Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBAMS:2026:4784

Eiser heeft van gedaagde een auto gekocht. Er is sprake van consumentenkoop. Na onderzoek is gebleken dat de daadwerkelijke kilometerstand van de auto hoger is dan wat eiser op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Eiser vordert vermindering van de koopprijs. De vordering wordt toegewezen. Eiser heeft voldoende onderbouwd dat de auto niet beantwoordt aan de koopovereenkomst en dat herstel...

Rechtbank Amsterdam 23 May 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBAMS:2026:4784 text/xml public 2026-05-23T16:00:12 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-05-19 11974026 CV EXPL 25-16175 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling Op tegenspraak NL Amsterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4784 text/html public 2026-05-20T09:45:38 2026-05-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4784 Rechtbank Amsterdam , 19-05-2026 / 11974026 CV EXPL 25-16175
Eiser heeft van gedaagde een auto gekocht. Er is sprake van consumentenkoop. Na onderzoek is gebleken dat de daadwerkelijke kilometerstand van de auto hoger is dan wat eiser op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Eiser vordert vermindering van de koopprijs. De vordering wordt toegewezen. Eiser heeft voldoende onderbouwd dat de auto niet beantwoordt aan de koopovereenkomst en dat herstel of vervanging niet mogelijk is.

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11974026 CV EXPL 25-16175

Vonnis van 19 mei 2026

in de zaak van:

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1] , [gemeente] ,

eiser,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: [gemachtigde] ,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 12 november 2025, met producties;

- de conclusie van antwoord, met producties;

- het tussenvonnis van 11 december 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
1.2.
De mondelinge behandeling is gehouden op 13 april 2026. [eiser] is ter zitting verschenen. [gedaagde] is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
[eiser] heeft in januari 2025 naar aanleiding van een online advertentie contact opgenomen met [gedaagde] over een door [gedaagde] aangeboden Alfa Romeo Giulietta met kenteken [kenteken] (hierna: de auto).
2.2.
[eiser] heeft met [gedaagde] onderhandeld over de aankoopvoorwaarden van de auto en de inruilwaarde van zijn eigen auto. [gedaagde] heeft [eiser] verteld dat de kilometerstand van de auto minder dan 80.000 kilometer bedroeg en dat er geen problemen waren met de kilometerstand. In het APK-rapport van de auto van 23 januari 2025 staat dat de kilometerstand van de auto toen 83.010 kilometer bedroeg.
2.3
Partijen hebben op 24 januari 2025 mondeling de koopovereenkomst voor de auto gesloten. Partijen zijn een prijs van € 14.000,- overeengekomen. [eiser] heeft hiervan € 8.500,- contant betaald en het overige deel van de koopsom voldaan door zijn Alfa Romeo Mito, ter waarde van € 5.500,-, in te ruilen. [eiser] heeft de auto dezelfde dag opgehaald bij [gedaagde] in [plaats] .
2.4.
Op enig moment na de verkoop gingen er lampjes in de auto branden. [eiser] heeft de auto daarop naar de garage DMI in Assen gebracht. Daar is hem verteld dat de kilometerstand van de auto niet klopte. DMI heeft op 15 april 2025 een OBD-diagnose uitgevoerd en geconstateerd dat de kilometerstand van de auto op dat moment 213.922 kilometer bedroeg. Een tweede OBD-diagnose, ditmaal uitgevoerd door Alfa Service Assen op 28 oktober 2025, heeft uitgewezen dat de kilometerstand op dat moment 226.274,3 kilometer bedroeg, terwijl de kilometerteller in de auto op dat moment 101.789 vermeldde.
2.5.
[eiser] heeft [gedaagde] in zijn brief van 20 april 2025 gesommeerd om een vergoeding van € 5.000,- te betalen, dan wel de koopovereenkomst te ontbinden met restitutie van een geldsom van € 13.500,-.
2.6.
[gedaagde] heeft geen gehoor gegeven aan de sommatie van [eiser] .
<nr>3</nr>Het geschil 3.1.
[eiser] vordert om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, primair [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 5.909,12, bestaande uit € 5.000 aan waardevermindering van de auto, €756,25 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 152,87 aan wettelijke rente tot en met 7 november 2025. Subsidiair vordert hij een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst gedeeltelijk is ontbonden, althans die overeenkomst gedeeltelijk te ontbinden, met veroordeling tot betaling door [gedaagde] van € 5.909,12. Zowel primair als subsidiair vordert hij tevens de wettelijke rente over € 5.000,- vanaf 7 november 2025 tot voldoening en proceskosten.
3.2.
[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt, doordat hij meer kilometers heeft gereden dan [gedaagde] hem had voorgehouden. De auto bezit dus niet de eigenschappen die [eiser] op grond van de overeenkomst en mededelingen door [gedaagde] mocht verwachten. De hogere kilometerstand is een gebrek waarvan geen herstel of vervanging mogelijk is. Dit moet ertoe leiden dat de koopprijs van de auto naar evenredigheid wordt verminderd, dan wel zijn schade wordt vergoed. Door die hogere kilometerstand is de auto € 5.000,- minder waard.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
<nr>4</nr>De beoordeling
Consumentenkoop
4.1.
Volgens [gedaagde] is er geen sprake van een consumentenkoop, omdat hij geen handelaar is. De kantonrechter volgt hem daarin niet. De kantonrechter licht dit toe.
4.2.
Van consumentenkoop is kort gezegd sprake bij de koop van een roerende zaak zoals een auto, door een verkoper die handelt in het kader van zijn beroep of bedrijf en een consument als koper. Niet in geschil is dat [eiser] een consument is. [eiser] heeft op de mondelinge behandeling toegelicht dat hij de advertentie voor de auto op internet had gezien, dat de verkoper een garage was, dat hij in [plaats] bij [gedaagde] is langsgeweest en de verkoop van de auto in een autogarage plaatsvond. Bovendien heeft [eiser] toegelicht dat [gedaagde] daarbij heeft gesproken over ‘mijn garage’. Ook blijkt uit door [eiser] overgelegde WhatsApp-berichten dat [gedaagde] in eerste instantie schreef dat de auto verkocht zou worden met een jaar garantie.
4.3.
[gedaagde] heeft de door [eiser] aangevoerde omstandigheden niet weersproken, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan. [gedaagde] is ook niet op de mondelinge behandeling verschenen om een nadere toelichting te geven. De in rov. 4.2 genoemde omstandigheden maken in onderlinge samenhang bezien dat geoordeeld wordt dat [gedaagde] in het kader van zijn beroep of bedrijf handelde en dus sprake is van consumentenkoop. Dat uiteindelijk is afgesproken dat geen garantie werd gegeven, doet daar niet aan af.

Geen oneerlijke bedingen
4.4.
Nu de kantonrechter tot het oordeel komt dat sprake is van consumentenkoop, moet ambtshalve worden onderzocht of is voldaan aan het consumentenrecht, waaronder of sprake is van oneerlijke bedingen in de zin van de Richtlijn 93/12/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Er is geen sprake van oneerlijke bedingen in voornoemde zin.

Non-conformiteit
4.5.
De kernvraag die partijen in dit geschil verdeeld houdt, is of de auto non-conform is in de zin van artikel 7:17 BW. Voor het antwoord op de vraag of een zaak non-conform is, moet beoordeeld worden of de zaak beantwoordt aan de tussen partijen gesloten overeenkomst. Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien.
4.6.
Daarvan is in dit geval sprake, omdat voldoende duidelijk is geworden dat de kilometerteller van de auto niet overeenkomt met het aantal kilometers dat de auto daadwerkelijk heeft gereden. Dit blijkt uit de twee door [eiser] overgelegde OBD-diagnoses van twee verschillende garages. Uit de tweede OBD-diagnose volgt bijvoorbeeld dat het daadwerkelijk gereden aantal kilometers van de auto op dat moment meer dan twee keer zoveel was als de in de auto af te lezen tellerstand (226.274,3 kilometer tegenover 101.789). [gedaagde] heeft daartegenover onvoldoende gemotiveerd weersproken dat er met de tellerstand is geknoeid. Zijn standpunt dat het APK-rapport de enige rechtsgeldige kilometerregistratie bevat heeft hij verder niet onderbouwd, zodat daaraan voorbij wordt gegaan. Uit het voorgaande volgt dat is gebleken dat de kilometerstand van de auto niet klopt. Daarmee is sprake van non-conformiteit, te meer nu [gedaagde] in de onderhandelingen aan [eiser] heeft verteld dat er geen problemen met de kilometerstand waren. Dat uiteindelijk geen garantie op de auto is gegeven doet aan het voorgaande niet af, omdat ook in dat geval geldt dat de auto wel aan de overeenkomst moet beantwoorden.
4.7.
Anders dan [gedaagde] nog heeft aangevoerd maakt voor het voorgaande niet uit dat [eiser] een deel van de koopsom heeft betaald door inruil van zijn eigen voertuig, al is het maar omdat de wettelijke regels van (consumenten)koop van overeenkomstige toepassing zijn op ruilovereenkomsten.

Prijsvermindering
4.8.
[eiser] heeft gemotiveerd aangevoerd dat de auto door de niet-kloppende tellerstand € 5.000,- minder waard is dan wat hij ervoor heeft betaald. [gedaagde] heeft dit niet weersproken, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van dat bedrag. De afwijking in de kilometerstand vormt een gebrek waarvan herstel of vervanging niet mogelijk is. De daadwerkelijk gereden kilometers kunnen immers niet meer ongedaan worden gemaakt.
4.9.
Het voorgaande leidt tot het conclusie dat de auto non-conform is en dat herstel of vervanging voor de meer gereden kilometers niet mogelijk is. De primair door [eiser] gevorderde hoofdsom van € 5.000,- aan prijsvermindering zal daarom worden toegewezen.
4.10.
De gevorderde € 756,25 aan buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente over € 5.000,- vanaf 4 mei 2025 zijn als onweersproken eveneens toewijsbaar zoals na te melden.
4.11.
Omdat de kantonrechter de primaire vordering van [eiser] dus toewijst, hoeft niet meer beslist te worden op de subsidiaire vordering.
4.12.
Ten overvloede merkt de kantonrechter daarbij op dat de uitkomst niet anders zou zijn wanneer geoordeeld zou worden dat [gedaagde] niet als handelaar heeft opgetreden. In dat geval zou het door [eiser] gevorderde namelijk toewijsbaar zijn op grond van een partiële ontbinding ten aanzien van een deel van de koopsom.

Proceskostenveroordeling
4.13.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden tot op heden begroot op:

- kosten van de dagvaarding



146,14

- griffierecht



257,00

- salaris gemachtigde



360,00

(1 punt × € 360,00)

- nakosten



144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal



907,14
<nr>5</nr>De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 5.756,25, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 5.000,- vanaf 4 mei 2025 tot de dag van volledige betaling;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 907,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.B. Cramwinckel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, mr. J.E.F. Chel, op 19 mei 2026.

Zie bijvoorbeeld artikel 7:5 Burgerlijk Wetboek (BW).

Artikel 7:50 BW.

Artikel delen