Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBAMS:2026:4896

Kantonzaak - incident tot onbevoegdheid - gedaagde gevestigd in Zwitserland - rechtsgeldige forumkeuze in algemene voorwaarden als bedoeld in artikel 23 EVEX II - artikel 108 lid 2 Rv blijft buiten beschouwing, en leidt ook niet (naar analogie) tot materiële nietigheid in de zin van artikel 25 lid 1 Brussel I bis.

Rechtbank Amsterdam 26 May 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBAMS:2026:4896 text/xml public 2026-05-26T09:01:56 2026-05-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-05-15 11855106 CV EXPL 25-11703 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling Tussenuitspraak NL Amsterdam Civiel recht; Internationaal privaatrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4896 text/html public 2026-05-26T09:01:23 2026-05-26 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:4896 Rechtbank Amsterdam , 15-05-2026 / 11855106 CV EXPL 25-11703
Kantonzaak - incident tot onbevoegdheid - gedaagde gevestigd in Zwitserland - rechtsgeldige forumkeuze in algemene voorwaarden als bedoeld in artikel 23 EVEX II - artikel 108 lid 2 Rv blijft buiten beschouwing, en leidt ook niet (naar analogie) tot materiële nietigheid in de zin van artikel 25 lid 1 Brussel I bis.

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11855106 CV EXPL 25-11703

Vonnis in incident van 15 mei 2026

in de zaak van

SURFLY B.V.,

te Amsterdam,

eisende partij in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,

hierna te noemen: Surfly,

gemachtigde: [gemachtigde] (RIDE B.V.),

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

BEYOND BEAUTY CLUB LLC,

te Zürich (Zwitserland),

gedaagde partij in de hoofdzaak,

eisende partij in het incident,

hierna te noemen: Beyond Beauty,

gemachtigde: mr. M.J. van Basten Batenburg.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- dagvaarding van 14 juli 2025 met producties,- incidentele conclusie tot onbevoegdheid van Beyond Beauty,

- antwoord op de incidentele conclusie tot onbevoegdheid van Surfly,

- conclusie van repliek in het incident van Beyond Beauty,

- conclusie van dupliek in het incident van Surfly,

- akte uitlaten producties van Beyond Beauty.
1.2.
Ten slotte is vonnis in het incident bepaald.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
Beyond Beauty is actief in de branche van schoonheidsproducten. Surfly is een softwareontwikkelaar.
2.2.
Partijen hebben op 10 januari 2024 een overeenkomst (hierna: de

overeenkomst) gesloten strekkende tot het verlenen van een licentie voor het product

[naam product] van Surfly.
2.3.
Op de overeenkomst zijn de Terms of service (algemene voorwaarden) van Surfly van toepassing verklaard. In deze algemene voorwaarden is een forumkeuze opgenomen, die als volgt luidt:

MISCELLANEOUS

(…) you hereby expressly agree to submit to the exclusive jurisdiction of the Amsterdam Court for the purpose of resolving any dispute between Surfly and you, e.g. relating to your access to or use of the Service. (…)”
<nr>3</nr>Het geschil in de hoofdzaak 3.1.
Surfly vordert (samengevat):

I. de hoofdsom ad € 22.050,00;

II. de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a Burgerlijk Wetboek (BW) en overeenkomstig de algemene voorwaarden van Surfly, althans wettelijke handelsrente over de hoofdsom te rekenen vanaf de vervaldatum van de respectievelijke facturen;

III. de buitengerechtelijke incassokosten ad € 995,50 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente hierover vanaf de dag van betekening van deze dagvaarding;

IV. en V: de proceskosten en nakosten.

Surfly vordert dat de kantonrechter daarbij bepaalt dat het vonnis ook moet worden uitgevoerd als hoger beroep wordt ingesteld (uitvoerbaar bij voorraad).
3.2.
Surfly stelt dat Beyond Beauty op grond van de overeenkomst gehouden is twee gefactureerde bedragen te voldoen, omdat zij in twee periodes (11 juli 2024 - 11 oktober 2024 en 11 oktober 2024 - 11 januari 2025) gebruik heeft gemaakt van de producten/ diensten van Surfly.
3.3.
Voor de bevoegdheid van de rechtbank Amsterdam beroept Surfly zich op een forumkeuze voor deze rechtbank in haar algemene voorwaarden die in de overeenkomst van toepassing zijn verklaard. Subsidiair beroept zij zich op de bijzondere bevoegdheidsgrond van de plaats van uitvoering van de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt. Volgens Surfly zijn de overeengekomen diensten in Amsterdam verricht.
3.4.
Beyond Beauty heeft inhoudelijk nog niet gereageerd op de vordering.
<nr>4</nr>Het geschil in het incident 4.1.
Beyond Beauty vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart van het geschil in de hoofdzaak kennis te nemen.
4.2.
Beyond Beauty voert aan dat de forumkeuze waar Surfly zich op beroept, als deze al geldig is overeengekomen, in een kantonzaak als deze niet ten nadele van de gedaagde mag gelden op grond van artikel 108 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Verder betwist Beyond Beauty dat er (door één van partijen) werkzaamheden zijn verricht in Amsterdam.
4.3.
Surfly is het niet eens met de stellingen van Beyond Beauty en voert verweer.
4.4.
Onder het kopje ‘de beoordeling’ gaat de kantonrechter in op wat partijen verder hebben aangevoerd, voor zover dat nodig is.
<nr>5</nr>De beoordeling 5.1.
In het incident gaat het om de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is van het geschil in de hoofdzaak kennis te nemen. Die vraag moet worden beantwoord aan de hand van het EVEX II (of Verdrag van Lugano), omdat Beyond Beauty gevestigd is in Zwitserland. Blijkens de considerans van het EVEX II is de strekking van het verdrag om aan te sluiten bij de herschikte Brussel I bis-Verordening en daarmee een zo groot mogelijke eenheid te bewerkstelligen. Bij de toepassing en uitleg van het EVEX II moet dan ook worden gelet op de uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) over de relevante - grotendeels gelijkluidende - bepalingen van Brussel I bis.
5.2.
Op grond van de hoofdregel van artikel 2 van het Verdrag van Lugano is in deze zaak de Nederlandse rechter niet bevoegd, omdat Beyond Beauty niet gevestigd is in Nederland.

Forumkeuze
5.3.
In artikel 23 EVEX II is bepaald dat, indien partijen een gerecht van een verdragsluitende staat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zullen ontstaan, dit gerecht - in afwijking van de hoofdregel - exclusief bevoegd is. Op grond van vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie dient de geldigheid van een forumkeuzebeding autonoom op grond van het unierecht te worden beoordeeld. Voor het naar de maatstaf van het equivalent van deze bepaling in Brussel I bis, artikel 25, rechtsgeldig maken van een forumkeuze is vereist, maar ook voldoende, dat er sprake is van een daadwerkelijke instemming van partijen met de forumkeuze. Hiervoor dient onderzocht te worden of de forumkeuze het voorwerp heeft uitgemaakt van een wilsovereenstemming tussen partijen die duidelijk en nauwkeurig tot uiting komt, waarbij de vormvoorschriften in artikel 25 lid 1 sub a-c van Brussel I bis ten doel hebben te waarborgen dat de wilsovereenstemming tussen partijen inderdaad vaststaat.
5.4.
Uit het equivalent van deze bepaling in Brussel I bis, artikel 25, en de desbetreffende jurisprudentie van het HvJEU, volgt echter dat die forumkeuze niet moet worden gevolgd als die krachtens het recht van de aangewezen lidstaat nietig is wat haar materiële geldigheid betreft. Of van materiële nietigheid sprake is moet op grond van considerans 20 van Brussel I bis worden bepaald door het recht van die lidstaat.
5.5.
In dit geval zijn partijen in de algemene voorwaarden van Surfly conform de vormvoorschriften van artikel 23 EVEX II overeengekomen hun geschillen die voortvloeien uit de overeenkomst exclusief te laten beslechten door de rechtbank Amsterdam.

Er is voldaan aan het vormvoorschrift van lid 1 sub a van schriftelijke overeenkomst.

Als een forumkeuzebeding is opgenomen in algemene voorwaarden, is aan het schriftelijkheidsvereiste alleen voldaan als in de tekst zelf van de door beide partijen ondertekende overeenkomst uitdrukkelijk wordt verwezen naar de algemene voorwaarden. Daarbij moet sprake zijn van een uitdrukkelijke verwijzing die door een partij bij betrachting van een normale zorgvuldigheid kan worden nagegaan, en moet vast staan dat de algemene voorwaarden, met daarin het forumkeuzebeding, daadwerkelijk aan de andere contractspartij zijn meegedeeld (zie HvJ EU 7 juli 2016, ECLI:EU:C:2016:525, Höszig/Alstom). In dit geval is in de overeenkomst van partijen een dergelijke uitdrukkelijke verwijzing opgenomen, en zijn de algemene voorwaarden ook aan Beyond Beauty meegedeeld.

Gelet op de hoogte van de vordering wordt de zaak in dit geval behandeld en beslist door de kantonrechter (artikel 93 Rv).
5.6.
Beyond Beauty heeft aangevoerd dat op grond van artikel 108 lid 2 Rv de forumkeuze geen gevolg heeft, als het om een vordering gaat van ten hoogste € 25.000,00. Dat is hier het geval, want Surfly vordert € 22.050,00.
5.7.
Dit betoog faalt. Hiervoor is vastgesteld dat sprake is van een rechtsgeldige forumkeuze in de zin van artikel 23 EVEX II. Deze rechtsgeldige forumkeuze wijst niet alleen de absoluut bevoegde rechter maar ook de relatief bevoegde rechter aan, namelijk de rechter te Amsterdam. Doordat de relatieve bevoegdheid al uit de internationale regeling volgt, komt de rechtbank niet meer toe aan de beoordeling van de relatieve bevoegdheid naar Nederlands procesrecht en blijft artikel 108 lid 2 Rv, een bepaling uit de afdeling over de relatieve bevoegdheid, dus buiten beschouwing.
5.8.
Voor zover Beyond Beauty naar analogie heeft willen betogen dat sprake is van materiële nietigheid in de zin van artikel 25 Brussel I bis en dat de forumkeuze voor de rechter in Amsterdam niet geldig is, faalt ook dat betoog. Het begrip “nietig […] wat haar materiele geldigheid” heeft betrekking op algemene nietigheidsgronden die een contractuele verhouding kunnen aantasten, te weten met name wilsgebreken, zoals dwaling, bedrog, geweld of handelingsonbekwaamheid, die zijn neergelegd in het recht van de lidstaat waarvan het gerecht is aangewezen (zie HvJEU 27 februari 2025, Società Italiana Lastre/Agora, C-537/23, ECLI:EU:C:2025:120, punt 36). Het bepaalde in artikel 108 lid 2 Rv kan niet worden beschouwd als een klassieke nietigheidsgrond als hiervoor bedoeld.
5.9.
Het voorgaande betekent dat sprake is van een rechtsgeldige forumkeuze van partijen voor de rechtbank Amsterdam, die op grond van artikel 23 EVEX II leidt tot zowel absolute als relatieve bevoegdheid van de rechtbank Amsterdam om kennis te nemen van de vorderingen van Surfly.

Proceskosten in het incident
5.10.
Beyond Beauty is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in het incident betalen. De proceskosten van Surfly worden begroot op:

- salaris advocaat € 434,00 (2 punten van € 217,00)

- nakosten € 144,00

Totaal € 578,00.

In de hoofdzaak
5.11.
De hoofdzaak wordt naar de rol verwezen voor conclusie van antwoord aan de zijde van Beyond Beauty. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
<nr>6</nr>De beslissing
De kantonrechter

in het incident
6.1.
wijst de incidentele vordering tot onbevoegdheid af,
6.2.
veroordeelt Beyond Beauty in de proceskosten van het incident, tot op heden aan de zijde van Surfly begroot op € 578,00,

in de hoofdzaak
6.3.
verwijst de zaal naar de rol van 12 juni 2026 voor conclusie van antwoord aan de zijde van Beyond Beauty,
6.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.M. James-Pater, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026.

Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, Lugano 30 oktober 2007, PbEU 2007, L 339/3 (het Vedrag van Lugano, ook wel EVEX II).

Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I bis).

Hof Amsterdam 12 februari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:366, r.o. 2.7

Artikel delen