Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBAMS:2026:6360

Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Reparatiewerkzaamheden auto. Uitlaten over transparantie en (on)eerlijkheid van het beding met betrekking tot de prijs, overige bedingen die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd en de (on)eerlijkheid van die bedingen.

Rechtbank Amsterdam 26 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBAMS:2026:6360 text/xml public 2026-06-26T17:35:27 2026-06-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-05-19 11547897 CV EXPL 25-3178 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Verstek Op tegenspraak Tussenuitspraak NL Amsterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:6360 text/html public 2026-06-26T17:34:36 2026-06-26 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:6360 Rechtbank Amsterdam , 19-05-2026 / 11547897 CV EXPL 25-3178
Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Reparatiewerkzaamheden auto. Uitlaten over transparantie en (on)eerlijkheid van het beding met betrekking tot de prijs, overige bedingen die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd en de (on)eerlijkheid van die bedingen.
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11547897 CV EXPL 25-3178

Vonnis van 19 mei 2026

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. W.T.N. Vlasveld,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit de dagvaarding van 23 januari 2025, met producties.
1.2.
Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [gedaagde] niet van antwoord gediend.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
<nr>2</nr>De beoordeling 2.1.
[eiser] vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 788,42 aan hoofdsom, vermeerderd met rente en kosten.
2.2.
[eiser] stelt in opdracht en voor rekening van [gedaagde] werkzaamheden te hebben verricht aan de auto van [gedaagde] , bestaande uit het vervangen van een ruit. [gedaagde] had te kennen gegeven dat zijn verzekeraar OHRA de ruitvervanging zou vergoeden. [eiser] verwijst naar een werkopdracht en een akte van cessie. OHRA heeft aan [eiser] laten weten dat de kosten niet zouden worden vergoed, omdat [gedaagde] op het moment waarop de ruitschade is ontstaan niet bij OHRA was verzekerd.
2.3.
De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen [eiser] als handelaar en [gedaagde] als consument. De kantonrechter moet in dat geval ambtshalve toetsen aan het consumentenrecht. Onderzocht moet worden of de informatieplichten zijn nageleefd. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan de Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).
2.4.
Om te kunnen beoordelen welke informatieplichten moeten worden getoetst, is het van belang dat in de dagvaarding voldoende feitelijk wordt toegelicht waar en hoe de overeenkomst tot stand is gekomen en op welke wijze is voldaan aan informatieplichten van Afdeling 2b, Titel 5, Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. In de dagvaarding is niet gesteld op welke wijze is voldaan aan de informatieplichten (vgl. ECLI:NL:HR:2021:1677, overweging 3.1.17). Ondanks dat dit onderdeel is van de stelplicht, wordt [eiser] bij uitzondering in de gelegenheid gesteld om bij akte gemotiveerd te stellen hoe zij heeft voldaan aan haar informatieplichten, nu het navolgende dit tussenvonnis noodzakelijk maakt.
2.5.
[eiser] heeft zich in de dagvaarding niet (voldoende) uitgelaten over de transparantie van het prijsbeding (artikel 4 lid 2 van de richtlijn). Voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst heeft [gedaagde] kennis moeten kunnen nemen van de kosten daarvan, in lijn van het arrest van het Europese Hof van 12 januari 2023 (ECLI:EU:C:2023:14), zodat de kantonrechter kan beoordelen of de prijs transparant is in de zin van de richtlijn. Uit voornoemd arrest volgt dat de handelaar de consument, vóórdat de overeenkomst wordt gesloten, informatie moet verstrekken die hem in staat stelt om bij benadering de totale kosten van de diensten te ramen. Anders gezegd, [gedaagde] moet voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst hebben kunnen voorzien dat de opdracht (ongeveer) zoveel zou gaan kosten als uit de factuur blijkt. Als voor het sluiten van de overeenkomst over de prijs geen of onvoldoende informatie is verstrekt, zal het prijsbeding op oneerlijkheid in de zin van de richtlijn moeten worden getoetst. [eiser] krijgt de gelegenheid zich hierover bij akte uit te laten. De toelichting moet voldoende concreet en onderbouwd zijn.
2.6.
[eiser] dient verder de bedingen in de algemene voorwaarden te benoemen die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd en een standpunt in te nemen over de (on)eerlijkheid daarvan. Op grond van de arresten van het Europese Hof van Justitie van 27 januari 2021, C-229/19, ECLI:EU:C:2021:68 ( [naam 1] ) en 8 december 2022, C-625/21, ECLI:EU:C:2022:971 ( [naam 2] ) moet de kantonrechter immers, ook als [eiser] zich in de procedure niet beroept op een bepaald beding in de overeenkomst, maar op de wet, ambtshalve onderzoeken of het beding in de voorwaarden waarop zij zich had kunnen beroepen niet oneerlijk is in de zin van de richtlijn. Indien een beding als oneerlijk wordt aangemerkt, kan ingevolge deze arresten geen aanspraak meer worden gemaakt op de wettelijke regeling die zonder dat beding van toepassing zou zijn geweest en moet haar vordering op dit punt worden afgewezen.
2.7.
Tot slot wordt [eiser] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over (de gevolgen van) het buiten toepassing laten van bedingen, voor het geval deze als oneerlijk in de zin van de richtlijn worden aangemerkt.
2.8.
De zaak wordt voor akte uitlating door [eiser] verwezen naar de rol over vier weken.
2.9.
Nadat de akte is genomen, krijgt [gedaagde] op de rol van vier weken daarna de gelegenheid gesteld om daarop te reageren.
2.10.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
<nr>3</nr>De beslissing
De kantonrechter
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 16 juni 2026 om 10.00 uur voor akte uitlating door [eiser] ,
3.2.
bepaalt dat [gedaagde] op de rol van vier weken daarna op de akte van [eiser] mag reageren,
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026.

991

Artikel delen