Verzoek om aanvullende toestemming vanuit Polen. Hoorrecht geeerbiedigd. Toestemming verleend.
Rechtbank Amsterdam 30 July 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:7556
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-07-2026
Datum publicatie
30-07-2026
Zaaknummer
13/157133-25
Rechtsgebied
Strafrecht; Europees strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
ECLI:NL:RBAMS:2026:7556text/xmlpublic2026-07-30T08:25:202026-07-23Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Amsterdam2026-07-0913/157133-25UitspraakEerste en enige aanlegNLAmsterdamStrafrecht; Europees strafrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:7556text/htmlpublic2026-07-27T09:52:022026-07-30Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBAMS:2026:7556 Rechtbank Amsterdam , 09-07-2026 / 13/157133-25 Verzoek om aanvullende toestemming vanuit Polen. Hoorrecht geeerbiedigd. Toestemming verleend.
RECHTBANK AMSTERDAMINTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer 13/157133-25 Datum beslissing: 9 juli 2026 BESLISSING op de vordering op grond van artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 30 april 2026 strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor de tenuitvoerlegging van een straf die is opgelegd voor feiten die vóór het tijdstip van de overlevering zijn begaan en waarvoor de betrokkene niet is overgeleverd, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is ingediend door the Circuit Court of Zielona Góra, Polen, op
20 april 2026 en betreft:
[de overgeleverde persoon]
,
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1996,
nu gedetineerd in Polen, hierna te noemen: de overgeleverde persoon. 1Beoordeling Hoorrecht
Om vast te stellen of de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek om aanvullende toestemming kenbaar te maken, zijn nadere vragen gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. Bij brief van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 8 juni 2026 zijn deze vragen, voor zover hier relevant, als volgt beantwoord: “The transcript of the hearing on March 23, 2026, in the District Court of Żagań confirms that [de overgeleverde persoon] said that he upheld his right to speciality, i.e. he did not consent to the execution in his respect of custodial sentences for offences not covered by the E.A.W. ref. II Kop 9/24.
Apart from that, he did not provide any testimony, opinion, or complaint.” Uit deze informatie volgt dat de overgeleverde persoon op de zitting van 23 maart 2026 ten overstaan van een rechter in de gelegenheid is gesteld om eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken. Op grond van de schriftelijke verslaglegging daarvan kan worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon geen afstand heeft gedaan van het specialiteitsbeginsel en dat hij verder geen bezwaren heeft geuit. Het hoorrecht is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geëerbiedigd, zodat is voldaan aan de eisen van een effectieve rechterlijke bescherming. Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen. Het verzoek betreft een feit waarvoor krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan. De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen. 2Beslissing De rechtbank: VERLEENT op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor tenuitvoerlegging van de straf van [de overgeleverde persoon] voor het feit zoals vermeld in het verzoek. Deze beslissing is genomen op 9 juli 2026 door
mr. D.L.S. Ceulen, voorzitter,
mrs. L. Sanders en C.M.S. Leuven, rechters,
in tegenwoordigheid van V.C. Vermeulen, griffier. HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/21 PPU en C-429/21 PPU, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.