Kort geding. Verstekvonnis voortzetting bankrelatie.
Rechtbank Amsterdam 18 September 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:9345
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-09-2026
Datum publicatie
18-09-2026
Zaaknummer
C/13/787306 / KG ZA 26-353 MK/KH
Rechtsgebied
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
ECLI:NL:RBAMS:2026:9345text/xmlpublic2026-09-18T17:03:122026-09-18Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Amsterdam2026-05-11C/13/787306 / KG ZA 26-353 MK/KHUitspraakEerste en enige aanlegKort gedingProceskostenveroordelingVerstekNLAmsterdamCiviel rechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9345text/htmlpublic2026-09-18T13:21:212026-09-18Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBAMS:2026:9345 Rechtbank Amsterdam , 11-05-2026 / C/13/787306 / KG ZA 26-353 MK/KH Kort geding. Verstekvonnis voortzetting bankrelatie.
RECHTBANK Amsterdam Civiel recht, voorzieningenrechter Zaaknummer: C/13/787306 / KG ZA 26-353 MK/KH Vonnis in kort geding van 11 mei 2026 in de zaak van 1 [eiser 1] B.V., te [vestigingsplaats] ,2. [eiser 2],
te [woonplaats] ,
eisende partijen bij dagvaarding op verkorte termijn van 6 mei 2026,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
advocaten: mr. E.M. van Gelderen en mr. J. Viellevoije, tegen ABN AMRO BANK N.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: ABN AMRO of de bank,
niet verschenen. 1De procedure Op de zitting van 8 mei 2026 is namens [eisers] verschenen [naam] (legal counsel MB Litigation & Advisory, adviseur van [eisers] ) met mr. Van Gelderen en mr. Viellevoije. [eisers] heeft een toelichting gegeven op de dagvaarding die in kopie aan dit vonnis is gehecht, vragen van de voorzieningenrechter beantwoord en verzocht om vonnis te wijzen. Tegen de niet verschenen bank is verstek verleend. 2De beoordeling2.1. Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. 2.2. ABN AMRO is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 125,57 - griffierecht € 735,00 - salaris advocaat € 760,00 - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.809,57 2.3. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 3De beslissing De voorzieningenrechter 3.1. gebiedt ABN AMRO de dienstverlening aan [eisers] (en het gebruik van de daarmee samenhangende bankrekeningen) binnen 24 uur na heden te herstellen, totdat een einduitspraak is gewezen in een bodemprocedure of een definitieve minnelijke regeling is getroffen, 3.2. gebiedt ABN AMRO binnen 24 uur na heden iedere blokkade ten aanzien van de bankrekeningen van [eisers] op te heffen, totdat een einduitspraak is gewezen in een bodemprocedure of een definitieve minnelijke regeling is getroffen, 3.3. gebiedt ABN AMRO binnen 24 uur na heden de IVR-registratie met betrekking tot [eisers] te verwijderen en verwijderd te houden, totdat een einduitspraak is gewezen in een bodemprocedure of een definitieve minnelijke regeling is getroffen, 3.4. veroordeelt ABN AMRO tot betaling van een dwangsom aan [eisers] van € 5.000 per dag(deel) dat niet wordt voldaan aan het onder 3.1 tot en met 3.3 bepaalde, totdat een maximum van € 100.000 is bereikt, 3.5. veroordeelt ABN AMRO in de proceskosten van € 1.809,57, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98 plus de kosten van betekening als ABN AMRO niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.6. veroordeelt ABN AMRO tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 3.7. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.8. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. K. Hogeman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2026. Coll: EV