Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBAMS:2026:5111

voorlopige voorzieningen. Voorlopige gebruik echtelijke woning wordt toegewezen aan vrouw. Er is wel sprake van een situatie waarin partijen niet veel langer samen in de woning kunnen verblijven. In deze zaak hebben de minderjarige kinderen aangegeven bij moeder te willen blijven. Wel aanleiding om een langere ontruimingstermijn aan te houden.

Rechtbank Amsterdam 4 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBAMS:2026:5111 text/xml public 2026-06-04T09:00:12 2026-05-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-06-03 C/13/785960 / FA RK 26-2768 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Rekestprocedure Voorlopige voorziening Beschikking NL Amsterdam Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:5111 text/html public 2026-05-27T14:15:38 2026-06-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:5111 Rechtbank Amsterdam , 03-06-2026 / C/13/785960 / FA RK 26-2768
voorlopige voorzieningen. Voorlopige gebruik echtelijke woning wordt toegewezen aan vrouw. Er is wel sprake van een situatie waarin partijen niet veel langer samen in de woning kunnen verblijven. In deze zaak hebben de minderjarige kinderen aangegeven bij moeder te willen blijven. Wel aanleiding om een langere ontruimingstermijn aan te houden.

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/785960 / FA RK 26-2768

Beschikking van 3 juni 2026 betreffende voorlopige voorzieningen

in de zaak van:

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna mede te noemen de vrouw,

advocaat mr. E. Tuzkapan te Amsterdam,

tegen

[de man] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna mede te noemen de man,

advocaat mr. F. Ayar te Amsterdam.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

het verzoek van de vrouw, ingekomen op 7 april 2026;

het verweerschrift van de man, tevens houdende zelfstandige verzoeken;

nadere producties van de vrouw, te weten schriftelijke verklaringen kinderen.
1.2.
De zaak is behandeld tijdens de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 19 mei 2026. Gehoord zijn partijen en hun advocaten. Beide partijen werden bijgestaan door een Turkse tolk. Na vertrek van de tolk van de man in verband met een andere afspraak, heeft de advocaat van de man voor de man getolkt.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd te [plaats 1] , Turkije, op 7 augustus 1998.

Partijen hebben tezamen de navolgende minderjarige kinderen:

[minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2009;

[minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2011.
<nr>3</nr>Het verzoek en het verweer 3.1.
De vrouw verzoekt te bepalen dat zij bij uitsluiting zal zijn gerechtigd tot het gebruik van de echtelijke woning en dat de minderjarige kinderen van partijen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2], aan haar worden toevertrouwd.
3.2.
De vrouw heeft haar verzoeken als volgt toegelicht. De spanningen tussen partijen lopen steeds hoger op. De man verzet zich niet tegen de scheiding maar stelt zich boos en intimiderend op als de vrouw gesprekken voert over hoe het verder moet met de woning en de kinderen. De man zegt nergens heen te gaan en de vrouw voelt zich niet meer vrij in haar eigen huis. De vrouw trekt zich in de avond met haar dochter terug op de slaapkamer als de man televisie kijkt in de woonkamer. De vrouw is altijd de hoofdverzorger van de kinderen geweest in die zin dat zij zich bekommerde om alle huishoudelijke taken. De vrouw heeft zich door de opstelling van de man in deze procedure, waarin hij de spanningen bagatelliseert, genoodzaakt gevoeld verklaringen van de kinderen in het geding te brengen. De kinderen willen bij de vrouw blijven wonen. De huidige situatie kan niet langer dan tot maximaal twee weken na de datum van de beschikking voortduren, aldus de vrouw.
3.3.
De man heeft verweer gevoerd en bij wijze van zelfstandig verzoek verzocht dat hij bij uitsluiting zal zijn gerechtigd tot het gebruik van de echtelijke woning en dat de minderjarige kinderen van partijen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2], aan hem worden toevertrouwd en voor zover de rechtbank dat in het kader van deze procedure toelaat of noodzakelijk acht, bepaalt dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats hebben bij de man. Indien de rechtbank het verzoek van de man zal afwijzen, verzoekt hij subsidiair te bepalen dat partijen gedurende de procedure gerechtigd zijn in dezelfde woning te verblijven.
3.4.
De man heeft zijn verweer en verzoek als volgt toegelicht. De man houdt van zijn kinderen en de vrouw en wil liever niet scheiden. De man is het niet eens met de stelling van de vrouw dat er sprake zou zijn van grote spanningen in huis. De man is rustig van aard, richt zich op de kinderen en probeert confrontaties met de vrouw te vermijden. Hij ontkent zich “boos en intimiderend” te hebben opgesteld. Hij verblijft zoveel mogelijk in een andere kamer. De vrouw lokt de man uit, escaleert en tracht een beeld te creëren alsof de situatie ondragelijk is geworden. Primair stelt de man dat er geen sprake is van een daadwerkelijk onhoudbare situatie.

De man betwist verder dat de vrouw altijd de hoofdverzorgster is geweest van de kinderen. Het is juist de man die het gezin steeds heeft gedragen, voor de kinderen heeft gezorgd en ook thans de volledige dagelijkse zorg op zich neemt. Hij biedt hen stabiliteit, rust en continuïteit. De man betaalt bovendien sinds jaar en dag alle woonlasten en overige kosten.

Een uithuiszetting zou desastreuze gevolgen hebben voor de man, hij heeft geen alternatieve woonruimte en zal op straat komen te staan. De vrouw kan terecht bij haar oom in [plaats 2] die alleen woont. De man is ziek en heeft een hoge bloeddruk, voor hem is rust en stabiliteit van groot belang. De belangenafweging moet, indien de rechtbank van oordeel is dat aan één van partijen het voorlopig gebruik moet worden toegekend, in het voordeel van de man uitpakken. De kinderen kunnen uiteraard ook in de woning blijven. Als het voorlopig gebruik van de woning aan de man wordt toegewezen, zal de man de vrouw niet op straat zetten, aldus de man.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1.
De Nederlandse rechter komt te dezen rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.
4.2.
Ingevolge artikel 822 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de rechter bij beschikking voor de duur van het echtscheidingsgeding bepalen dat één der echtgenoten bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning met bevel dat de andere echtgenoot die woning dient te verlaten en deze verder niet mag betreden.
4.3.
De rechtbank gaat voorbij aan de stelling van de man dat er geen sprake is van een onhoudbare situatie. Uit de standpunten van partijen leidt de rechtbank gelukkig niet af dat er sprake is van een situatie waarin de spanningen dusdanig oplopen dat partijen dagelijks heel heftig ruzie maken. Maar dat er spanningen zijn ten gevolge van de door de vrouw aangekondigde en door de man niet gewilde echtscheiding, die ook vervelende gevolgen heeft voor de levens van alle betrokkenen, is naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk geworden. De vrouw heeft zich in reactie op het verweer van de man genoodzaakt gevoeld om verklaringen van de kinderen in het geding te brengen. Beide kinderen hebben laten weten bij de vrouw te willen verblijven. De zoon van partijen heeft bovendien expliciet aangegeven dat wat de man heeft verklaard niet volledig juist is. Zo zou de vrouw niet terecht kunnen bij haar oom en verblijft de man niet meestal op zijn kamer. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat van in ieder geval de vrouw, die het initiële verzoek heeft gedaan, en de kinderen, niet verlangd kan worden om nog veel langer samen in de echtelijke woning te verblijven. Daarvoor zijn de spanningen te groot. Dit betekent dat er beslist moet worden wie er voorlopig in de woning mag verblijven.
4.4.
De rechtbank constateert dat beide partijen belang hebben bij het gebruik van de echtelijke woning voor de duur van de bodemprocedure. Doorslaggevend voor de rechtbank in deze zijn de kinderen. Het is voor hen van wezenlijk belang dat zij in de woning kunnen blijven wonen. Nu zij allebei hebben aangegeven dat zij bij de vrouw willen verblijven, ziet de rechtbank geen andere mogelijkheid dan dat de kinderen voorlopig worden toevertrouwd aan de vrouw en dat de vrouw daarom het voorlopig gebruik van de woning voor de duur van de bodemprocedure krijgt toegewezen.
4.5.
De rechtbank ziet wel aanleiding om de man een termijn te geven van twee maanden vanaf de datum van deze beschikking om een alternatief verblijf te zoeken. Het is in het belang van alle betrokkenen dat de man de gelegenheid krijgt om zijn vertrek zo goed mogelijk voor te bereiden.
4.6.
De rechtbank zal het verzoek van de vrouw dan ook toewijzen en het verzoek van de man afwijzen.
<nr>5</nr>De beslissing
De rechtbank:
5.1.
bepaalt dat de vrouw met ingang van twee maanden na heden bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] met bevel dat de man die woning dient te verlaten en deze verder niet mag betreden;
5.2.
bepaalt dat de minderjarige kinderen van partijen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2], met onmiddellijke ingang aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;
5.3.
wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. Terwee, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M. van den Berg, griffier, op 3 juni 2026.

Artikel delen