Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBAMS:2026:9356

Parkeren op trottoir Eerste Oosterparkstraat te Amsterdam. Betrokkene betwist dat het een trottoir is. Echter op de plek waar het voertuig van betrokkene staat geparkeerd is geen witte belijning aanwezig waarmee de parkeervakken in de straat worden aangegeven. Verder is te zien dat op die plek sprake is van een soort klinkerstrook, die op gelijke hoogte ligt met het trottoir en dat het van de r...

Rechtbank Amsterdam 22 September 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBAMS:2026:9356 text/xml public 2026-09-22T08:48:17 2026-09-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-09-08 11967532 WM 25-19755 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Amsterdam Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:9356 text/html public 2026-09-21T11:04:56 2026-09-22 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:9356 Rechtbank Amsterdam , 08-09-2026 / 11967532 WM 25-19755
Parkeren op trottoir Eerste Oosterparkstraat te Amsterdam. Betrokkene betwist dat het een trottoir is. Echter op de plek waar het voertuig van betrokkene staat geparkeerd is geen witte belijning aanwezig waarmee de parkeervakken in de straat worden aangegeven. Verder is te zien dat op die plek sprake is van een soort klinkerstrook, die op gelijke hoogte ligt met het trottoir en dat het van de rijbaan afgescheiden is met een licht verhoogde trottoirband. Naar het oordeel van de kantonrechter doet de plaats waar betrokkene zijn auto had geparkeerd zich voor de gemiddelde weggebruiker niet voor als een parkeerplaats, maar als een trottoir of voetpad. Ongegrond


RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht

kantonrechter: mr. J.M.B. Cramwinckel

zaaknummer: 11967532 WM VERZ 25-19755

beslissing van: 8 september 2026

func.: 65186

Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 8 september 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:
Axus Nederland
Postbus 3001

1300 EB Almere

verder: betrokkene

voor wie beroep is ingesteld door:
Appjection B.V.
Postbus 75678

1070 AR Amsterdam

verder: gemachtigde

welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 3 juni 2025 en is gericht tegen de beslissing van 8 mei 2025 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene.
CJIB-nummer: [nummer] VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Aan betrokkene is bij beschikking van 6 maart 2025 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Namens betrokkene heeft gemachtigde tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 8 september 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.

Namens gemachtigde is de heer [naam] ter zitting verschenen. Op de zitting geeft gemachtigde aan geen aanvullingen op het beroepschrift te hebben.

Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat met het motorvoertuig met kenteken [kenteken], waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, niet de rijbaan is gebruikt door stil te staan op het trottoir, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad. Deze gedraging is geconstateerd op 26 februari 2025 om 11:42 uur op de Eerste Oosterparkstraat te Amsterdam.

2. Het beroep is tijdig ingesteld.

3. Gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder aan dat betrokkene de aan hem verweten gedraging niet heeft verricht. Het voertuig van betrokkene stond geparkeerd in een parkeervak dat op de stoep is aangelegd. Er is een afbeelding van Google Maps aan het beroepschrift gevoegd om aan te geven om welke plek het gaat en dat dit een parkeervak is. De parkeervakken zijn aangelegd middels afwijkende bestrating en doen zich voor de gemiddelde weggebruiker voor als parkeervakken.

Gemachtigde verzoekt het beroep gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.

4. Ter zitting stelt verweerder zich op het standpunt dat het beroep ongegrond dient te worden verklaard. Betrokkene had het onderhavige voertuig op het trottoir geparkeerd, gelet op de afwijkende betegeling en de verhoogde trottoirband. Op Google Maps Streetview is bovendien te zien dat de parkeervakken in de straat met witte belijning worden aangegeven. Derhalve kan de gedraging op grond van de zich in het dossier bevindende gegevens worden vastgesteld.

5. Het volgende wordt overwogen.

6. De verbalisant verklaart in het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht: “Ik zag dat het voertuig stil stond op het trottoir. Het voertuig stond ter hoogte van huis/pandnummer 141. Ik heb geen voor dat gebied geldige ontheffing waargenomen”.

Er zijn foto’s van de aan betrokkene verweten gedraging in het geding gebracht.

7. Naar aanleiding van het namens betrokkene gevoerde verweer heeft de kantonrechter zich door middel van Google Maps Streetview nader georiënteerd op de situatie ter plaatse. Uit de beelden blijkt dat betrokkene zijn auto had geplaatst op een plek waar fietsen staan geparkeerd. Verder is op de beelden te zien dat de parkeervakken in de Eerste Oosterparkstraat worden aangegeven door middel van witte belijning. Op de plek waar het voertuig van betrokkene staat geparkeerd is geen witte belijning aanwezig. Verder is te zien dat op die plek sprake is van een soort klinkerstrook, die op gelijke hoogte ligt met het trottoir en dat het van de rijbaan afgescheiden is met een licht verhoogde trottoirband. Naar het oordeel van de kantonrechter doet de plaats waar betrokkene zijn auto had geparkeerd zich voor de gemiddelde weggebruiker niet voor als een parkeerplaats, maar als een trottoir of voetpad. De kantonrechter neemt daarbij in aanmerking al hetgeen op die strook aanwezig is en dat fietsen en bromfietsen ingevolge artikel 27 van het RVV 1990 onder andere worden geplaatst op het trottoir of het voetpad. De aan betrokkene verweten gedraging kan worden vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Ten aanzien van de proceskostenvergoeding:
8. Namens betrokkene is door gemachtigde om een vergoeding van de proceskosten verzocht. Betrokkene wordt in de onderhavige zaak volledig in het ongelijk gesteld. Voor toekenning van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

9. Daarom wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De kantonrechter:

verklaart het beroep ongegrond;

wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.

De griffier De kantonrechter

Datum verzending

Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.

Artikel delen