Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:16332

wijziging gezamenlijk gezag naar eenhoofdig gezag

Rechtbank Den Haag 26 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:16332 text/xml public 2026-06-26T12:04:45 2026-06-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-18 C/09/690861 / FA RK 25-6579 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:16332 text/html public 2026-06-26T12:03:58 2026-06-26 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:16332 Rechtbank Den Haag , 18-05-2026 / C/09/690861 / FA RK 25-6579
wijziging gezamenlijk gezag naar eenhoofdig gezag

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 25-6579

Zaaknummer: C/09/690861

Datum beschikking: 18 mei 2026
Gezag
Beschikking op het op 29 augustus 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. E.J.W. Schuijlenburg te Leidschendam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift, met bijlagen, namens de moeder.

Op 20 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder bijgestaan door haar advocaat. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de zitting verschenen.
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

- Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2020 te [geboorteplaats 1] ;

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2024 te [geboorteplaats 2] .

- De minderjarigen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.

- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] uit.

- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] belast.
Verzoek en verweer
De moeder heeft verzocht:

- het gezamenlijk gezag van partijen over de minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2020 te [geboorteplaats 1] , te beëindigen en te bepalen dat de moeder voortaan alleen belast zal zijn met het ouderlijk gezag over hem;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vader heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Juridisch kader

Op grond van artikel 1:253n Burgerlijk Wetboek (hierna: ‘BW’) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, als er gewijzigde omstandigheden zijn sinds de aanvang van het gezamenlijk gezag of als bij de beslissing tot gezamenlijk gezag van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Als één van deze gevallen zich voordoet, zal vervolgens beoordeeld moeten worden of er reden is voor beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag. Daarbij moet de rechtbank de criteria genoemd in artikel 1:251a BW toepassen en de vraag beantwoorden of er een onaanvaardbaar risico is dat een kind klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen, dan wel of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Doet dit zich voor, dan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over de minderjarigen toekomt.

Ontvankelijkheid

De rechtbank is gebleken dat er sinds de zomer van 2024 geen contact meer is tussen de vader en [minderjarige 1] , waardoor de rechtbank concludeert dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden. De moeder is daarom ontvankelijk in haar verzoek.

Inhoudelijke beoordeling

De moeder verzoekt haar met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] te belasten. Ter onderbouwing van haar verzoek heeft de moeder naar voren gebracht dat de vader sinds de zomer van 2024 geen contact meer heeft gezocht met [minderjarige 1] . Hij is op geen enkele manier betrokken in het leven van [minderjarige 1] en neemt hiertoe ook geen initiatief. Daarnaast neemt de moeder alle gezagsbeslissingen feitelijk alleen. Dit nu de vader niet reageert op de verzoeken van de moeder om toestemming te geven voor verscheidene gezagsbeslissingen, zoals het laten uitvoeren van een psychologisch onderzoek bij het [ziekenhuis] of het aanvragen van een nieuw identiteitsbewijs voor [minderjarige 1] . De moeder wil dit in de toekomst vermijden en wenst de juridische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken is de rechtbank gebleken dat de omstandigheden zijn gewijzigd. Onweersproken is gesteld dat de vader [minderjarige 1] sinds de zomer van 2024 niet meer heeft gezien en dat de vader op geen enkele manier betrokken is bij de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] . De vader is uit beeld en reageert niet op de verzoeken van de moeder om gezagsbeslissingen te nemen. Overleg over praktische zaken met betrekking tot [minderjarige 1] is daardoor voor de moeder onmogelijk. Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken is de rechtbank gebleken dat dit niet binnen een afzienbare termijn zal veranderen. Een en ander ziet de rechtbank bevestigd in het niet verschijnen van de vader in deze procedure. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank het in het belang van [minderjarige 1] noodzakelijk dat de moeder alleen met het gezag wordt belast en zal zij het verzoek van de moeder toewijzen.
Beslissing
De rechtbank:

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 3] 1988 in [geboorteplaats 3] te [land] , het gezag zal toekomen over het minderjarige kind:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2020 te [geboorteplaats 1] ;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

*

Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Westerhuis-Evers, tevens kinderrechter, bijgestaan door S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 mei 2026.

Artikel delen