Dublin, discussie over leeftijd(sschouw), en interstatelijk vertrouwensbeginsel Spanje.
Rechtbank Den Haag 28 May 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:13185
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-05-2026
Datum publicatie
28-05-2026
Zaaknummer
NL26.12459
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBDHA:2026:13185text/xmlpublic2026-05-28T12:00:132026-05-22Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-05-22NL26.12459UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLZwolleBestuursrecht; VreemdelingenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:13185text/htmlpublic2026-05-26T11:18:282026-05-28Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:13185 Rechtbank Den Haag , 22-05-2026 / NL26.12459 Dublin, discussie over leeftijd(sschouw), en interstatelijk vertrouwensbeginsel Spanje.
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL26.12459
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser, (gemachtigde: mr. M.R. Verdoner), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. C.R. Stoute). Inleiding1.1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 4 maart 2026 niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag. 1.2. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 19 mei 2026, tezamen met NL26.12460, op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.
Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden. 3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Totstandkoming van het besluit
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
5. In dit geval heeft Nederland bij Spanje een verzoek om terugname gedaan. Spanje heeft dit verzoek aanvaard.Opname in nationale asielprocedure
6. Eiser handhaaft het standpunt zoals gedaan in de zienswijze dat het volstrekt duidelijk had kunnen zijn dat hij eerder in Spanje asielrechtelijke bescherming heeft gezocht. Desondanks heeft de minister er voor gekozen om eiser in de nationale asielprocedure op te nemen en is hem in het aanmeldgehoor verzocht om asielmotieven naar voren te brengen. Dat eiser zich als alleenstaande minderjarige vreemdeling heeft aangemeld, was niet redengevend om van een Dublinprocedure af te zien en kan dan ook niet als argument gelden.
7. De rechtbank stelt allereerst vast dat eiser in beroep ten aanzien van deze grond grotendeels heeft volstaan met een verwijzing naar, dan wel een herhaling van wat hij in zijn zienswijze naar voren heeft gebracht. De minister is hierop in het bestreden besluit zeer uitgebreid en op inhoudelijk juiste wijze ingegaan. Dat eiser het niet eens is met de overwegingen van de minister, maakt niet dat de overwegingen daarom onjuist dan wel onvoldoende (zorgvuldig) gemotiveerd moeten worden geacht. Voor zover eiser heeft willen stellen dat dat wel zo is, acht de rechtbank de enkele stelling daartoe onvoldoende.7.1. In aanvulling op dat wat de minister heeft overwogen verwijst de rechtbank nog naar pagina 17 van het aanmeldgehoor dat begint met de volgende passage: ‘Dit betekent dat jij vanaf nu wordt gezien als meerderjarige vreemdeling. Jouw leeftijd zal worden aangepast. Je zult later worden uitgenodigd voor een ander gehoor met de IND.’Eiser is tijdens het aanmeldgehoor dus al te kennen is gegeven dat zijn gestelde minderjarigheid niet wordt gevolgd en dat hij zal worden uitgenodigd voor een ander gehoor. Dat eiser tijdens het aanmeldgehoor in eerste instantie naar zijn asielmotieven is gevraagd, maakt dat niet anders. Immers betreft het een enkele vraag en is daar niet verder inhoudelijk op doorgevraagd en is daar dus geen verder onderzoek op dat moment naar gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank kan, met name gelet op de hiervoor geciteerde passage aan het eind van het verslag van het aanmeldgehoor, geenszins worden geconcludeerd dat eiser zou zijn opgenomen in de nationale asielprocedure. Dat eiser daar desondanks vanuit is gegaan, berust op een ongefundeerde aanname van eiser. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet. Aanvullend gehoor
8. Eisers gemachtigde heeft nogmaals aan eiser vragen gesteld over de uitnodigingen voor het aanvullend gehoor, maar eiser weet niets van een afspraak voor zo’n gehoor. Eiser was anders wel naar de afspraak gekomen, want hij wil graag meewerken. Eiser heeft erop gewezen dat asielzoekers zo vaak moeten verhuizen van het ene naar het andere asielzoekerscentrum en de postbezorging loopt dan vaak niet goed. Wat daar ook van zij, eiser is van mening dat er (gelet wat hij hiervoor naar voren heeft gebracht) helemaal geen aanleiding was om een Dublingehoor te houden. Immers, Nederland was al verantwoordelijk geworden voor de asielprocedure. Bovendien houdt eiser vast aan zijn ten tijde van de indiening van de asielaanvraag opgegeven leeftijd. Voor het overige handhaaft eiser het standpunt zoals verwoord in de zienswijze. Eiser meent wel dat hij in zijn belangen is geschaad.
9. De rechtbank verwijst ook ten aanzien van deze grond allereerst naar wat zij heeft overwogen over het herhalen van de zienswijze onder rechtsoverweging 7. Ook overigens ziet de rechtbank in wat eiser heeft aangevoerd geen aanleiding anders te oordelen dan de minister in het bestreden besluit heeft overwogen. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet. Leeftijd van eiser
10. Eiser verwijst naar wat hij in de zienswijze naar voren heeft gebracht. Naast uiterlijke kenmerken is dus ook het gedrag en de verklaringen van belang. De minister haalt in het bestreden besluit de passage aan uit het rapport van DISA:'De ontwijkende antwoorden, ongeduldige en geïrriteerde houding vinden wij passend bij een meerderjarige leeftijd. De snelle antwoorden geven de indruk dat hij zijn antwoorden ingestudeerd heeft. Betrokkene komt op mij volwassen over en zijn gedragingen zijn passend bij een meerderjarige leeftijd.' Vervolgens concludeert de minister in het bestreden besluit:'Erkend wordt dat in de schouw van het aanmeldgehoor niet geheel duidelijk de conclusie wordt verbonden aan de observaties van uw gedrag'. Echter weegt dit niet op tegen alle overige bevindingen met betrekking tot uw uiterlijke kenmerken tijdens deze schouw, de uitgebreid gemotiveerde bevindingen van de DISA, alsook de meerderjarige registreerde leeftijd in Spanje.’Het is volgens eiser niet inzichtelijk wat de minister nu precies bedoelt te zeggen. Als de conclusie is dat eiser meerderjarig is mede wordt gebaseerd op zijn gedrag en verklaringen, snapt eiser niet dat de minister voor wat betreft is gezegd over eisers gedrag en zijn verklaringen tijdens de IND-schouw door deze conclusies uitsluit. De minister erkent hiermee dat er een gebrekkig onderzoek is gedaan naar de leeftijd van eiser en dat maakt dat eiser meent dat er geen zorgvuldige leeftijdsschouw is uitgevoerd.
11. De rechtbank verwijst ook ten aanzien van deze grond allereerst naar wat zij heeft overwogen over het herhalen van de zienswijze onder rechtsoverweging 7.11.1. In aanvulling op dat wat de minister heeft overwogen in het bestreden besluit verwijst de rechtbank ook naar de nadere toelichting van de minister in het verweerschrift van 18 mei 2026 en de gegeven toelichting op zitting. Dat de schouw door DISA gebaseerd is op uiterlijke kenmerken, gedrag en de verklaringen en de schouw door de IND met name is gebaseerd op de verklaringen van eiser en zijn lichamelijke kenmerken, leidt niet tot het oordeel dat er daarom een onzorgvuldige leeftijdsschouw is uitgevoerd. De conclusies in de rapporten zijn helder en naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam inhoudelijk onderbouwd. Daarnaast is er ondersteunend bewijs dat leidt tot de conclusie dat uitgegaan wordt van de meerderjarigheid van eiser. Er is immers, naast dat zowel de schouw van de IND als de schouw van de DISA concluderen tot evidente meerderjarigheid ook de vaststelling dat eiser in Spanje eveneens staat geregistreerd als meerderjarig en is verder gebleken op 11 december 2025 dat op de telefoon van eiser ook nog een kopie van een Marokkaans paspoort en een ID-kaart is gevonden met het geboortejaar 1999. Dit alles tezamen maakt naar het oordeel van de rechtbank dat de minister voldoende aanwijzingen had en heeft om in lijn met de Werkinstructie uit te (blijven) gaan van de meerderjarigheid van eiser. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet. Interstatelijk vertrouwensbeginsel 12. Eiser handhaaft het standpunt – dat hij reeds heeft verwoord in zijn zienswijze – dat ten aanzien van Spanje niet uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser vindt dat hij aannemelijk heeft gemaakt er voor hem een reëel (echt) risico bestaat dat hij een slechte behandeling krijgt in Spanje. Hij heeft daarbij een beroep gedaan op artikel 4 van het Handvest en artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening. Naast de procedurele obstakels ondervinden migranten en vluchtelingen grote moeilijkheden bij het verkrijgen van basisrechten zoals huisvesting, werk, gezondheidszorg en toegang tot bankrekeningen.
12. De rechtbank verwijst ook ten aanzien van deze grond allereerst naar wat zij heeft overwogen onder rechtsoverweging 7. Ook overigens ziet de rechtbank in wat eiser heeft aangevoerd geen aanleiding anders te oordelen dan de minister in het bestreden besluit heeft overwogen. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.Onevenredige hardheid, artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening
12. Eiser stelt dat er sprake is van een bijzondere situatie waardoor overdracht aan Spanje van onevenredige hardheid getuigt. De minister dient af te zien van overdracht en de asielaanvraag op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening aan zich te trekken.
12. De rechtbank verwijst ook ten aanzien van deze grond allereerst naar wat zij heeft overwogen onder rechtsoverweging 7.15.1. In aanvulling daarop overweegt de rechtbank dat de minister in redelijkheid heeft kunnen beslissen dat er geen aanleiding is om de asielaanvraag van eiser onverplicht aan zich te trekken met toepassing van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Daartoe overweegt de rechtbank dat eiser (ook in beroep) met zijn relaas niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden, die maken dat overdracht aan Spanje van onevenredige hardheid getuigt. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet. Conclusie en gevolgen 16. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, rechter, in aanwezigheid van F.E. Siblesz, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers (DISA). Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND).