Oplichting met behulp van een valse bankapplicatie
Rechtbank Amsterdam 1 July 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2023:9111
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-07-2026
Datum publicatie
01-07-2026
Zaaknummer
13/196278-22 (A), 13/293350-22 (B), 13/082174-23 (C) en 09/100155-22 (tul)
Rechtsgebied
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI:NL:RBAMS:2023:9111text/xmlpublic2026-07-01T18:30:142026-07-01Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Amsterdam2023-07-1113/196278-22 (A), 13/293350-22 (B), 13/082174-23 (C) en 09/100155-22 (tul)UitspraakEerste aanleg - meervoudigNLAmsterdamStrafrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:9111text/htmlpublic2026-07-01T18:29:462026-07-01Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBAMS:2023:9111 Rechtbank Amsterdam , 11-07-2023 / 13/196278-22 (A), 13/293350-22 (B), 13/082174-23 (C) en 09/100155-22 (tul) Oplichting met behulp van een valse bankapplicatie
verkort vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummers: 13/196278-22 (A), 13/293350-22 (B), 13/082174-23 (C) en 09/100155-22 (tul) Datum uitspraak: 11 juli 2023 Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaken tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres] ,
thans gedetineerd in het [verblijfsplaats] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 20 april 2023 en 27 juni 2023. De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A, zaak B en zaak C aangeduid. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.P. Staal en van wat verdachte, zijn raadsvrouw mr. S.M. Hoogenraad en de deskundige E. Lassooij naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat In zaak A onder: 1.
hij op of omstreeks 3 december 2021 te Amsterdam, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een MacBook Pro 13, althans die [benadeelde partij 1] heeft bewogen tot afgifte van enig goed, door zich voor te doen als bonafide koper van die MacBook, waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader- een nep/valse betalingsapp heeft/hebben (geïnstalleerd) op een/zijn/hun telefoon
(had/hadden) en/of,- (vervolgens) in die nep/valse betalingsapp het verschuldigde bedrag (780 euro)
heeft/hebben ingevoerd en/of,- (vervolgens) die [benadeelde partij 1] die nep/valse betalingsapp heeft/hebben getoond, als ware het
verschuldigde bedrag overgeschreven naar de rekening van die [benadeelde partij 1] en/of,- een valse, althans een andere dan de naam van verdachte en/of zijn mededader, te weten
[naam 1] heeft/hebben gebruikt ten tijde van de koop door het rijbewijs van
die [naam 1] aan die [benadeelde partij 1] te tonen,waardoor die [benadeelde partij 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, terwijl het verschuldigde bedrag nooit door verdachte en/of zijn mededader aan die [benadeelde partij 1] is betaald;(artikelen 47 en 326 van het Wetboek van Strafrecht) 2
hij op of omstreeks 4 april 2022 te Hilversum, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een horloge (merk Breitling), althans die [benadeelde partij 2] heeft bewogen tot afgifte van enig goed, door zich voor te doen als bonafide koper van dat horloge, waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader- een nep/valse betalingsapp heeft/hebben (geïnstalleerd) op een/zijn/hun telefoon (had/hadden) en/of,- (vervolgens) in die nep/valse betalingsapp het verschuldigde bedrag (1.800 euro)
heeft/hebben ingevoerd en/of,- (vervolgens) die [benadeelde partij 2] die nep/valse betalingsapp/en of screenshot heeft/hebben
getoond, als ware het verschuldigde bedrag overgeschreven naar de rekening van die
[benadeelde partij 2] vanaf de betaalrekening [rekeningnummer] op naam van [naam 2]
en/of- tegen die [benadeelde partij 2] heeft/hebben gezegd dat de overschrijving even kon duren daar het
van een zakelijke ABN AMRO rekening naar een ING rekening is overgemaakt,waardoor die [benadeelde partij 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, terwijl het verschuldigde bedrag nooit door verdachte en/of zijn mededader aan die [benadeelde partij 2] is betaald;(artikelen 47 en 326 van het Wetboek van Strafrecht) 3
hij op of omstreeks 18 februari 2022 te Rotterdam, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een iPhone 13 Pro, althans die [benadeelde partij 3] heeft bewogen tot afgifte van enig goed, door zich voor te doen als bonafide koper van die iPhone, waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader- onder een valse naam contact heeft/hebben opgenomen met die [benadeelde partij 3] en/of,- een nep/valse betalingsapp heeft/hebben (geïnstalleerd) op een/zijn/hun telefoon (had/hadden) en/of,- (vervolgens) in die nep/valse betalingsapp het verschuldigde bedrag (1000 euro)
heeft/hebben ingevoerd en/of,- (vervolgens) die [benadeelde partij 3] die nep/valse betalingsapp heeft/hebben getoond, als ware het
verschuldigde bedrag overgeschreven naar de rekening van die [benadeelde partij 3] vanaf de
betaalrekening [rekeningnummer] op naam van [naam 2] en/of,- tegen die [benadeelde partij 3] heeft/hebben gezegd dat de overschrijving iets langer kon duren daar
zijn/hun rekening een zakelijke rekening betreft,waardoor die [benadeelde partij 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, terwijl het verschuldigde bedrag nooit door verdachte en/of zijn mededader aan die [benadeelde partij 3] is betaald;(artikelen 47 en 326 van het Wetboek van Strafrecht) 4
4.hij op of omstreeks 22 juni 2022 te Hilversum, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een iMac, althans die [benadeelde partij 4] heeft bewogen tot afgifte van enig goed, door zich voor te doen als bonafide koper van die iMac, waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader- een nep/valse betalingsapp heeft/hebben (geïnstalleerd) op een/zijn/hun telefoon (had/hadden) en/of,- (vervolgens) in die nep/valse betalingsapp het verschuldigde bedrag (1000 euro)
heeft/hebben ingevoerd en/of,- (vervolgens) die [benadeelde partij 4] die nep/valse betalingsapp heeft/hebben getoond, als ware het
verschuldigde bedrag overgeschreven naar de rekening van die [benadeelde partij 4] ,waardoor die [benadeelde partij 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, terwijl het verschuldigde bedrag nooit door verdachte en/of zijn mededader aan die [benadeelde partij 4] is betaald;(artikelen 47 en 326 van het Wetboek van Strafrecht) 5
5. hij op of omstreeks 18 juni 2022 te Bussum, gemeente Gooise Meren, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een iPhone 13 mini, althans die [benadeelde partij 5] heeft bewogen tot afgifte van enig goed, door zich voor te doen als bonafide koper van die iPhone, waarbij hij- een nep/valse betalingsapp heeft (geïnstalleerd) op een/zijn telefoon (had) en/of,- (vervolgens) in die nep/valse betalingsapp (50 euro minder dan) het verschuldigde bedrag (950 euro) heeft ingevoerd en/of,- (vervolgens) die [benadeelde partij 5] die nep/valse betalingsapp heeft getoond, als ware (50 euro
minder dan) het verschuldigde bedrag overgeschreven naar de rekening van die [benadeelde partij 5]
vanaf de betaalrekening [rekeningnummer] op naam van [naam 3] en/of- (vervolgens) in die nep/valse betalingsapp het verschuldigde bedrag (50 euro) heeft
ingevoerd en/of- (vervolgens) die [benadeelde partij 5] die nep/valse betalingsapp heeft getoond, als ware het
verschuldigde bedrag overgeschreven naar de rekening van die [benadeelde partij 5] vanaf de
betaalrekening [rekeningnummer] op naam van [naam 3] en/of,- tegen die [benadeelde partij 5] heeft gezegd dat de overschrijving iets langer kon duren daar hij via
een Belgische rekening heeft betaald,waardoor die [benadeelde partij 5] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, terwijl het verschuldigde bedrag nooit door verdachte en/of zijn mededader aan die [benadeelde partij 5] is betaald;
(artikelen 47 en 326 van het Wetboek van Strafrecht)
In zaak B: hij op of omstreeks 3 augustus 2022 te Delft, in elk geval in Nederland opzettelijk een ambtenaar, te weten [benadeelde partij 6] (brigadier bij de Eenheid Den Haag), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid,mondeling heeft beleligd, door hem/haar een of meermaals de woorden toe te voegen:- "jij bent een kanker motherfucker" en/of- "jij bent een kanker sukkeltje" en/of- "jij bent een kanker hoertje" en/of- "ik hoop dat jouw moeder kanker krijgt" en/of- "jouw moeder is echt een kankerhoer, ik neuk haar elke avond weet jij dat" en/of- "ik betaal jouw kanker moeder omdat zij een kanker hoertje is",
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;(artikelen 266 en 267 van Wetboek van Strafrecht) In zaak C: hij op of omstreeks 27 mei 2022 te Diemen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, door- via Marktplaats [benadeelde partij 7] te benaderen en/of- aan te geven zijn Macbook te willen kopen en/of- een afspraak te maken met voornoemde [benadeelde partij 7] voor de overdracht van de Macbook en/of- te zeggen dat hij, verdachte, het afgesproken geldbedrag heeft overgemaakt via mobiel
bankieren op zijn, verdachtes, telefoon en/of- op zijn telefoon een (valse) applicatie voor mobiel bankieren te tonen, waaruit zou blijken
dat verdachte het afgesproken gelbedrag heeft overgemaakt,terwijl betaling door of vanwege verdachte achterwege is gebleven;(artikelen 47 en 326a van het Wetboek van Strafrecht) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 27 mei 2022 te Diemen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 7] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten te afgifte van een Macbook, door- zich voor te doen als bonafide koper door via Marktplaats (onder valse naam) te reageren
op de advertenties van die [benadeelde partij 7] , en/of- aan te geven de Macbook te willen kopen, en/of- een afspraak te maken met die [benadeelde partij 7] voor de overdracht van de Macbook, en/of- te zeggen dat hij, verdachte het afgesproken geldbedrag heeft overgemaakt via mobiel
bankieren op zijn telefoon, en/of- op zijn, verdachtes, telefoon een (valse) applicatie voor mobiel bankieren te tonen, waaruit
zou blijken dat verdachte het afgesproken gelbedrag heeft overgemaaktterwijl betaling door of vanwege verdachte (telkens achterwege is gebleven).(artikelen 47 en 326 van het Wetboek van Strafrecht) 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs4.1. Vrijspraak van het in zaak C primair ten laste gelegde Met de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank het in zaak C primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, nu niet blijkt dat verdachte een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen zonder daarvoor te betalen. De rechtbank zal verdachte hier dan ook van vrijspreken. 4.2. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de overige ten laste gelegde feiten op grond van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen. De officier van justitie heeft voorts verklaard dat soms verdachte en andere keer de mededader de uitvoeringshandelingen voor zijn rekening heeft genomen en dat gelet op deze uitwisselbaarheid van rollen de nauwe en bewuste samenwerking is gegeven. 4.3. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het in zaak A, onder 1, 2, 3, 4 en 5 en het in zaak C subsidiair ten laste gelegde omdat verdachte ontkent dat hij deze feiten heeft gepleegd, niet blijkt dat verdachte een uitvoeringshandeling heeft gepleegd en niet blijkt van een nauwe en bewuste samenwerking. Ten aanzien van zaak A, onder 5, en het in zaak C ten laste gelegde zijn de beelden onvoldoende duidelijk voor een betrouwbare herkenning. 4.4. Het oordeel van de rechtbank 4.4.1. Overwegingen Betrouwbaarheid herkenningen De rechtbank heeft de beelden bekeken en acht de beelden, waaronder ook de beelden in zaak A, onder 5, en in zaak C, voldoende duidelijk voor een betrouwbare herkenning. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de op de beelden gebaseerde herkenningen als onbetrouwbaar terzijde te schuiven. Zaak A en C In alle ten laste gelegde feiten, met uitzondering van feit 3 van zaak A (slachtoffer [benadeelde partij 3] ), heeft de aangever telkens een kostbaar goed te koop aangeboden op Marktplaats. Het slachtoffer [benadeelde partij 3] had zijn goed aangeboden via Facebook. De verdachte heeft steeds op deze advertenties gereageerd, contact opgenomen met de aanbieders (de latere slachtoffers) en een afspraak gemaakt. Vervolgens is de verdachte steeds op die afspraak verschenen, is de koop gesloten, deed de verdachte (en/of zijn mededader) alsof de koopsom digitaal was overgemaakt door een valse applicatie voor mobiel bankieren aan de aangever te tonen waaruit dat zou blijken, is gezegd dat de bijschrijving van de koopsom op de bankrekening van aangever enige tijd op zich zou laten wachten omdat de koopsom van een zakelijke/buitenlandse rekening zou zijn afgeschreven en zijn verdachte (en zijn mededader) met het goed vertrokken. In de zaak A, feit 1 tot en met 4 en zaak C handelde de verdachte samen met een mededader. Bij feit 5 van zaak A (het slachtoffer [benadeelde partij 5] ) was geen sprake van een mededader. De rechtbank stelt vast dat verdachte in alle gevallen één van de mededaders is geweest en bij slachtoffer [benadeelde partij 5] de enige dader. Slachtoffers [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] hebben een foto gemaakt van de daders. In de zaak [benadeelde partij 3] waren camerabeelden aanwezig van het appartementencomplex en in de zaak [benadeelde partij 5] waren er camerabeelden van het achterliggende tankstation Tamoil. Op al deze foto’s en camerabeelden wordt verdachte door diverse verbalisanten herkend. In de zaak [benadeelde partij 4] heeft de aangever een foto gemaakt van de auto waarmee de daders vertrokken en die auto bleek op naam van de verdachte gehuurd te zijn. De verdachte is ook kort na de oplichting van [benadeelde partij 4] door verbalisanten gezien toen hij als bestuurder in deze auto zat. De verdachte komt steeds met de mededader of alleen naar de gemaakte afspraak en de verdachte is in tenminste twee gevallen ook degene die met het goed – zijnde de mobiele telefoon ( [benadeelde partij 3] ) danwel de laptop ( [benadeelde partij 7] ) - in zijn handen is weggelopen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn mededader en dat daarbij sprake is van inwisselbare rollen. Gelet op de specifieke modus operandi, waarbij steeds niet in Nederland geboren personen worden uitgekozen die dure spullen te koop aanbieden en de wijze waarop de goederen worden ontnomen zonder te betalen, acht de rechtbank alle feiten wettig en overtuigend bewezen. Zaak B
De verdachte heeft bekend het feit te hebben gepleegd. Het bewijs van dit feit kan bovendien worden gevonden in het proces-verbaal van aanhouding en een aanvullend proces-verbaal van bevindingen. De rechtbank acht ook dit feit wettig en overtuigend bewezen. 4.3.2. De bewijsmiddelen De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.
5. Bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat verdachte In zaak A onder: 1. op 3 december 2021 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels [benadeelde partij 1] heeft bewogen tot de afgifte van een MacBook Pro 13 door zich voor te doen als bonafide koper van die MacBook, waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader- een valse betalingsapp heeft/hebben (geïnstalleerd) op zijn/hun telefoon en- in die valse betalingsapp het verschuldigde bedrag (780 euro) heeft/hebben ingevoerd en- vervolgens die [benadeelde partij 1] die valse betalingsapp heeft/hebben getoond, als ware het
verschuldigde bedrag overgeschreven naar de rekening van die [benadeelde partij 1] en- een valse naam, te weten [naam 1] , heeft/hebben gebruikt ten tijde van de
koop door het rijbewijs van die [naam 1] aan die [benadeelde partij 1] te tonen,waardoor die [benadeelde partij 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, terwijl het verschuldigde bedrag nooit door verdachte en/of zijn mededader aan die [benadeelde partij 1] is betaald; 2.
op 4 april 2022 te Hilversum, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels
[benadeelde partij 2] heeft bewogen tot de afgifte van een horloge (merk Breitling) door zich voor te doen als bonafide koper van dat horloge, waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader- een valse betalingsapp heeft/hebben (geïnstalleerd) op een/zijn/hun telefoon en,- in die valse betalingsapp het verschuldigde bedrag (1.800 euro) heeft/hebben ingevoerd en- vervolgens die [benadeelde partij 2] die valse betalingsapp/en of screenshot heeft/hebben
getoond, als ware het verschuldigde bedrag overgeschreven naar de rekening van die
[benadeelde partij 2] vanaf de betaalrekening [rekeningnummer] op naam van [naam 2]
en- tegen die [benadeelde partij 2] heeft/hebben gezegd dat de overschrijving even kon duren daar het
van een zakelijke ABN AMRO rekening naar een ING rekening is overgemaakt,waardoor die [benadeelde partij 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, terwijl het verschuldigde bedrag nooit door verdachte en/of zijn mededader aan die [benadeelde partij 2] is betaald; 3.
op 18 februari 2022 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels [benadeelde partij 3] heeft bewogen tot de afgifte van een iPhone 13 Pro door zich voor te doen als bonafide koper van die iPhone, waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader- onder een valse naam contact heeft/hebben opgenomen met die [benadeelde partij 3] en- een valse betalingsapp heeft/hebben (geïnstalleerd) op zijn/hun telefoon en- in die valse betalingsapp het verschuldigde bedrag (1000 euro) heeft/hebben ingevoerd en- vervolgens die [benadeelde partij 3] die valse betalingsapp heeft/hebben getoond, als ware het
verschuldigde bedrag overgeschreven naar de rekening van die [benadeelde partij 3] vanaf de
betaalrekening [rekeningnummer] op naam van [naam 2] en- tegen die [benadeelde partij 3] heeft/hebben gezegd dat de overschrijving iets langer kon duren daar
zijn/hun rekening een zakelijke rekening betreft,waardoor die [benadeelde partij 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, terwijl het verschuldigde bedrag nooit door verdachte en/of zijn mededader aan die [benadeelde partij 3] is betaald;
4.op 22 juni 2022 te Hilversum, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels
[benadeelde partij 4] heeft bewogen tot de afgifte van een iMac, althans die [benadeelde partij 4] door zich voor te doen als bonafide koper van die iMac, waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader- een valse betalingsapp heeft/hebben (geïnstalleerd) op zijn/hun telefoon en- in die valse betalingsapp het verschuldigde bedrag (1000 euro) heeft/hebben ingevoerd en- vervolgens die [benadeelde partij 4] die valse betalingsapp heeft/hebben getoond, als ware het
verschuldigde bedrag overgeschreven naar de rekening van die [benadeelde partij 4] ,waardoor die [benadeelde partij 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, terwijl het verschuldigde bedrag nooit door verdachte en/of zijn mededader aan die [benadeelde partij 4] is betaald; 5
5. op 18 juni 2022 te Bussum, gemeente Gooise Meren, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels [benadeelde partij 5] heeft bewogen tot de afgifte van een iPhone 13 mini door zich voor te doen als bonafide koper van die iPhone, waarbij hij- een valse betalingsapp heeft (geïnstalleerd) op zijn telefoon en- in die valse betalingsapp 50 euro minder dan het verschuldigde bedrag (950 euro) heeft ingevoerd en- vervolgens die [benadeelde partij 5] die valse betalingsapp heeft getoond, als ware 50 euro
minder dan het verschuldigde bedrag overgeschreven naar de rekening van die [benadeelde partij 5]
vanaf de betaalrekening [rekeningnummer] op naam van [naam 3] en- vervolgens in die nep/valse betalingsapp het verschuldigde bedrag (50 euro) heeft
ingevoerd en/of- vervolgens die [benadeelde partij 5] die valse betalingsapp heeft getoond, als ware het verschuldigde
bedrag overgeschreven naar de rekening van die [benadeelde partij 5] vanaf de betaalrekening
[rekeningnummer] op naam van [naam 3] en- tegen die [benadeelde partij 5] heeft gezegd dat de overschrijving iets langer kon duren daar hij via
een Belgische rekening heeft betaald,waardoor die [benadeelde partij 5] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, terwijl het verschuldigde bedrag nooit door verdachte aan die [benadeelde partij 5] is betaald;
In zaak B: op 3 augustus 2022 te Delft, opzettelijk een ambtenaar, te weten [benadeelde partij 6] (brigadier bij de Eenheid Den Haag), gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen:- "jij bent een motherfucker" en- "jij bent een kanker sukkeltje" en- "jij bent een kanker hoertje" en- "ik hoop dat jouw moeder kanker krijgt" en- "jouw moeder is echt een kankerhoer, ik neuk haar elke avond weet jij dat" en- "ik betaal jouw kanker moeder omdat zij een kanker hoertje is"; In zaak C subsidiair: op 27 mei 2022 te Diemen, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels [benadeelde partij 7] heeft bewogen tot de afgifte van een Macbook door- zich voor te doen als bonafide koper door via Marktplaats onder valse naam te reageren
op de advertenties van die [benadeelde partij 7] en- aan te geven de Macbook te willen kopen en- een afspraak te maken met die [benadeelde partij 7] voor de overdracht van de Macbook en- te zeggen dat hij, verdachte en/of zijn mededader het afgesproken geldbedrag heeft
overgemaakt via mobiel bankieren op zijn telefoon en- op zijn, verdachtes, telefoon en/of op de telefoon van zijn mededader een valse applicatie
voor mobiel bankieren te tonen, waaruit zou blijken dat verdachte en/of zijn mededader het
afgesproken gelbedrag heeft overgemaakt,terwijl betaling door of vanwege verdachte achterwege is gebleven.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 6De strafbaarheid van de feiten De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 7De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8Motivering van de straffen en maatregelen8.1. De strafeis van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 360 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 140 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, en met vaststelling van de bijzondere voorwaarden genoemd in het reclasseringsadvies van 21 juni 2023. Daarmee bedraagt het onvoorwaardelijke strafdeel 220 dagen. De officier van justitie wil met zijn strafeis voorkomen dat verdachte zijn zopas verkregen begeleid wonen- woning verliest De rechtbank begrijpt de strafeis dat ook als een gevangenisstraf van 360 dagen, waarvan 220 dagen voorwaardelijk. 8.2. Het strafmaatverweer van de verdediging De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht bij strafoplegging ten gunste van verdachte ermee rekening te houden dat hij verstandelijk beperkt is, dat hij first-offender is op het gebied van oplichting, dat hij eindelijk een woonplek heeft gekregen bij het Leger des Heils en dat hij die plek zal verliezen bij een langdurige detentie en dat hij voornemens is zijn opleiding in de zorg voort te zetten. 8.3. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Verdachte heeft vijf personen samen met een ander en één persoon alleen opgelicht. Bewust heeft hij niet in Nederland geboren personen uitgekozen die niet goed bekend zijn met de Nederlandse bankieren-applicaties. Hij heeft van hen goederen afhandig gemaakt met een waarde van gemiddeld méér dan duizend euro per persoon. Daarbij is sprake van een listig en vooropgezet plan. Om aan te tonen dat de koopsom was overgemaakt is steeds een valse applicatie voor mobiel bankieren getoond waar dat uit zou blijken. Daarmee is bij de oplichtingen steeds gebruik gemaakt van een listige kunstgreep. Aldus heeft verdachte aangevers financieel aanzienlijk benadeeld en afbreuk gedaan aan het vertrouwen dat men in de kleinschalige, niet-commerciële handel op Marktplaats mag hebben. Ook heeft verdachte een politieambtenaar ernstig beledigd, waarmee hij die politieambtenaar in zijn eer heeft aangetast. Verdachte is, blijkens het hem betreffende uittreksel Justitiële Documentatie van 31 mei 2023, eerder veroordeeld vanwege vermogensdelicten en belediging van een ambtenaar. Die eerdere veroordelingen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden zich weer aan dergelijke feiten schuldig te maken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de oplegging van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur in beginsel gepast. Gelet op de inhoud van het reclasseringsrapport waaruit volgt dat verdachte sinds medio mei 2023 na een lange wachttijd in een begeleid wonen omgeving is geplaatst, er net een aanvang wordt gemaakt met de bijzondere voorwaarden die hem in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis zijn opgelegd én verdachte nu serieus werk wil maken van het voltooien van zijn opleiding, zal de rechtbank hem nog een kans bieden door hem een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Daarbij zullen na te noemen algemene en bijzondere voorwaarden worden opgelegd, zoals door de reclassering geadviseerd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat om bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd. 9Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling Bij de stukken bevindt zich de op 14 april 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak met parketnummer 09/100155-22, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis d.d. 3 mei 2022 van de politierechter te ‘s-Gravenhage, waarbij de verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 weken, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 2 weken, niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Tevens bevindt zich bij de stukken een geschrift waaruit blijkt dat de mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering aan verdachte per post is toegezonden Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin en in de inhoud van het reclasseringsrapport omtrent de huidige situatie van verdachte, aanleiding niet de tenuitvoerlegging te gelasten maar de proeftijd met 1 jaar te verlengen, zoals ook door de officier van justitie ter terechtzitting van 27 juni 2023 is gevorderd. 10Het beslag Op 3 augustus 2022 is onder verdachte is een geldbedrag van € 250,- (goednummer 2021255730) in beslag genomen. Daarvan zal de rechtbank de teruggave aan verdachte gelasten. 11. De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel 11.1. De vorderingen van de benadeelde partijen
[benadeelde partij 1]
De benadeelde partij [benadeelde partij 1] vordert de vergoeding van € 800,- aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van een schadevergoedings-maatregel.
[benadeelde partij 2]
De benadeelde partij [benadeelde partij 2] vordert de vergoeding van € 1.800,- aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van een schade-vergoedingsmaatregel.
[benadeelde partij 3]
De benadeelde partij [benadeelde partij 3] vordert de vergoeding van € 1.000,- aan materiële en van
€ 1.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en de oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.
[benadeelde partij 5]
De benadeelde partij [benadeelde partij 5] vordert de vergoeding van € 1.000,- en een door de rechtbank te bepalen bedrag (voor de tijd besteed aan het doen van aangifte en het verzamelen van bewijs) aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en de oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.
[benadeelde partij 7]
De benadeelde partij [benadeelde partij 7] vordert de vergoeding van € 1.199,- aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en de oplegging van een schade-vergoedingsmaatregel. 11.2. Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 7] moeten worden toegewezen tot de hoogte van de overeengekomen koopsommen en voor het overige niet-ontvankelijk verklaard moeten worden, en dat de vorderingen van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] met betrekking tot de immateriële schade en van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] met betrekking tot het ‘door de rechtbank te bepalen bedrag’ onvoldoende zijn onderbouwd en voor wat dat betreft niet-ontvankelijk verklaard moeten worden. Niet blijkt immers dat door het feit bij [benadeelde partij 3] psychische schade is ontstaan, noch welke schade voor [benadeelde partij 5] is ontstaan door aangifte te doen en bewijs te verzamelen. De vorderingen van [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 5] dienen voor zover zij betrekking hebben op materiële schade wat de officier van justitie betreft te worden toegewezen. Ditzelfde geldt voor de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] . 11.3. Het standpunt van de verdediging Met uitzondering van de vordering van [benadeelde partij 2] en die van [benadeelde partij 7] heeft de raadsvrouw hetzelfde standpunt aangenomen als de officier van justitie. Wat betreft de vordering van [benadeelde partij 7] betreft heeft zij zich primair op het standpunt gesteld dat er onvoldoende is aangevoerd om te kunnen bepalen of en hoeveel [benadeelde partij 7] voor de computer heeft betaald. Daaraan heeft zij nog toegevoegd dat de schadevergoeding van [benadeelde partij 7] lager moet uitvallen dan gevorderd omdat deze ziet op een computer uit 2017. Over de vordering van [benadeelde partij 2] heeft zij gesteld dat deze moet worden afgewezen omdat niet blijkt dat het horloge echt van het merk Breitling is. 11.4. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de echtheid van het horloge van [benadeelde partij 2] . Met betrekking tot het standpunt dat niet is gebleken hoeveel [benadeelde partij 7] voor de computer heeft betaald merkt de rechtbank op dat dit als zodanig niet relevant is voor de waarde van de computer en de schade die [benadeelde partij 7] heeft geleden, terwijl deze schade wel voldoende is onderbouwd. De rechtbank zal de door de benadeelde partijen gevraagde schadevergoedingen toewijzen overeenkomstig het standpunt van de officier van justitie. De schadevergoedingen voor [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 7] zullen worden toegewezen tot de overeengekomen koopsommen, nu daarmee de waarde van de door hen verkochte goederen op de pleegdata is bepaald. De rechtbank zal de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 7] hoofdelijk toewijzen nu de betreffende feiten door verdachte tezamen in vereniging met een ander zijn gepleegd. Ook zal de rechtbank de schadevergoedingen telkens vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de pleegdatum en telkens een schadevergoedingsmaatregel opleggen.
[benadeelde partij 1]
Vast staat dat aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] door het in zaak A, onder 1, bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank oordeelt dat de vordering tot vergoeding van de materiële schade hoofdelijk zal worden toegewezen tot een bedrag van € 780,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
[benadeelde partij 2]
Vast staat dat aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2] door het in zaak A, onder 2, bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank oordeelt dat de vordering tot vergoeding van de materiële schade hoofdelijk zal worden toegewezen tot het gevraagde bedrag van € 1.800,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
[benadeelde partij 3]
Vast staat dat aan de benadeelde partij [benadeelde partij 3] door het in zaak A, onder 3, bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank oordeelt dat de vordering tot vergoeding van de materiële schade hoofdelijk zal worden toegewezen tot het gevraagde bedrag van € 1.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
[benadeelde partij 5]
Vast staat dat aan de benadeelde partij [benadeelde partij 5] door het in zaak A, onder 5, bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank oordeelt dat de vordering tot vergoeding van de materiële schade zal worden toegewezen tot een bedrag van € 1.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
[benadeelde partij 7]
Vast staat dat aan de benadeelde partij [benadeelde partij 7] door het in zaak C bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank oordeelt dat de vordering tot vergoeding van de materiële schade hoofdelijk zal worden toegewezen tot een bedrag van € 1.060,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De benadeelde partijen [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 5] zullen voor het overige niet-ontvankelijk in hun vorderingen worden verklaard. De behandeling van de vorderingen levert voor die delen een onevenredige belasting van het strafgeding op omdat de vorderingen voor die delen onvoldoende zijn onderbouwd en het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. De benadeelde partijen kunnen de resterende delen van hun vorderingen bij de burgerlijke rechter aanbrengen. De vorderingen van [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 7] zullen voor het overige worden afgewezen. Voorts zal de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die alle voornoemde benadeelde partijen hebben gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zullen maken. In het belang van alle voornoemde benadeelde partijen zullen, als extra waarborg voor betaling aan de benadeelde partijen, maatregelen als bedoeld in van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte worden opgelegd. 12Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57, 63, 266, 267 en 326 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. 13Beslissing Verklaart het in zaak C primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart bewezen dat verdachte het in zaak A, onder 1, 2, 3, 4 en 5, het in zaak B en het in zaak C subsidiair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: In zaak A, onder 1, 2, 3 en 4, en in zaak C subsidiair:
Medeplegen oplichting, meermalen gepleegd; In zaak A, onder 5:
Oplichting; In zaak B:
Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 300 dagen. Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Bepaalt dat een gedeelte, groot 163 dagen, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen. Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast. De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit. De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd niet aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarden voldoet. Stelt als bijzondere voorwaarden: Meldplicht
De veroordeelde meldt zich binnen drie werkdagen na de aanvang van de proeftijd bij het
Leger des Heils, Jeugdbescherming & Reclassering op het adres [adres]
en blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zo lang de
reclassering dat nodig acht; Ambulante diagnostiek/behandeling
De veroordeelde werkt mee aan verdiepingsdiagnostiek en - als en zo lang de reclassering dit nodig acht - aan behandeling bij forensische polikliniek De Waag of een soortgelijke, door de reclassering aan te wijzen zorgverlener. Daarbij zal de veroordeelde zich houden aan de huisregels van de zorgverlener en aan de aanwijzingen die hem in het kader van zijn behandeling door/namens de zorgverlener/zijn behandelaren zullen worden gegeven; Begeleid wonen/maatschappelijke opvang
De veroordeelde werkt mee aan zijn plaatsing en het behoud van een plek bij begeleid wonen of maatschappelijke opvang bij een door de reclassering aan te wijzen wooninstelling. Daarbij zal de veroordeelde zich houden aan de huisregels van die wooninstelling en aan het dagprogramma dat de wooninstelling in overleg met de reclassering voor de veroordeelde zal opstellen/heeft opgesteld; Contactverbod
De veroordeelde zoekt en heeft op geen enkele wijze contact met [naam 4] (geboren op [geboortedatum] ) en [naam 5] (geboren op [geboortedatum] ). Geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht. Verlengt de proeftijd van het in de strafzaak met parketnummer 09/100155-22 opgelegde voorwaardelijke strafdeel met één jaar. Gelast de teruggave aan verdachte van het geldbedrag van € 250,- met goednummer 2021255730. Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] toe tot een bedrag van € 780,- (zevenhonderdtachtig euro) als vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 3 december 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening en wijst de vordering voor het overige af Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] toe tot een bedrag van € 1.800,- (éénduizendachthonderd euro) als vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 4 april 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening. Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] toe tot een bedrag van € 1.000,- (éénduizend euro) als vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 18 februari 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening en verklaart de vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] toe tot een bedrag van € 1.000,- (éénduizend euro) als vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 18 juni 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening en verklaart de vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 7] toe tot een bedrag van € 1.060,- (éénduizendzestig euro) als vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 27 mei 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening en wijst de vordering voor het overige af. Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] , [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 7] voornoemd, behalve voor zover hun vorderingen al door of namens een ander is betaald. Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] , [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 7] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden steeds begroot op nihil. . Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 1] aan de Staat € 780,- (zevenhonderdtachtig euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 3 december 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 15 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op. Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 2] aan de Staat € 1.800,- (éénduizendachthonderd euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 4 april 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 28 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op. Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 3] aan de Staat € 1.000,- (éénduizend euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 18 februari 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 20 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op. Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 5] aan de Staat € 1.000,- (éénduizend euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 18 juni 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 20 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op. Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 7] aan de Staat € 1.060,- (éénduizendzestig euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 27 mei 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 20 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op. Bepaalt dat, indien en voor zover door verdachte of een ander aan een betalingsverplichting aan een benadeelde partij is voldaan, de daarmee corresponderende betalingsverplichting aan de Staat is vervallen en dat omgekeerd hetzelfde geldt. Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf. Dit vonnis is gewezen door
mr. C.M. Berkhout, voorzitter,
mrs. M.M.L.A.T. Doll en L. Noyon, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S.L. Slaats, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 juli 2023.