Het beroep is ongegrond. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich op het standpunt kunnen stellen dat bij eiser niet is gebleken van ernstige, onoverkomelijke gewetensbezwaren vanwege godsdienstige/diepgewortelde overtuiging. Ook heeft de minister op goede gronden geconcludeerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van vrees voor stelselmatige discriminatie in h...