Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:17677

Beroep tegen afwijzing asielaanvraag. Relaas ongeloofwaardig en onvoldoende voor een asielvergunning. Beroep ongegrond.

Rechtbank Den Haag 6 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:17677 text/xml public 2026-07-06T12:00:22 2026-06-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-06-29 NL25.47826 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:17677 text/html public 2026-06-30T14:42:01 2026-07-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:17677 Rechtbank Den Haag , 29-06-2026 / NL25.47826
Beroep tegen afwijzing asielaanvraag. Relaas ongeloofwaardig en onvoldoende voor een asielvergunning. Beroep ongegrond.
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.47826
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. Y. Izgi),

en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. Y.E.C. Thole).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de verklaringen van eiser over de (te verwachten) problemen als gevolg van zijn activisme in Cuba ongeloofwaardig zijn. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt burger te zijn van Congo [woonplaats] en te zijn geboren op [geboortedatum] 1995. De minister heeft met het bestreden besluit van 22 september 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 22 juni 2026 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, M. Nyembo als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas

3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft vanaf januari 2016 gestudeerd in Cuba met behulp van een studiebeurs van de Congolese autoriteiten. Omdat zijn studiebeurs een aantal maanden niet werd uitbetaald is eiser rond maart/april 2019 gaan staken met andere studenten. Hij was daarbij een van de leiders. Uiteindelijk kwam het tot een gevecht met de Cubaanse politie. Hierna kregen ze hun geld weer uitbetaald. Als gevolg hiervan kwam de naam van eiser op een lijst van leiders van studenten die hebben gestaakt, welke lijst in handen kwam van de Congolese autoriteiten. In juli 2019 is het broertje van eiser in Congo ontvoerd en vermoord. Eiser vermoedt dat dit te maken heeft met zijn activiteiten in Cuba. Omdat eiser ook vreest gedood te worden door de Congolese autoriteiten is hij op 8 februari 2024 naar Nederland vertrokken.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

- identiteit, nationaliteit en herkomst;

- activisme in Cuba vanwege het krijgen van de studiebeurs;

- problemen vanwege activisme op Cuba.

De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn. De minister gelooft ook het activisme van eiser in Cuba. De minister vindt het echter niet geloofwaardig dat eiser daardoor problemen heeft ondervonden of zal ondervinden. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.

Heeft de minister zich op het standpunt kunnen stellen dat de problemen vanwege het activisme van eiser op Cuba ongeloofwaardig zijn?

Wat is het betoog van eiser?

5. Eiser stelt dat hij er alles aan heeft gedaan om aan het Congolese krantenartikel te komen waar de namen van de leiders van de staking en dus ook zijn naam, in staan vermeld. De minister zou hem daarom het voordeel van de twijfel moeten geven. Verder is de minister eraan voorbij gegaan dat wereldwijd op nieuwskanalen is te zien dat de stakingen hebben plaatsgevonden in Cuba. Het is volgens eiser logisch dat de moord op zijn broertje in Congo het gevolg is van de rol van eiser bij de stakingen in Cuba, aangezien dit plaatsvond vlak na de stakingen en eiser op de eerdergenoemde lijst stond. Als onderbouwing legt eiser een overlijdensakte over. Eiser vertrok pas in 2024 uit Cuba omdat hij eerst zijn studie wilde afronden en hij in Cuba weinig te vrezen had van de Congolese autoriteiten. In Congo heeft hij wel te vrezen voor de autoriteiten. Eiser legt ter onderbouwing uitnodigingen over, van 24 februari 2024 en 5 juni 2024, die hij en zijn neef hebben ontvangen van de Congolese autoriteiten en waarin staat dat ze op het politiebureau moeten verschijnen. Ook legt eiser vertalingen over van het in de besluitvormingsprocedure overgelegde arrestatiebevel uit 2019 en de brief die zijn neef op 9 juni 2025 aan de politie heeft gestuurd. Omdat de Congolese autoriteiten er daardoor van op de hoogte zijn dat ze zijn neef per ongeluk hebben aangezien voor eiser, is het gevaar voor eiser bij terugkeer groter geworden. De minister heeft volgens eiser ten onrechte niet alles in onderlinge samenhang beoordeeld.

Wat is het oordeel van de rechtbank?
5.1.
De minister heeft zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat het ongeloofwaardig is dat er problemen zijn ontstaan door het activisme van eiser in Cuba of dat daar problemen door zullen ontstaan.

Daarvoor heeft de minister van belang kunnen vinden dat eiser het krantenartikel, waar zijn naam in zou staan, niet heeft overgelegd en daar geen verschoonbare verklaring voor heeft gegeven. Verwacht had mogen worden dat eiser meer pogingen had ondernomen om dit op te vragen bij familie, vrienden of medestudenten, vooral aangezien het voor eiser een heel belangrijk stuk is en zijn verklaringen had kunnen onderbouwen. De stelling van eiser dat niemand dit artikel (meer) heeft en dat niemand het kan vinden hoefde de minister niet te volgen.

Het betoog van eiser dat de minister eraan voorbij is gegaan dat de stakingen zijn opgepikt door nieuwskanalen slaagt ook niet. Blijkens het bestreden besluit heeft de minister zich daarover, voldoende gemotiveerd, op het standpunt gesteld dat uit het beeldmateriaal slechts blijkt dat stakingen hebben plaatsgevonden en niet dat eiser daardoor problemen heeft ondervonden. Eiser heeft ook niet aangevoerd dat dit er wel uit blijkt. Dat de stakingen hebben plaatsgevonden heeft de minister niet bestreden.

De minister heeft verder van belang kunnen vinden dat het op vermoedens is gebaseerd dat het broertje van eiser is vermoord vanwege de rol van eiser bij de stakingen. Dat dit logisch zou zijn omdat het plaats zou hebben gevonden vlak na de stakingen is geen concrete aanwijzing daarvoor. Daarbij betrekt de rechtbank de toevoeging van de minister op zitting dat het vreemd is dat de autoriteiten zijn broertje zouden vermoorden, maar dat eiser door mocht studeren en een studiebeurs bleef ontvangen. De door eiser overgelegde overlijdensakte maakt het oordeel niet anders, alleen al omdat de reden voor de gestelde moord hier niet uit blijkt. Bovendien had verwacht mogen worden dat eiser deze akte eerder had overgelegd, aangezien deze al in 2020 zou zijn opgemaakt. De enkele stelling op zitting dat dit niet lukte is een onvoldoende verklaring daarvoor.

De minister heeft er ook bij kunnen betrekken dat eiser pas in 2024 Cuba heeft verlaten, zodat het vermoeden bestaat dat zijn vertrek niet is gemotiveerd door asielgerelateerde problemen. Het betoog van eiser dat hij zijn studie af wilde maken en hij in Cuba niet veel te vrezen had voor de Congolese autoriteiten volgt de rechtbank niet. Aangezien de Congolese autoriteiten ervan op de hoogte waren waar eiser zich bevond en eiser bovendien het vermoeden had dat zijn broertje vanwege zijn activistische activiteiten is vermoord is het ongeloofwaardig dat hij niet meteen is gevlucht.

Voor wat betreft de door eiser overgelegde foto van het arrestatiebevel, dat zijn neef zou hebben ontvangen, heeft de minister van belang kunnen vinden dat de authenticiteit hiervan niet kan worden gecontroleerd, omdat het een foto is. Verder heeft de minister het opmerkelijk kunnen vinden dat dit bevel dateert uit 2019 en dat zijn neef pas in 2025 kenbaar zou hebben gemaakt dat het om een persoonsverwisseling ging en dat ze niet hem, maar eiser moeten hebben. Dat de reden voor de late melding zou zijn dat zijn neef zich schuilhield volgt de rechtbank niet. Het is niet geloofwaardig dat zijn neef niet meteen naar de autoriteiten zou gaan om de gestelde persoonsverwisseling recht te zetten. Ook heeft de minister het vreemd kunnen vinden dat eiser tijdens de gehoren niets heeft gezegd over dit bevel.

Verder blijkt uit de door eiser overgelegde uitnodigingen niet waarom eiser op het politiebureau moest verschijnen en waarom dit pas in 2024 werd gevraagd, aangezien de stakingen al in 2019 plaatsvonden. De stelling van eiser op zitting dat dit te maken had met het einde van zijn studie volgt de rechtbank niet, aangezien eiser die stelling niet verder heeft geconcretiseerd. Daarbij komt dat het niet geloofwaardig is dat de Congolese autoriteiten zowel eiser als zijn neef zouden uitnodigen aangezien zijn neef pas in 2025, als reactie op deze uitnodigingen, de autoriteiten zou hebben geïnformeerd dat ze niet hem maar eiser moesten hebben. Verder heeft de minister op zitting nog toegevoegd dat de uitnodigingen niet origineel zijn, maar in kopie zijn overgelegd.

Er is ten slotte geen grond voor het oordeel dat de minister niet alles voldoende in onderlinge samenhang heeft beoordeeld. Eiser heeft ook niet nader geconcretiseerd waarom daar geen sprake van zou zijn. Daarbij is ook van belang dat eiser niet heeft bestreden dat de minister zijn verklaringen over zijn paspoort en de hulp van de ambassademedewerker ongeloofwaardig heeft bevonden. De beroepsgronden van eiser slagen niet.
Conclusie en gevolgen
6. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Weeda, rechter, in aanwezigheid van

mr. A. Korporaal-Wisman, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vreemdelingenwet 2000

Zaak NL25.47827

Artikel delen