Dublin, discussie over leeftijds(schouw), en interstatelijk vertrouwensbeginsel Spanje.
Rechtbank Den Haag 29 May 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:13186
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-05-2026
Datum publicatie
29-05-2026
Zaaknummer
NL26.12460
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBDHA:2026:13186text/xmlpublic2026-05-29T18:00:242026-05-22Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-05-22NL26.12460UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLZwolleBestuursrecht; VreemdelingenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:13186text/htmlpublic2026-05-26T11:17:242026-05-29Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:13186 Rechtbank Den Haag , 22-05-2026 / NL26.12460 Dublin, discussie over leeftijds(schouw), en interstatelijk vertrouwensbeginsel Spanje.
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL26.12460
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker, (gemachtigde: mr. M.R. Verdoner), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. C.R. Stoute).
Procesverloop Bij besluit van 4 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De minister heeft een verweerschrift ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL26.12459, op 19 mei 2026 op zitting behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.12459, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van F.E. Siblesz, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.