Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
De vordering komt niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor het geval een deel van het gevorderde niet is toegewezen en/of hieronder anders is overwogen.
Rechtbank Amsterdam 31 August 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:8716
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
31-08-2026
Datum publicatie
31-08-2026
Zaaknummer
12183051 CV EXPL 26-5439
Rechtsgebied
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBAMS:2026:8716text/xmlpublic2026-08-31T17:12:142026-08-31Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Amsterdam2026-04-3012183051 CV EXPL 26-5439UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLAmsterdamCiviel rechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8716text/htmlpublic2026-08-31T17:11:172026-08-31Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBAMS:2026:8716 Rechtbank Amsterdam , 30-04-2026 / 12183051 CV EXPL 26-5439 Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
De vordering komt niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor het geval een deel van het gevorderde niet is toegewezen en/of hieronder anders is overwogen.
vonnis van: 30 april 2026 vonnis van de kantonrechter i n z a k e Vereniging van eigenaars Biotheater aan de [adres] wonende te / gevestigd te Amsterdam eisende partij
gemachtigde: A.Ch. Boiten t e g e n
[gedaagde]
wonende te / gevestigd te [adres] gedaagde partij
niet verschenen. Verloop van de procedure Bij exploot van dagvaarding van 1 april 2026 heeft eisende partij gevorderd dat gedaagde partij zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 1.305,17 met nevenvordering(en), één en ander zoals in de dagvaarding nader omschreven. De gedaagde partij heeft geen uitstel verzocht en evenmin uiterlijk op de in de dagvaarding vermelde terechtzitting geantwoord.
Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. Gronden van de beslissing De vordering komt niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor het geval een deel van het gevorderde niet is toegewezen en/of hieronder anders is overwogen. De vordering om de gedaagde partij te veroordelen tot betaling van toekomstige termijnen zal worden afgewezen, aangezien de verplichting tot betaling daarvan blijft bestaan zolang het lidmaatschap van de gedaagde partij bij eisende partij voortduurt en geen aanleiding is gesteld of aannemelijk geworden die thans tot een veroordeling van nog niet opeisbare termijnen moet leiden. Beslissing De kantonrechter: veroordeelt de gedaagde partij aan de eisende partij te voldoen:
€ 1.247,26 ter zake van de hoofdsom vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 april 2026 tot de voldoening; € 48,40 ter zake van buitengerechtelijke kosten;€ 3,46 ter zake van vervallen rente; veroordeelt de gedaagde partij in de kosten van het geding, aan de zijde van de
eisende partij tot aan deze uitspraak begroot op: € 153,77 aan explootkosten, € 217,00 aan salaris gemachtigde, € 3,70 aan kadasterkosten en € 350,00 aan griffierecht, één en ander, voor zover van toepassing, inclusief BTW; veroordeelt gedaagde partij in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 72,00 aan salaris gemachtigde, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw; verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af. Aldus gewezen door Donderdagrol, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter