering van het hof, bezien in het licht van het door de verdediging gevoerde verweer, ten aanzien van feit 1 niet of onvoldoende volgt dat sprake is van medeplegen. In de toelichting wordt daartoe aangevoerd dat uit de overwegingen van het hof niet blijkt dat de verdachte een intellectuele en/of materiële bijdrage van dusdanig gewicht heeft gehad dat sprake is van medeplegen.
<nr>3</nr>De bewezenverklaring, de bewijsmiddelen en de bewijsmotivering 3.1
Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezen verklaard dat:

“1. primair

hij in de periode van 5 augustus 2020 tot en met 6 augustus 2020 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door hem, verdachte, en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om een of meer vuurwapen(s) over te dragen

- (al dan niet door tussenkomst van een of meer ander(en)) afspraken heeft gemaakt over de aankoop daarvan en

- op 6 augustus 2020 te [plaats] op een daartoe strekkende afspraak tussen partijen is verschenen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.”
3.2
Het hof heeft ten aanzien van feit 1 de volgende bewijsmiddelen tot het bewijs gebezigd:

Feit 1

1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 augustus 2020, dossierpagina’s 718-721, voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 1] :

(pagina 718)

Melding

Om 19.23 uur gaf de centralist van de meldkamer een melding uit dat er op de parkeerplaats aan [b-straat] in [plaats] bij de Albert Heijn geschoten zou zijn.

Ik hoorde de meldkamer zeggen dat er meerdere personen bij betrokken zouden zijn en dat er een zilverkleurige polo zou zijn weggereden.

2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 augustus 2020, dossierpagina’s 695-696, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :

(pagina 695)

Wij hoorden van de politieambtenaar van de eenheid 0044 dat hij een bloedspoor had aangetroffen in de flat aan [c-straat] . Dit is om de hoek van de plaats delict. (…) Wij zijn vervolgens met de trap naar de […] etage gelopen.

Rond 19.45 uur werd de voordeur van [c-straat 1] geopend door een persoon. In overleg met [verbalisant 1] , hulpofficier van justitie, is besloten om (pagina 696) de bewoner aan te houden. (…)

Ik, [verbalisant 3] , zag dat de telefoon van de verdachte op een tafel in de woonkamer lag. Tijdens onze aanwezigheid in de woning zag ik dat hij driemaal werd gebeld. De derde en laatste keer zag ik de naam " [naam 1] " op display van de telefoon staan.

De aangehouden verdachte bleek genaamd: [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] .

3. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 3 februari 2021, dossierpagina’s 615-626, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1] :

(pagina 618)

V: Van wie is het [telefoonnummer 1] ?

A: Dat is het telefoonnummer dat ik heb.

(pagina 619)

V: Wat kun je ons vertellen over wat er zich die dag 6 augustus 2020 heeft afgespeeld?A: Op 5 augustus, de dag ervoor, kwam er een jongen. Hij heet [betrokkene 2] . Een zwarte jongen. Hij zei tegen mij: “Ken jij iemand waar ik een wapen kan kopen?”

Een maatje van [betrokkene 2] zoekt een wapen om te kopen.

Ik ken [bijnaam betrokkene 3] . Ik vertelde hem over [betrokkene 2] dat hij vraagt over het kopen van wapens. [bijnaam betrokkene 3] zei toen dat hij dacht wel mensen te kennen. [betrokkene 2] en [bijnaam betrokkene 3] hebben elkaars Snapchat gekregen. Ik heb die accounts uitgewisseld. Toen konden zij praten.

O: We laten je een foto zien om te kijken of je hiermee [bijnaam betrokkene 3] bedoelt (foto van [betrokkene 3] getoond, bijlage 1).

A: Ja dit is hem.

Ik kwam bij het [park] ergens aan het begin van de middag op donderdag 6 augustus 2020, met een paar boys daar. Ik ken die jongens goed. Ik zag een auto komen. Ik zag een grijze Polo aan komen rijden. Ik herkende de auto al wel. Dit was [bijnaam betrokkene 3] . Ik stapte bij hem in de auto. Hij vertelde dat die jongen van de Snap, [betrokkene 2] , er nu aankomt. Ik reed met [bijnaam betrokkene 3] naar de achterkant van het [park] . Daar was [betrokkene 2] met een paar andere boys.

Ineens kwam daar een blauwe Golf aan rijden. [betrokkene 2] ging praten met de bestuurder van de Golf. [betrokkene 2] zei dat we moesten gaan naar [d-straat] . [betrokkene 2] reed voorop, toen de blauwe Golf, toen wij met de grijze Polo. [betrokkene 2] zat in een kleine blauwe auto met een kale man, een andere man met een staartje en muts. [betrokkene 3] reed in de Polo toen we reden naar [d-straat] .

(pagina 620)

Toen zei [betrokkene 3] dat we [betrokkene 2] moesten volgen naar [A] . [betrokkene 2] reed voorop, de blauwe Golf daarachter en toen wij.

Bij [A] ging de kofferbak open van de blauwe Golf. Ik zag [betrokkene 3] , de bestuurder van de Golf en [betrokkene 2] en nog een andere jongen uit de auto van [betrokkene 2] bij de kofferbak van de blauwe Golf staan. Ik zag dat ze naar iets in de kofferbak aan het kijken waren en aan het wijzen waren. De kofferbak van de auto van [betrokkene 2] ging ook open. [betrokkene 2] was in totaal met vier jongens.

Ineens zag ik [betrokkene 2] zwaaien dat we weer ergens anders naartoe moesten. [betrokkene 3] stapte in de auto, hij zei dat we naar het [a-straat] moesten. We hebben hem gewoon gevolgd toen hij zwaaide dat we hem moesten volgen.

V: Wat is er gebeurd op het [a-straat] ?

A: Ik zag een gele auto geparkeerd staan. Toen parkeerde [betrokkene 3] daarnaast, vervolgens de blauwe Golf.

De bestuurder van de Golf ging praten met [betrokkene 2] en die jongens uit de auto van [betrokkene 2] .

(pagina 621)

V: Weet je wie het wapen daadwerkelijk wilde kopen?

A: Degene die op mij heeft geschoten, die kwam daadwerkelijk een wapen kopen.

V: Herken je hem (foto [medeverdachte] , bijlage 2)?

A: Ja. Hij is degene die een wapen kwam kopen.

V: We laten je een foto zien. Herken je hem? (foto [verdachte] , bijlage 3)

A: Ja, dit is hem. Deze jongen regelde alles met zijn praatjes.

V: We willen je nog een foto tonen. Herken je hem? ( [betrokkene 2] , bijlage

4)

A: Ja, dit is [betrokkene 2] . Het hele plan is van [betrokkene 2] .

V: Herken je hem (foto [betrokkene 4] , bijlage 5)?

(pagina 622)

A: Ik denk dat dit de bestuurder is van de blauwe Golf.

V: Je had het net over een soort worsteling. Vertel daar eens over.

A: De bestuurder van de Golf had een worsteling met [medeverdachte] .

V: Wat gebeurde er tijdens die worsteling?

A: Ze hadden allebei een wapen vast.

(…)

[betrokkene 2] rende weg naar de auto. Ook [verdachte] rende met [betrokkene 2] naar de geparkeerde auto’s.

(pagina 624)

V: Binnen het onderzoek werd [betrokkene 2] aangehouden. Wij weten dat jij hem kent. In zijn telefoon zagen wij dat er een gesprek over koop en/verkoop van Glocks plaats vond op 5 en 6 augustus 2020. Je hebt net aangegeven dat het [telefoonnummer 1] door jou in gebruik was. Dit is het telefoonnummer waarmee dat chatgesprek plaats vonden. Wat kun je daar over verklaren?

A: Ja, dat klopt. Hij praat met mij daarover. Toen heb ik die Snap uitgewisseld met hem.

V: Dat [telefoonnummer 2] nummer beweegt samen met jouw nummer mee naar [plaats] . (…)

A: Dat telefoonnummer hoort bij [betrokkene 3] .

4. Het proces-verbaal van verhoor verdachte bij de rechter-commissaris toetsing rechtmatigheid inverzekeringstelling en vordering tot bewaring d.d. 10 augustus 2020, dossierpagina’s 141-142, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte] :

(pagina 141)

Ik liep richting de auto en had geld. Er waren meerdere donkere jongens, een van die jongens stond naast me en liet zijn auto aan mij zien.

5. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 14 augustus 2020, dossierpagina’s 145-168, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte] :

(pagina 148)

V: Wat is je telefoonnummer?

A: [telefoonnummer 3] .

V: Wie maken er gebruik van je iPhone 11?

A: Alleen ikzelf.

6. Het proces-verbaal van verhoor getuige bij de rechter-commissaris d.d. 15 oktober 2021, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte] :

(blad 3)

[betrokkene 4] antwoordde dat hij de verkoper was. Hij vroeg mij of ik geld bij me had.

(blad 6)

Bij het voorlezen van het proces-verbaal geeft de getuige aan dat [betrokkene 4] de veroorzaker is van wat er op die dag is gebeurd. Op de vraag of dat degene is van wie hij, [medeverdachte] , (…) zou kopen, zegt [medeverdachte] : ‘ja maar ik had hem nog niet eerder gesproken of gezien’.

7. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 3 november 2020, dossierpagina’s 306-312, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 5] :

(pagina 308)

Ik zat samen met mijn schoonbroer [betrokkene 2] en een lichtgetinte jongen met een staartje en de Nederlandse bestuurder in de Hyundai. Mijn schoonbroer zei dat wij even moesten stoppen bij [a-straat] .

Iets verderop staan twee jongens. Die twee stappen uit naar die jongens toe. Ik stapte uit de auto. Ik zag een donkerblauwe Golf en ik zag een grijze Polo. Die twee komen en die gaan achter die parkeerplaats parkeren. Twee jongens stappen uit de auto. Eén uit de donkerblauwe auto en één uit de grijze auto. Zij liepen naar de twee jongens die er al stonden. Die twee uit de Golf en Polo liepen met twee licht getinte jongens terug naar hun auto’s.

(pagina 309)

[betrokkene 2] en die jongen met staartje waren buiten de auto aan het praten met twee getinte jongens.

8. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 31 maart 2021, BVH-nummer 2020204998 proces-verbaalnummer 473, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 5] :

V: We willen je nog een aantal foto’s laten zien. Dit is de eerste foto die we je willen tonen ( [betrokkene 1] ). Wie is dit?

A: Die komt mij wel bekend voor. Ik ken hem van gezicht. Ik ken hem uit [plaats] . Hij was tijdens het incident ook op het [a-straat] . Ik herken hem aan zijn haren en aan zijn gezicht.

V: Wie is deze man? ( [betrokkene 3] )

A: Ja hem herken ik sowieso, zeker.

V: Wat was zijn rol?

A: Hij was met hem (verdachte wijst naar de foto van [betrokkene 1] ) en een donkere gast. Hij ( [betrokkene 3] ) reed in de grijze Golf (het hof begrijpt: grijze Polo).

V: Wie is deze man? ( [betrokkene 4] )

A: Dat is hem. Die dag droeg hij een bril en hij had geen baard, dat herinner ik mij nog. Ik herken hem zeker.

V: Wat was zijn rol?

A: Hij zat in een blauwe Golf, samen met een Nederlands meisje. Hij stapte uit en uit de andere auto stapte die gast van de vorige foto.

9. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 11 november 2020, dossierpagina’s 781-785, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 6] :

(pagina 782-783)

O: We gaan terug naar de dag van 6 augustus 2020, de dag van het (schiet) incident op het [a-straat] te [plaats] . (…)

V: Wie is [verdachte] ?

A: Die ken ik. Die zou ik afzetten. Ik had een afspraak met [verdachte] .

V: Waar heb je die jongens opgehaald?

A: Bij [verdachte] thuis.

Ik denk dat [verdachte] voorin is gestapt, omdat hij mijn maat is.

V: Met wat voor auto was je toen?

A: Dat hebben jullie op beeld staan volgens mij. Een Hyundai Matrix, donkerblauw van kleur.

V: Wie is op het [a-straat] met hem meegelopen?

A: (…) [verdachte] liep met die donkere jongen naar die twee jongens die daar al stonden. Ik zag op een afstand een grijze en een blauwe auto, een Golf en een Polo.

(pagina 784)

Ik hoorde een hoop knallen. (…) [verdachte] en die andere jongen kwamen naar de auto gerend. De portieren stonden nog open tijdens het rijden.

10. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 november 2020, dossierpagina’s 491-499, voor zover inhoudende als verklaring van [verdachte] :

(pagina 492)

Ik ken [medeverdachte] en [betrokkene 2] in dit verhaal. Zodra er geschoten werd, waren wij de eerste die weggegaan zijn daar.

V; Hoe is het half uur voor het incident verlopen?

A: Ik heb contact met [medeverdachte] gehad en met [betrokkene 2] . En we zijn samengekomen. De andere partij ken ik niet, heb ik ook nooit contact mee gehad.

(pagina 493)

V: [betrokkene 2] verklaarde aan ons hoe jullie in contact zijn gekomen met [medeverdachte] . En dan vertelt hij over een dag ervoor, dat er iets afgesproken is om naar het [a-straat] te gaan. (…)

A; Dat zou kunnen kloppen ja. Ik, [betrokkene 2] , de chauffeur, die andere jongen, die [betrokkene 5] .

V: Hoe is die afspraak dan gemaakt?

A: Allemaal samen weetje. Onderling contact en zo.

V; Wie zijn die buiten mensen?

A: Die ons komen beschieten en beroven. Dan praten we over de grijze Polo en de blauwe Golf 7.

(pagina 494)

V; Wat kun je zeggen over die blauwe Golf?

A: In die blauwe Golf zat een man en een vrouw. En in die grijze Polo twee mannen.

(pagina 496)

V: Heb jij enig idee waar die mensen vandaan komen?

A; Ik dacht [plaats] , maar ze kunnen ook liegen toch?

V: Je wist dat zij zouden gaan komen?

A: Ja, we hadden een afspraak toch?

(pagina 497)

(…)

A: Hun kwamen niet van [plaats] . Ze zeiden zelf dat ze van [plaats] komen.

V: Dat heb jij ook geappt naar [medeverdachte] ?

A: Ja, omdat ik ervan uitging dat ze vandaar moesten komen.

11. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 maart 2021, BVH-nummer 2020204998 proces-verbaalnummer 471, voor zover inhoudende als verklaring van [verdachte] :

V: Er zijn verklaringen dat ervoor het incident was afgesproken op het [park] en dat jij en [betrokkene 2] daar ook waren en dat zijn jullie in colonne weg gereden zijn?

A: Het zou kunnen dat we van tevoren hebben afgesproken op het [park] . We hebben elkaar van tevoren wel gezien.

V: [betrokkene 1] verklaarde dat de ontmoeting op het [park] is geweest. Jouw telefoon straalde om 18.15 uur aan op de [e-straat] in [plaats] . Dat is dicht bij het [park] .

A: Ja, ja.

V: Dit geldt ook voor de telefoon van de jongen uit de grijze polo (verb. [betrokkene 3] ). Hij straalde om 18.03 uur aan op de [f-straat] te [plaats] . Ook die mast kan het [park] aanstralen.

A: We zullen sowieso samen zijn geweest.

V: Wie waren daar?

A: Die mensen van buiten de stad. Ik weet niet hoe ze heten.

Ik, [betrokkene 2] en [betrokkene 7] .

V: Die jongens van buiten de stad. In welke auto’s reden die?

A: Een donkerblauwe Golf 7 en een grijze polo.

V: Je bent wel op de hoogte van de afspraak want je stelt wel [medeverdachte] op de hoogte. Ze komen nu uit [plaats] .

A: Ja dat was de afspraak. Dat ontken ik ook niet.

V: Wie waren er allemaal op het [park] aanwezig toen jullie daar afgesproken hadden?

A: Ik, [betrokkene 2] , [betrokkene 7] , Polo, Golf.

V: En wie zaten er in de Golf.

A: Die donkere.

V: Wie zaten er in de Polo:

A: Die lichtere.

12. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 4 november 2020, dossierpagina’s 369-381, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 2] :

(pagina 371)

V: Hoe komen jullie daar aan?

A: In een blauwe auto. De chauffeur was [betrokkene 7] .

Ik zat achterin toen we aankwamen. Naast mij zat “de grote”.

V: Je bedoelt [betrokkene 5] ?

A: Ja. Ik noem hem zo omdat hij groot is.

(pagina 372)

V: (…)

A: Ze hadden mij benaderd om erbij te zijn op het [a-straat] . [betrokkene 8] en [medeverdachte] hadden ons benaderd.

(…) Dat was een dag ervoor.

(pagina 377)

Ik ken [medeverdachte] al heel lang.

13. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 9 december 2020, dossierpagina’s 391-407, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 2] :

(pagina 393)

V: Hoe hadden jullie afgesproken?

A: Telefonisch contact dat hebben jullie ook gezien in mijn telefoon.

V: Welke telefonisch contact is dat geweest?

A: Van mij telefonisch contact.

V: Hoe heet hij dan?

A: [bijnaam betrokkene 1] .

V: Wat kun je ons over [bijnaam betrokkene 1] vertellen?

A: Licht getinte jongen met dreads. Hij is een beetje klein en skinny (smal).

V: Hoe ken je hem?

A: Van de straat. Ik heb hem een paar keer gezien.

V: En waar spreken jullie dan af die dag.

A: Bij het park hier tegenover.

O: Verdachte legt uit waar het was. De advocaat van de verdachte geeft aan [park] . De verdachte zegt: ja [park] .

(pagina 394)

V: Is die [bijnaam betrokkene 1] waar jij die dag eerder 5 augustus 2020 een afspraak mee had, is die daar ook op het [a-straat] ?

A: Ja. Hij was in die grijze Polo.

V: En welke auto was daar nog meer bij betrokken?

A: Een blauwe Golf.

V: Wie is de bestuurder dan van die auto?

A: Een grote zwarte jongen.

V: Ok, dus [bijnaam betrokkene 1] zit in die grijze auto, de grijze Volkswagen kunnen we dat wel noemen, waar zat hij in de auto?

A: Hij zat net als die vrouw rechts als bijrijder.

V: Ok, als bijrijder. Wie zat er achter het stuur?

A: Een licht getinte jongen met een staartje ook, hij had een beetje haar net als [verdachte] .

(pagina 399)

Verbalisanten tonen de verdachte een foto welke als bijlage 1 bij het verhoor gevoegd wordt.

A: Ja dat is [bijnaam betrokkene 1] . Dat is hem.

V: Dit is [betrokkene 1] . Jij kent hem als [bijnaam betrokkene 1] ?

A: Ja.

(pagina 404)

V: Wij willen jou de gelegenheid geven om twee foto’s te bekijken. En mag jij zeggen of je die gasten herkent? (bijlage 2 foto [betrokkene 3] )

A: Ja.

V: Waar plaats je hem?

A: In de grijze auto.

V: Dus hij zit dan, even terughalend, hij zit samen in de auto met [bijnaam betrokkene 1] ?

A: Ja, aan het rijden.

14. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 28 januari 2021, dossierpagina’s 538-545, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 3] :

(pagina 539 en 540)

Ik was naar [plaats] gekomen. Ik heb mensen bij elkaar gebracht om die dingen te dealen. We waren eerst bij [park] . Daar hadden we eerst afgesproken. Daarna zijn we uiteindelijk naar [a-straat] gegaan.

V: Hoe ben je daar gekomen?

A: Met die Volkswagen Polo, grijs van kleur.

(pagina 542)

V: Maar jij hebt die deal toch opgezet?

A: Ik heb ze wel samengebracht om tot een deal te komen. Het gaat om iets illegaals.

(pagina 544)

V: We koppelen het [telefoonnummer 2] aan jou. We denken dit omdat jij bemiddeld hebt en dat die [telefoonnummer 2] ook degene is die het contact heeft met [betrokkene 2] . We zien [betrokkene 2] zijn telefoonnummer ook op dat [park] . Heb jij contact met hem gehad?

A: Ja.

V: Komt [betrokkene 2] jou bekend voor?

A: Ja dat wel.

V: Wil je de foto nog eens zien voor de zekerheid? (Bijlage 5, hof: foto van [betrokkene 2] )

A: Ja dit is hem.

V: Hoe zit die relatie dan?

A: Iemand heeft mij met [betrokkene 2] in contact gebracht. En ik heb weer iemand in contact gebracht met [betrokkene 2] .

15. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 20 januari 2021, dossierpagina’s 569-574, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 4] :

(pagina 570)

V: Van welke telefoon maak jij op dit moment gebruik?

A: Ik gebruik een IPhone. Telefoonnummer is een abonnement van Tele2 met [telefoonnummer 4] .

16. Het proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 4] bij de rechter-commissaris d.d. 12 oktober 2021, voor zover inhoudende:

(blad 2)

Ik had 6 augustus 2020 afgesproken met [betrokkene 3] .

(blad 3)

Ik ben aangekomen met [betrokkene 9] bij het [a-straat] . Er stonden een paar groepjes jongens. Ik ben toen de auto uitgegaan.

Ik weet dat [betrokkene 1] en [betrokkene 3] bij elkaar in de auto zaten, omdat zij met zijn tweeën voor ons reden in een grijze Polo toen we bij het [a-straat] kwamen.

(blad 6)

Ik reed die dag in een blauwe Volkswagen Golf.

17. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 november 2020, dossierpagina’s 1242-1246 met bijlage, dossierpagina’s 1247-1255, voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 4] :

(pagina 1242)

Op 13 november 2020 was ik belast met het uitkijken van de telefoon die werd inbeslaggenomen aan de [g-straat 1] in [plaats] . Het goed werd inbeslaggenomen onder verdachte [betrokkene 2] geboren op [geboortedatum] -1994 te Aruba.

Gebruiker telefoon:

Ik kon stellen dat deze telefoon in gebruik was bij [betrokkene 2] was om meerdere redenen, een paar hiervan werden hieronder vermeld:

- Het is mij bekend dat deze telefoon werd aangetroffen op de slaapkamer waar [betrokkene 2] werd aangehouden. De telefoon werd aangetroffen aan de kant van het bed waar [betrokkene 2] sliep toen hij werd aangehouden.

- Ik zag op de telefoon een aanzienlijke hoeveelheid met selfies en of videobel-screenshots waarin ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de “front facing camera” op de gebruiker gericht stond. Ik herkende de persoon met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid als gebruiker. Deze persoon herkende ik als [betrokkene 2] .

- In de veiliggestelde gegevens zag ik dat het eigen [telefoonnummer 5] was.

Er werd in het onderzoek middels een tapidentificatie vastgesteld dat [betrokkene 2] de gebruiker was van [telefoonnummer 5] .

-Ik zag dat het Googleaccount [betrokkene 2] en het [e-mailadres 1] com waren ingesteld op de telefoon.

(pagina 1244)

[telefoonnummer 1]

Op 5-8-2020 vond er een gesprek plaats met [telefoonnummer 1] en [betrokkene 2] . In dit gesprek werd er gedeeltelijk in het Papiaments gesproken en deels in het Nederlands. In dit gesprek zaten meerdere audioberichten welke werden vertaald door een tolk. Hieronder werd de uitwerking geschreven.

Alle onderstaande berichten dateren van 5 en 6 augustus 2020.

PTT-20200805-WA0007.opus

NN-man: ja broeder, die gast stuurt mij al de foto’s, ik ga screenshots ervan maken.

Ik maak screenshots van alles wat hij naar mij toe heeft gestuurd, met de prijzen en alles. Ik maak screenshots zodat jij het allemaal zelf kan zien, dat ik via die man zelf aan het praten ben. Snap jij, dat niks verder ergens anders vandaan komt of zo.

Deze mannen hebben deze dingen in hun macht/beheer. Goed zo?

PTT-20200805-WA0008.opus

Audio in de Nederlandse taal.

NN-man: ja is goed man, kijk maar even, kijk maar even. Want ik ga zo direct naar euh, ik heb om 2 uur een afspraak bij iemand anders al. Dus als jij om 3 of zo kan, dan zou het goed zijn. Snap je dat ze dan van kunnen kiezen gewoon of zo, je weet toch. Want deze man hier heeft ook goeie dingen maar beter met jou!

PTT-20200805-WA0011.opus

Audio gedeeltelijk in Papiamento en de Nederlandse taal.

NN-man: no man djie (fon.= maat), dit is veels te dure dingen in het leven man.

Dit is niet serieus maat. Die schorpioen, je weet toch. Normaal is dat euh iets van 13 of zo, je weet wat ik bedoel. Dus dit is veel te duur man!

PTT-20200805-WA0013.opus

NN-man: ja broeder, maar die man heeft mij verkeerd begrepen, ik heb verkeerd met die man gesproken. Die man heeft mij uitgelegd dat als je één wapen koopt, maar als je meer koopt dan zakt de prijs.

PTT-20200805-WA0014.opus

NN-man: oké oké

Wat geeft hij nu dan aan precies?

Wat is de prijs?

Wat heeft ie?

Wat heeft ie?

(pagina 1245)

PTT-20200806-WA0010.opus

NNman: wel er zijn twee van de GLOCK 17 en twee van de GLOCK 19.

Er zijn er twee. Het zijn er vier (4) 2 van de GLOCK 17 en 2 van de GLOCK 19.

Ook werd er buiten deze audiobestanden gechat over het aankopen van wapens. Een aantal berichten werd hieronder geciteerd.

“ze hebben een GLOCK 16 splinter nieuw in verpakking 3500€” (hof: [telefoonnummer 1] stuurt dit bericht op 5 augustus 2020 om 10.16 uur, zie bijlage pag. 1250).

”ze hebben zoveel dingen, het is wat jij wilt” (hof: [telefoonnummer 1] stuurt dit bericht op 5 augustus 2020 om 10.18 uur, zie bijlage pag. 1251).

“4 glock” (hof: [telefoonnummer 1] stuurt dit bericht op 6 augustus 2020 om 10.06 uur, zie bijlage pag. 1253).

“ik heb die gasten met hun prijs laten zakken” (hof: [telefoonnummer 1] stuurt dit bericht op 6 augustus 2020 om 8.37 uur, zie bijlage pag. 1252).

18. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 november 2020, dossierpagina’s 1307-1309, voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 5] :

(pagina 1307)

Op dinsdag 17 november 2020 deed ik, [verbalisant 5] , onderzoek naar het [telefoonnummer 1] . Dit telefoonnummer had vóór de dag van het incident en op de dag van het incident, 5 en 6 augustus 2020, meerdere malen contact met het telefoonnummer van [betrokkene 2] , [telefoonnummer 5] .

Onderzoek telefoon Asus Zenfone 4

In dit toestel werden meerdere audiobestanden in een chat over en weer gestuurd tussen deze twee telefoonnummers. De audiobestanden werden woordelijk als volgt uitgewerkt:

PTT-20200805-WA0006.opus, gelogd op 05-08-2020 om 11.11 uur van [betrokkene 2] naar [telefoonnummer 1]

[betrokkene 2] : En djie (fon.= maat) probeer, probeer, jij, je weet toch, en die ‘niggers’, zo min mogelijk mensen. Want dan kan ik jou echt euh.. Dan kunnen we beetje goed verdienen, snap je?

PTT-20200805-WA0007.opus, gelogd op 05-08-2020 om 12.03 uur van [telefoonnummer 1] naar [betrokkene 2]

NN-man: ja broeder, die gast stuurt mij al de foto’s, ik ga screenshots ervan maken.

Ik maak screenshots van alles wat hij naar mij toe heeft gestuurd, met de prijzen en alles. Ik maak screenshots zodat jij het allemaal zelf kan zien (…)

PTT-20200805-WA0008.opus, gelogd op 05-08-2020 om 12.16 uur van [betrokkene 2] naar [telefoonnummer 1]

[betrokkene 2] : Ja, is goed man, is goed man. Kijk maar even jongen, kijk maar even.

(pagina 1308)

PTT-20200805-WA0011.opus, gelogd op 05-08-2020 om 13.03 uur van [betrokkene 2] naar [telefoonnummer 1]

(werd vertaald van Papiaments naar Nederlands)

[betrokkene 2] : No man djie (fon. = maat), dit is veels te dure dingen in het leven man. Dit is niet serieus maat. Die schorpioen, je weet toch. Normaal is dat euh iets van 13 of zo, je weet wat ik bedoel. Dus dit is veel te duur man!

PTT-20200805-WA0013.opus, gelogd op 05-08-2020 om 17.59 uur van [telefoonnummer 1] naar [betrokkene 2]

(werd vertaald van Papiaments naar Nederlands)

NNM: Ja broeder, maar die man heeft mij verkeerd begrepen, ik heb verkeerd met die man gesproken. Die man heeft mij uitgelegd dat als je één wapen koopt, maar als je meer koopt dan zakt de prijs.

PTT-20200805-WA0014.opus, gelogd op 05-08-2020 om 18.25 uur van [betrokkene 2] naar [telefoonnummer 1]

[betrokkene 2] : Oké, oké. Wat geeft hij nu dan aan precies? Wat is de prijs? Wat heeft ie? Wat heeft ie?

PTT-20200806-WA0010.opus, gelogd op 06-08-2020 om 11.45 uur van [telefoonnummer 1] naar [betrokkene 2]

(werd vertaald van Papiaments naar Nederlands)

NNM: wel er zijn twee van de GLOCK 17 en twee van de GLOCK 19. Er zijn er twee. Het zijn er vier (4). 2 van de GLOCK 17 en 2 van de GLOCK 19.

Uit het onderzoek in de telefoon met goednummer […] bleek dat het [telefoonnummer 1] stond opgeslagen in de contactenlijst onder de naam [betrokkene 1] .

19. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 november 2020, dossierpagina’s 1375-1382, voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 6] :

(pagina 1375)

Op 26 november 2020 ben ik begonnen met het uitkijken van de mobiele telefoon, een Apple iPhone 8 plus, die werd inbeslaggenomen in de woning aan de [h-straat 1] te [plaats] . Het goed werd inbeslaggenomen onder [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] .

Ik kon stellen dat deze telefoon in gebruik was c.q. is geweest bij [verdachte] om meerdere redenen, namelijk:

- Ik zag bij ‘Documents’ een document van de asn-bank met betrekking tot ‘Bepalen fiscaal woonland’ en zag daarin de gegevens van [verdachte] .

- Ik zag bij ‘User Accounts’ veelvuldig de accounts ‘ [e-mailadres 2] ’ en het [telefoonnummer 6] staan. Ook zie ik ‘ [e-mailadres 3] of

‘ [naam betrokkene 11 + code] ’ staan.

 De 2e voornaam van [verdachte] is ‘ [verdachte] ’.

 Het [telefoonnummer 6] is een telefoonnummer dat bij [verdachte]

in gebruik is. Mij is bekend dat [verdachte] een relatie heeft met [betrokkene 10] , geboren op [geboortedatum] 1989 te [plaats] , en dat hij samen met haar op het adres [i-straat 1] te [plaats] woont.

 Uit verder onderzoek is gebleken dat [verdachte] en [betrokkene 10] een dochter hebben met de naam [dochter verdachte] ( [dochter verdachte] ). Zij is geboren op [geboortedatum] 2017 ( [geboortedatum] ). Dit kan het getal verklaren in

‘ [naam betrokkene 11 + code] ’.

20. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 februari 2021, dossierpagina’s 1410-1412, voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 5] :

(pagina 1410)

Op dinsdag 16 februari 2021 onderzocht ik de veiliggestelde digitale gegevens van de in beslag genomen telefoon van verdachte [betrokkene 3] .

Naam van het toestel: [betrokkene 3] [betrokkene 11]

Merk: Samsung

Type: S10

Telefoonnummer: [telefoonnummer 12]

De telefoon werd onder verdachte [betrokkene 3] in beslag genomen. Hij verklaarde dat hij deze telefoon in gebruik heeft. Uit onderzoek in de telefoon blijkt dat er verschillende usernames werden gebruik met de naam [betrokkene 3] . Ik zag ook dat één van de usernames betrof “ [bijnaam betrokkene 3] ".

(pagina 1411)

Ik zag dat er een contact stond opgeslagen in de telefoon onder de naam [betrokkene 1] met het [telefoonnummer 1] . Ik zag een profielfoto onder dit contact en ik zag dat dit medeverdachte [betrokkene 1] betrof.

Ik zag dat er binnen de contacten op 05-08 een contact was opgeslagen van Snapchat. Ik zag dat dit Snapchat account was genaamd “shl". Ambtshalve is mij bekend dat deze letters staan voor “ [betrokkene 2] ”, van [betrokkene 2] , medeverdachte binnen dit onderzoek. Ik zag dat het contact geblokkeerd werd.

21. Het proces-verbaal van bevindingen historische verkeersgegevens d.d. 10 september 2020, dossierpagina’s 1424-1430, voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 7] :

(pagina 1424)

Door het onderzoeksteam werden navolgende 8 objecten aangedragen en weergegeven in onderstaand tabel.

No.

Telefoonnummer

CIOT

Gebruiker

1

[telefoonnummer 3]

[medeverdachte]

[medeverdachte]

2

[telefoonnummer 7]

No hit

[betrokkene 13]

3

[telefoonnummer 6]

[verdachte]

[verdachte]

4

[telefoonnummer 5]

No hit

NN 1 (SHL app)

5

[telefoonnummer 8]

No hit

NN2 ( [betrokkene 14] )

6

[telefoonnummer 9]

[betrokkene 5]

[betrokkene 5]

7

[telefoonnummer 10]

No hit

[betrokkene 15]

8

[telefoonnummer 11]

[betrokkene 12]

[betrokkene 12]

(pagina 1425)

Er is die dag (hof begrijpt: 6 augustus 2020) onderling contact tussen de telecomtoestellen van alle objecten. De objecten met de telefoonnummers [telefoonnummer 3] , [telefoonnummer 8] en [telefoonnummer 6] hebben alleen op deze dag onderling contact gehad.

De telecomtoestellen met de nummers [telefoonnummer 5] , [telefoonnummer 9] en [telefoonnummer 6] stralen vóór het schietincident, tussen 18.43 en 18.47 uur, dezelfde zendmast aan: [e-straat] te [plaats] .

De telecomtoestellen van alle objecten behalve object 7 ( [telefoonnummer 10] ) bevinden zich die dag rond het tijdstip van het schietincident in het zendgebied van de 'serving cell' van de Plaats Delict.

Die dag blijken de telecomapparaten van de objecten tussen 19.10 en 19.21 uur niet actief te zijn.

Uit onderzoek in telecomapparaat van [medeverdachte] met [telefoonnummer 3] werd het volgende sms bericht, afkomstig van [telefoonnummer 6] inkomend op 06-08-20 te 15.04 uur, aangetroffen:

"Yo komt van [plaats] , daar hij is alle 4 regele, hoor ik hoelaat hij kan kome, hoop nog vandaag". (pagina 1429) Dit bericht krijgt om 15.07 uur de status 'gelezen'.

(…)

25. Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [B] d.d. 28 augustus 2020, dossierpagina’s 816-823, voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 8] :

(pagina 816)

Op dinsdag 25 augustus 2020, werden bij “ [B] ”, gelegen aan [b-straat 1] te [postcode] [plaats] , camerabeelden gevorderd. De gevorderde beelden betroffen de beelden van alle beveiligingscamera’s die zicht hadden op de openbare weg op donderdag 6 augustus 2020 tussen 18.00 uur en 20.00 uur.

Het bleek dat van de aanwezige camera’s alleen camera 4 zicht had op de openbare weg. Ik zag bij het uitkijken van deze beelden dat deze camera zicht had op de ingang van [B] en hierbij in [b-straat] in de richting van de [j-straat] gericht stond.

Ik wist dat de schietpartij plaats had gevonden nabij de hoek [b-straat] en de parkeerplaats tegenover [C] en de Albert Heijn aldaar.

(pagina 818)

De camerabeelden namen enkel op bij beweging, waardoor de camerabeelden op sommige momenten ineens versprongen.

Ik zag dat om 18.57 uur een personenauto, komende uit de richting van de [k-straat]

en gaande in de richting van de [j-straat] , langs kwam rijden. Ik zag dat deze personenauto parkeerde op/nabij de plek waar later de schietpartij plaatsvond.

(pagina 819)

Ik zag dat om 19.02 uur twee personenauto’s vanaf de [j-straat] [b-straat] in kwamen rijden. Ik zag dat beide auto’s, achteruit parkerend, naast elkaar parkeerden op/nabij de plek waar later de schietpartij plaatsvond. Ik zag dat dit een blauwe en een zilverkleurige personenauto betroffen.

Ik zag, terwijl de zilverkleurige auto nog aan het parkeren was, dat een persoon vanaf de blauwe personenauto de straat over stak en in de richting liep van de persoon die eerder de straat overgestoken was. Hierna is op de beelden te zien dat een persoon in een wit T-shirt vanaf de geparkeerde auto’s ook de straat oversteekt in de richting waar de andere personen eerder opliepen.

Te zien is dat een van de personen die overgestoken was om 19.03 uur de weg weer terug oversteekt in de richting van de geparkeerd staande auto’s.

(pagina 820)

Te zien is dat om 19.05 uur een persoon vanuit de geparkeerd staande personenauto's de straat oversteekt in de richting van de personen die eerder overgestoken waren.

(pagina 821)

Te zien is dat een 5-tal personen om 19.17 uur en een twee-/drietal personen om 19.18 uur de straat in de richting van de geparkeerd staande auto's weer oversteken.

Te zien is dat hierna “rumoer” ontstaat (…).

(pagina 822)

Te zien is dat de twee eerder geparkeerde auto’s om 19.19 uur wegrijden in de richting van de [k-straat] . Hierbij opgemerkt dat deze hard reden en dat hierbij het portier aan de bestuurderskant van de voorste auto nog openstond.

Te zien is dat één van de wegrijdende auto’s de eerdergenoemde personenauto is die om 18.57 uur aan kwam rijden en parkeerde.”
3.3
Het hof wijdt de volgende bewijsoverwegingen aan de bewezenverklaring:

Feit 1

Het hof stelt op grond van de gebezigde bewijsmiddelen de volgende feiten vast.

Het hof merkt daarbij, evenals de rechtbank, op dat zowel door getuigen als verdachten een groot aantal verklaringen is afgelegd in deze zaak en dat met name de verklaringen van de verdachten sterk uiteenlopen. Daarbij laat het hof niet onbesproken dat deze verdachten ook allen zelf een rol hebben vervuld in hetgeen op 6 augustus 2020 is gebeurd en dus belang kunnen hebben gehad om op een bepaalde manier te verklaren. Het hof zal de verklaringen van de verdachten daarom, net als de rechtbank, met behoedzaamheid beoordelen en slechts voor het bewijs gebruiken voor zover zij steun vinden in een of meerdere andere (objectieve) bewijsmiddelen.

Op 6 augustus 2020 kwamen rond 19.21 uur de eerste meldingen binnen bij de politie dat er was geschoten op het parkeerterrein voor de Albert Heijn aan [b-straat] bij het

[a-straat] in [plaats] . Uit het onderzoek kwamen acht verdachten naar voren die alle, hetgeen niet (meer) ter discussie staat, ten tijde van het schietincident aanwezig waren op het [a-straat] : [verdachte] , [betrokkene 2] , [betrokkene 5] , [betrokkene 4] , [betrokkene 1] , [betrokkene 3] , [medeverdachte] en [betrokkene 13] . De eerstgenoemde drie personen kwamen om 18.57 uur aanrijden in een blauwe Hyundai Matrix, [betrokkene 4] arriveerde om 19.02 uur in een blauwe Volkswagen Golf, direct gevolgd door een zilvergrijze Volkswagen Polo met daarin als inzittenden [betrokkene 1] en [betrokkene 3] .

Aanleiding voor de ontmoeting op het [a-straat] was een tussen verschillende hiervoor genoemde verdachten gemaakte afspraak tot het (ver)kopen van vuurwapens. [betrokkene 1] heeft kort gezegd verklaard dat [betrokkene 2] hem een dag eerder, 5 augustus 2020, had gevraagd of hij aan een wapen kon komen voor een vriend van [betrokkene 2] . [betrokkene 1] heeft [betrokkene 2] vervolgens in contact gebracht met [betrokkene 3] door hun Snapchat-accounts met elkaar uit te wisselen. Deze verklaring vindt steun in audio-/ en chatberichten tussen [betrokkene 2] en [betrokkene 1] op 5 augustus 2020, waarin zij onder meer spreken over prijzen en [betrokkene 1] desgevraagd aangeeft om welke vuurwapens het gaat: “vier Glocks, twee Glock 17 en twee Glock 19”. Verder is in de telefoon van [betrokkene 3] een Snapchatcontact aangetroffen met de naam “shl” (afkorting van [betrokkene 2] , de voornaam van [betrokkene 2] ) en heeft [betrokkene 3] bevestigd dat iemand hem in contact heeft gebracht met [betrokkene 2] en dat hij op zijn beurt [betrokkene 2] weer in contact heeft gebracht met iemand. [betrokkene 3] heeft verder verklaard dat hij mensen had samengebracht om een illegale deal te sluiten.

Uit de bewijsmiddelen blijkt verder dat voorafgaande aan de afspraak op het [a-straat] , een ontmoeting tussen verschillende verdachten heeft plaatsgevonden in het [park] te [plaats] en later bij [A] . Het hof stelt vast dat daarbij in elk geval [betrokkene 1] en [betrokkene 3] , maar ook [betrokkene 4] , [verdachte] en [betrokkene 2] aanwezig waren. [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij met [betrokkene 3] in de Polo in het [park] aankwam, dat [betrokkene 2] daar was ‘met een paar boys’ en dat [betrokkene 2] ging praten met de bestuurder van de blauwe Golf. [betrokkene 2] en [betrokkene 3] hebben hun aanwezigheid in het [park] bevestigd en ook [verdachte] heeft bevestigd dat er van tevoren een ontmoeting heeft plaatsgevonden waar [betrokkene 2] , [betrokkene 6] en de personen van buiten de stad (uit de Golf en de Polo) bij aanwezig waren en dat het zou kunnen dat dit in het [park] was. Voorts hebben de telefoons van [betrokkene 2] , [verdachte] , [betrokkene 3] , [betrokkene 1] en [betrokkene 4] die avond voorafgaand aan het treffen op het [a-straat] een zendmast in de nabije omgeving van het [park] als ook [A] aangestraald.

Vervolgens hebben de verdachten [betrokkene 2] , [verdachte] en uiteindelijk ook [betrokkene 5] (in de Matrix), [betrokkene 4] (in de Golf) en [betrokkene 1] en [betrokkene 3] (in de Polo) zich verplaatst naar het [a-straat] . Daar waren [betrokkene 13] en [medeverdachte] ook (reeds) aanwezig.

[betrokkene 1] heeft verklaard dat [medeverdachte] de potentiële koper van de vuurwapens was en dat [verdachte] ‘alles regelde’. Ook dit onderdeel van de verklaring van [betrokkene 1] vindt steun in andere bewijsmiddelen. In de telefoon van [medeverdachte] is een bericht aangetroffen van [verdachte] aan [medeverdachte] van 6 augustus 2020 te 15.04 uur met als inhoud: "Yo komt van [plaats] , daar hij is alle 4 regele, hoor ik hoelaat hij kan kome, hoop nog vandaag". Dit bericht is om 15.07 uur door [medeverdachte] gelezen. [verdachte] heeft bevestigd dat hij betrokken was bij de afspraak, dat hij dit bericht naar [medeverdachte] heeft gestuurd en dat dit zag op de afspraak en dat hij dacht dat de personen met wie de afspraak was gemaakt, de personen uit de grijze Polo en blauwe Golf, uit [plaats] kwamen. Dit hadden die personen zelf gezegd. Bovendien sluit het genoemde aantal (4) naadloos aan op de aantallen wapens waarover door [betrokkene 2] en [betrokkene 1] onderling wordt gesproken betreffende deze wapendeal.

Het hof concludeert uit het voorgaande dat het bovengenoemde bericht van [verdachte] aan de koper [medeverdachte] – zo kort voor de ontmoeting – zag op de aankoop van (4) wapens.

Dat [medeverdachte] in deze afspraak de koper was van het/de vuurwapen(s) en [betrokkene 4] de verkoper/leverancier, blijkt ook uit het feit dat [betrokkene 4] al eerder aanwezig was in het [park] , [medeverdachte] vervolgens op het [a-straat] aanwezig is met het geld en [medeverdachte] en [betrokkene 4] uiteindelijk samen bij de achterkant van de Golf en/of Polo zijn aangekomen waar een worsteling tussen hen is ontstaan. Verder heeft [betrokkene 4] verklaard dat hij die dag een afspraak had met [betrokkene 3] en heeft [betrokkene 3] verklaard dat hij ‘ze’ had samengebracht om tot de ‘illegale deal’ te komen. Overigens heeft [medeverdachte] zichzelf ook steeds als koper gepresenteerd (al verklaarde hij in eerste instantie dat het om een auto ging, waaraan het hof geen geloof hecht omdat dit zijn weerlegging vindt in de bewijsmiddelen) en heeft hij bij de rechter-commissaris d.d. 15 oktober 2021 verklaard dat [betrokkene 4] de verkoper was.

Op grond van het voorgaande stelt het hof vast dat iedere verdachte zijn eigen rol heeft gespeeld in het tot stand brengen van de afspraak op het [a-straat] , waarbij er over en weer is gecommuniceerd, informatie is doorgespeeld en er verschillende afspraken hebben plaatsgevonden. De rol van iedere verdachte vormde een essentiële schakel in de keten die heeft geleid tot de afspraak. Dat geldt ook voor [verdachte] . Hij heeft contact onderhouden met medeverdachten (in elk geval [betrokkene 2] en [medeverdachte] ), hij heeft de koper [medeverdachte] informatie doorgespeeld over de stand van zaken aan de zijde van de verkopende partij die hij op zijn beurt van iemand anders had vernomen en hij was fysiek aanwezig bij zowel de afspraken in het [park] als op het [a-straat] . [verdachte] is daar samen met [betrokkene 5] en [betrokkene 2] als eerste van de drie auto’s gearriveerd en is samen met [betrokkene 2] uitgestapt en naar personen toe gelopen die daar al stonden (waarvan één in elk geval [medeverdachte] ). Kort daarna arriveerden ook de auto’s van [betrokkene 3] , [betrokkene 1] en [betrokkene 4] . Pas ongeveer 20 minuten later is het conflict ontstaan. [verdachte] is dus geruime tijd samen met diverse medeverdachten aanwezig geweest met het kennelijke doel om de wapendeal te voltooien. Gelet op al het voorgaande is de bijdrage van [verdachte] van dusdanig gewicht geweest dat er kan worden gesproken van een nauwe en bewuste samenwerking. Ook waren alle handelingen naar uiterlijke verschijningsvorm gericht op voltooiing van het misdrijf.

Het hof acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.”
<nr>4</nr>Het verweer van de verdediging 4.1
In de schriftuur wordt het verweer in hoger beroep waarnaar in cassatie wordt verwezen als volgt samengevat weergegeven:

“7. Ten aanzien van feit 1 heeft de verdediging betoogd dat (…). Subsidiair is betoogd dat verzoeker niet kan worden gekwalificeerd als medepleger maar hooguit als medeplichtige. Verzoeker heeft volgens de verdediging slechts als tussenpersoon gefungeerd, waarbij verzoeker personen met elkaar in contact bracht. Deze omstandigheid in combinatie met de fysieke aanwezigheid leidt nog niet tot de vaststelling dat sprake is van een bijdrage van zodanig gewicht dat van medeplegen gesproken kan worden.”
<nr>5</nr>Het beoordelingskader 5.1
De Hoge Raad heeft zijn standaardjurisprudentie met betrekking tot medeplegen als volgt weergegeven in HR 27 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:115:

“2.3 Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is alleen gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Een en ander brengt mee dat wanneer het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, op de rechter de taak rust om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering – dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging – dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. (Vgl. HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316.)De vraag of aan de bovenstaande eisen is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. De Hoge Raad kan hierover geen algemene regels geven, maar slechts tot op zekere hoogte duidelijkheid verschaffen door het formuleren van aandachtspunten en door het beslissen van concrete gevallen, waarbij de toetsing in cassatie overigens sterk wordt gekleurd door de precieze bewijsvoering van de feitenrechter, waaronder begrepen een eventuele op het medeplegen toegesneden nadere motivering.”
<nr>6</nr>De bespreking van het middel 6.1
Door het hof is vastgesteld dat [betrokkene 2] op 5 augustus 2020 aan [betrokkene 1] heeft gevraagd of hij aan een wapen kon komen voor een vriend van [betrokkene 2] . [betrokkene 1] heeft [betrokkene 2] toen in contact gebracht met [betrokkene 3] door hun Snapchat-accounts met elkaar uit te wisselen. Uit correspondentie tussen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] blijkt dat het zou gaan om de aankoop/verkoop van vier wapens. Op 6 augustus 2020, de dag van de afspraak, heeft de verdachte aan [medeverdachte] , de potientiële koper van de vuurwapens, het bericht gestuurd ‘Yo komt van [plaats] , daar hij is alle 4 regele, hoor ik hoelaat hij kan kome, hoop nog vandaag’. De verdachte heeft bevestigd dat hij dit bericht naar [medeverdachte] heeft gestuurd, dat hij betrokken was bij de afspraak, dat dit bericht ook zag op die afspraak en dat hij dacht dat de verkopende partij uit [plaats] kwam. Voorafgaand aan de afspraak op het [a-straat] vond eerst tussen verschillende verdachten een ontmoeting plaats in het [park] en bij universiteit. De verdachte was daar ook bij aanwezig. Daarna hebben de verdachten zich in verschillende auto’s verplaatst naar het [a-straat] . Op het [a-straat] is ongeveer twintig minuten nadat de verdachte daar aankwam een conflict ontstaan tussen [medeverdachte] en [betrokkene 4] (de verkoper/leverancier van de vuurwapens), als gevolg waarvan de wapendeal niet is voltooid. Deze vaststellingen zijn in cassatie niet betwist.
6.2
Op basis van het voorgaande heeft het hof overwogen dat iedere verdachte zijn eigen rol heeft gespeeld in het tot stand brengen van de afspraak op het [a-straat] , waarbij er over en weer is gecommuniceerd, informatie is doorgespeeld en er verschillende afspraken hebben plaatsgevonden. De rol van iedere verdachte vormde een essentiële schakel in de keten die heeft geleid tot de afspraak, waaronder ook de rol van de verdachte. Hij heeft namelijk contact onderhouden met medeverdachten (in elk geval [betrokkene 2] en [medeverdachte] ), hij heeft [medeverdachte] informatie doorgespeeld over de stand van zaken aan de kant van de verkopende partij die hij op zijn beurt weer van iemand anders had vernomen en hij was fysiek aanwezig bij zowel de afspraak in het [park] als op het [a-straat] . Al met al was de bijdrage van de verdachte van dusdanig gewicht dat kan worden gesproken van een nauwe en bewuste samenwerking, zo oordeelt het hof.
6.3
In cassatie wordt nu ter discussie gesteld of de handelingen van de verdachte zoals door het hof vastgesteld een intellectuele en/of materiële bijdrage van voldoende gewicht zijn voor een bewezenverklaring van medeplegen. Daarover het volgende. Uit de bewijsmiddelen kan worden opgemaakt dat de verdachte niet alleen wist van de afspraak (bewijsmiddel 10 en 11), maar ook actief betrokken is geweest bij het maken van die afspraak. Hij heeft immers vlak voor de afspraak in een bericht informatie gedeeld met [medeverdachte] (bewijsmiddel 21). Uit dat bericht blijkt dat de verdachte kennelijk op de hoogte was van het aantal wapens dat verkocht/gekocht zou worden en dat hij een zodanige informatiepositie had dat hij kort voor de afspraak nog te horen zou krijgen hoe laat de verkopende partij zou kunnen komen. Ook heeft de verdachte voor de afspraak in ieder geval ook nog contact gehad met [betrokkene 2] (bewijsmiddel 10). Hij is vervolgens met twee medeverdachten naar zowel het [park] , [A] als het [a-straat] gereden (bewijsmiddel 3, 7, 9, 10 en 21). Op het [a-straat] is hij uitgestapt en heeft hij zich bij andere medeverdachten gevoegd totdat de wapendeal uit de hand liep (bewijsmiddel 3, 9). Bovendien verklaart medeverdachte [betrokkene 1] over de verdachte ‘deze jongen regelde alles’ (bewijsmiddel 3). De verdachte is aldus in feite betrokken geweest bij de gehele (poging) tot uitvoering van het delict. Het voorgaande in overweging genomen acht ik het oordeel van het hof dat de bijdrage van de verdachte van dusdanig gewicht is geweest dat kan worden gesproken van een nauwe en bewuste samenwerking niet onbegrijpelijk en – ook in het licht van wat er in hoger beroep is aangevoerd – toereikend gemotiveerd.
6.4
Het middel faalt.
<nr>7</nr>Slotsom 7.1
Het middel faalt en kan worden afgedaan met een aan art. 81 RO ontleende motivering.
7.2
Ambtshalve merk ik op dat de redelijke termijn in cassatie op 19 februari 2026 is overschreden. Dat dient te leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf.
7.3
Voor het overige heb ik geen ambtshalve gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
7.4
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

A-G

Artikel delen