Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling, art. 37 Wzd
Rechtbank Den Haag 3 August 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:14400
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
31-05-2026
Datum publicatie
03-08-2026
Zaaknummer
C/09/703850 / FA RK 26-4046
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBDHA:2026:14400text/xmlpublic2026-08-03T14:55:192026-05-31Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-04-30C/09/703850 / FA RK 26-4046UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigBeschikkingNLDen HaagCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:14400text/htmlpublic2026-08-03T14:54:152026-08-03Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:14400 Rechtbank Den Haag , 30-04-2026 / C/09/703850 / FA RK 26-4046 Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling, art. 37 Wzd
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/703850 / FA RK 26-4046
Datum beschikking: 30 april 2026 Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling Beschikking naar aanleiding van het op 22 april 2026 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[cliënt] , hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1944 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. G.E.M. Later te Den Haag. Procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 22 april 2026. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester van de gemeente [gemeente] van 21 april 2026;
- de op 21 april 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 1] , die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was. Bij beschikking van deze rechtbank van 28 april 2026 is onderhavig verzoek toegewezen tot en met 30 april 2026 en voor het overige aangehouden. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling van 28 april 2026 heeft de advocaat laten weten dat zij niet ter zitting aanwezig kon zijn. Haar vervanger bleek op de dag van de zitting eveneens verhinderd te zijn. In verband met de uiterste beslisdatum en met instemming van de advocaat is het verzoek voor een korte duur toegewezen en voor het overige aangehouden. De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- voornoemde beschikking van 28 april 2026 en de daarin genoemde stukken;
- aanvullende stukken van de advocaat. De mondelinge behandeling van het aangehouden deel van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 april 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
- de arts, [naam 2] ;
- de curator, [naam 2] . Standpunten ter zitting Door en namens cliënt is ter zitting naar voren gebracht dat hij goed wordt verzorgd, maar dat hij zijn vrijheid mist. Cliënt begrijpt het verzoek niet, herkent zich niet in het gestelde nadeel en wenst terug te keren naar huis. In de thuissituatie nam hij zijn medicatie in, at hij naar behoren en was hij in staat zelfstandig te functioneren. De advocaat voert aan dat uit de medische verklaring blijkt dat de ter zake kundige arts contact heeft gehad met de curator, wat gezien de voorgeschiedenis niet wenselijk was. In het kader van de procedure waarin cliënt onder curatele is gesteld, is door een arts ouderengeneeskunde een rapport opgesteld waarin cliënt wilsbekwaam wordt geacht. Dit rapport is echter niet betrokken in de beoordeling door de kantonrechter, waardoor cliënt onder curatele is gesteld. De advocaat stelt dat het verzoek voornamelijk is gebaseerd op de uitgangspunten die ook ten grondslag lagen aan de ondercuratelestelling. Dat er sprake is van een begin van de ziekte van Alzheimer betekent niet dat cliënt helemaal niet meer kan functioneren. Cliënt is sinds zes jaar samen met zijn vriendin, die in het verleden verpleegster is geweest. Met haar hulp kan hij goed functioneren en is gedwongen zorg en hulpverlening niet noodzakelijk. Cliënt is wilsbekwaam en uit de stukken volgt onvoldoende dat er sprake is van ernstig nadeel. Daarbij benadrukt de advocaat dat nooit sprake is geweest van het onthouden van zorg en dat, indien hulp nodig mocht zijn, deze zal worden ingeschakeld. Er bestaat op dit moment geen aanleiding voor een verstrekkende maatregel zoals verzocht. Een dergelijke interventie kan zelfs schadelijk zijn voor cliënt. De advocaat verzoekt daarom namens cliënt om het verzoek af te wijzen. De arts heeft ter zitting naar voren gebracht dat het geheugen van cliënt aanzienlijk is aangetast. Zo weet hij in de middag veelal niet meer wat in de ochtend met hem is besproken. Voor het overige is cliënt in staat zichzelf adequaat te zorgen. Hoewel hij nooit vraagt om eten, eet hij de maaltijden die naar hem worden gebracht. Op medische gronden ziet de arts geen bezwaren tegen een terugkeer naar huis, mits cliënt bereid is thuiszorg te accepteren. De curator heeft ter zitting naar voren gebracht dat bij cliënt enerzijds sprake is van het onthouden van zorg, omdat hij geen zorg wenst te ontvangen. Zo gaat hij niet akkoord met de inzet van thuiszorg voor het monitoren van de medicijninname en voldoende eten. De vriendin van cliënt heeft verschillende dreigementen geuit richting zorgverleners en de curator, die erop neerkomen dat bij voortzetting van de curatele cliënt te weinig voeding aangeboden zal krijgen. Gesprekken over de inzet van zorg escaleren altijd, waarbij geen afspraken kunnen worden gemaakt en cliënt zich verbaal agressief uit. Anderzijds is er sprake van het onttrekken aan toezicht. Cliënt wordt geïsoleerd van zijn familie en de zorgverleners en de huisarts worden niet toegelaten. Ook zijn de sloten van zijn woning zonder toestemming van de curator vervangen. De auto en camper zijn uit het zicht verdwenen en de curator ontvangt signalen dat cliënt nog auto rijdt. Tevens zou de vriendin hebben aangegeven dat zij met cliënt naar het buitenland zal gaan met de camper, zodra hij weer naar huis mag. De curator acht een uitgebreid neurologisch onderzoek raadzaam, om de huidige cognitieve situatie van cliënt beter in kaart te brengen. De vriendin van cliënt heeft ter zitting naar voren gebracht dat cliënt zelfstandig naar de supermarkt gaat om maaltijden te halen. Thuishulp werd afgehouden omdat zorgverleners drie keer per week langs wilden komen, terwijl zij op twee verschillende adressen wonen. Tevens betwist de vriendin dat cliënt nog auto rijdt en geeft zij aan dat zij de autosleutels een lange tijd geleden heeft verstopt, zodat cliënt niet langer kan rijden. Beoordeling Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is voldoende gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van een psychogeriatrische aandoening, te weten de ziekte van Alzheimer, dit ernstig nadeel veroorzaakt. Voor zover namens cliënt de diagnose wordt betwist, acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat sprake is van een psychogeriatrische aandoening. Deze diagnose is in 2024 gesteld en door meerdere artsen die cliënt hebben onderzocht bevestigd en komt naar voren in alle aan het dossier toegevoegde medische stukken. Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van cliënt al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt. Als gevolg van zijn dementie is cliënt hulpbehoevend, terwijl hij weigert de noodzakelijke hulpverlening te accepteren. Uit de medische verklaring volgt dat zijn diabetes onvoldoende is gereguleerd en volgens de casemanager nam cliënt zijn medicatie niet adequaat in. Ook komt uit de verschillende medische stukken en uit hetgeen de curator heeft aangegeven naar voren dat de huisarts en betrokken hulp- en zorgverleners niet worden toegelaten tot de woning. Daarnaast zou cliënt aanzienlijk zijn afgevallen. Uit de stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken komt bovendien naar voren dat de vriendin van cliënt zowel ten overstaan van de curator als bij de huisarts dreigementen geuit, dat zij cliënt eten en drinken zou onthouden als de ondercuratelestelling niet wordt ingetrokken. Tevens lijkt cliënt te worden beperkt in het onderhouden van sociale contacten en bestaat het risico dat hij met de camper naar het buitenland vertrekt. Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is
voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn vooralsnog geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de voortzetting van het verblijf in een accommodatie. Cliënt geeft herhaaldelijk aan niet langer in de accommodatie te willen verblijven. In de thuissituatie weigerde hij voorstellen van de zorgverleners te accepteren, zoals de inzet van thuiszorg, het installeren van een sleutelkastje en het toelaten van de casemanager. Tevens hebben cliënt en zijn vriendin tijdens de mondelinge behandeling aangegeven geen thuiszorg te willen accepteren en komt uit de medische verklaring naar voren dat er geen afspraken gemaakt kunnen worden over de wijze waarop cliënt in de thuissituatie de benodigde hulp en zorg kan ontvangen. Dit brengt mee dat er geen andere mogelijkheid resteert dan dat cliënt in een gedwongen kader de noodzakelijke hulp en zorg ontvangt. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes weken. Gelet op de beschikking van 28 april 2026 waarin deels op het verzoek is beslist, zal de rechtbank de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verlenen tot en met 9 juni 2026, waardoor de machtiging een totale duur heeft van zes weken. Beslissing De rechtbank: verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van:
[cliënt] , geboren op [geboortedatum] 1944 te [geboorteplaats] , bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 juni 2026. Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, bijgestaan door mr. A. Laverman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 april 2026. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 19 mei 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.