Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:11744

Gerechtelijke vaststelling ouderschap

Rechtbank Den Haag 29 May 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:11744 text/xml public 2026-05-29T08:59:03 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-14 C/09/678744 / FA RK 25-351 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11744 text/html public 2026-05-29T08:58:50 2026-05-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:11744 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / C/09/678744 / FA RK 25-351
Gerechtelijke vaststelling ouderschap

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 25-351

Zaaknummer: C/09/678744

Datum beschikking: 14 april 2026
Gerechtelijke vaststelling ouderschap
Beschikking op het op 8 januari 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. L.F. Niemantsverdriet-Wensink in ’s-Gravenhage.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de vermeende vader] ,
de vermeende vader (hierna: [de vermeende vader] ),

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

en
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2024 in [geboorteplaats 1] ,
de minderjarige (hierna: [de minderjarige] ),

in rechte vertegenwoordigd door mr. B.S. van Haeften, advocaat in ’s-Gravenhage,

in de hoedanigheid van bijzondere curator.
Procedure
Bij beschikking van 9 februari 2026 van deze rechtbank is het verzoek van de moeder tot ontkenning van het vaderschap over [de minderjarige] gegrond verklaard en is bepaald dat de behandeling van het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap en het verzoek over de geslachtsnaam van [de minderjarige] wordt aangehouden tot 15 april 2026 pro forma, zodat partijen in de gelegenheid worden gesteld een DNA-onderzoek te verrichten, dan wel indien dit niet op 15 april 2026 is ingediend het door de rechtbank bevolen onderzoek kan worden verricht. Daarbij is iedere verdere beslissing ten aanzien van de gerechtelijke vaststelling ouderschap, geslachtsnaamwijziging en de kosten van het deskundigenonderzoek aangehouden.

De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook het bericht van 19 maart 2026, met bijlage, namens de moeder.
Beoordeling
Gerechtelijke vaststelling ouderschap

De rechtbank overweegt als volgt. Door de gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap in de beschikking van 9 februari 2026 is in principe de weg vrijgemaakt voor [de vermeende vader] om tot erkenning over te gaan. De rechtbank acht gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, dat terugwerkt tot de geboorte van de minderjarige, zoals ook door de moeder is verzocht, echter het meest aangewezen. In dit kader is van belang dat [de minderjarige] al een juridische vader had ten tijde van zijn geboorte, waardoor hij op dat moment niet door [de vermeende vader] erkend kon worden.

Uit het overgelegde rapport van DNA-onderzoek blijkt dat met (afgerond) 99,9% zekerheid is aangetoond dat [de vermeende vader] de verwekker is van [de minderjarige] . Nu van overige bezwaren als bedoeld in artikel 1:207 BW niet is gebleken, ligt het verzoek – onder de voorwaarde dat de beslissing tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap onherroepelijk is geworden – voor toewijzing gereed.

Geslachtsnaam minderjarige

Op grond van artikel 1:5 lid 2 BW houdt een kind dat door gerechtelijke vaststelling van het vaderschap in familierechtelijke betrekking tot de vader komt te staan, de geslachtsnaam van de moeder, tenzij de moeder en de man wiens vaderschap is vastgesteld, ter gelegenheid van de vaststelling gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam van de vader zal hebben. De moeder en [de vermeende vader] hebben schriftelijk verklaard dat zij willen dat [de minderjarige] de geslachtsnaam van [de vermeende vader] zal dragen na de vaststelling van het vaderschap. De rechtbank zal hiervan melding maken in het dictum van deze beschikking.

Bijzondere curator

Uit de te nemen beslissingen volgt dat vertegenwoordiging van [de minderjarige] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Beslissing
De rechtbank:

*

stelt – onder de voorwaarde dat de beslissing tot ontkenning van het vaderschap onherroepelijk is geworden – vast het ouderschap van:

[de vermeende vader] , geboren op [geboortedatum 2] 1982 in [geboorteplaats 2] , [land 1] ,

over:

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2024 in [geboorteplaats 1] ,

uit:

[de moeder] , geboren op [geboortedatum 3] 1991 in [geboorteplaats 3] , [land 2] ;

*

stelt vast dat de verklaring van de moeder en [de vermeende vader] luidt dat de minderjarige de geslachtsnaam van de biologische vader, “ [de vermeende vader] ”, zal dragen;

*

beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, ook kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 14 april 2026.

Artikel delen