Conclusie AG. Voorhanden hebben Poolse verblijfskaart, waarvan de verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals was (art. 231 Sr). (Tijdelijk) vervolgingsbeletsel openbaar ministerie vanwege het beroep van de verdachte op art. 31 lid 1 van het Vluchtelingenverdrag? Het oordeel van het hof dat geen sprake is van een situatie waarin de verdachte het (valse) Poolse verblijfsdocument onmi...