Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:21367

Afwijzing wijziging van de machtiging tot het verlenen van verplichte zorg, art. 8:12 wvggz. Uit de medische verklaring viel niet af te leiden of betrokkene was gehoord in een voor haar begrijpelijke taal.

Rechtbank Den Haag 20 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:21367 text/xml public 2026-08-20T09:00:58 2026-07-31 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-06-30 C/09/707879 / FA RK 26-6458 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21367 text/html public 2026-08-20T09:00:48 2026-08-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:21367 Rechtbank Den Haag , 30-06-2026 / C/09/707879 / FA RK 26-6458
Afwijzing wijziging van de machtiging tot het verlenen van verplichte zorg, art. 8:12 wvggz. Uit de medische verklaring viel niet af te leiden of betrokkene was gehoord in een voor haar begrijpelijke taal.
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/707879 / FA RK 26-6458

Datum beschikking: 30 juni 2026
Afwijzing wijziging van de machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] , [land]

wonende te [woonplaats] ,

thans verblijvende in de accommodatie van Parnassia te [plaats] ,

advocaat: mr. S.V. Jansen te Zoetermeer.
Procesverloop<?linebreak?>Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 25 juni 2026, heeft de officier van justitie verzocht om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 10 april 2026 ten aanzien van betrokkene is afgegeven.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- de beslissing tot het verlenen van tijdelijke verplichte zorg in een noodsituatie d.d. 22 juni 2026;

- een aanvraag tot wijziging van de zorgmachtiging aan de geneesheer-directeur van 22 juni 2026 door [naam 1] , zorgverantwoordelijke;

- een aanvraag aan de officier van justitie van 24 juni 2026 door de geneesheer-directeur;

- een gewijzigd zorgplan van 23 juni 2026;

- een aanvullende medische verklaring van 23 juni 2026.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 juni 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat en een telefonische tolk Spaans;

- de arts, [naam 2] .

Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Door en namens betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat zij al twintig jaar bij Parnassia is en dat zij haar (depot)medicatie maandelijks accepteert. De advocaat stelt dat de aanleiding van het wijzigingsverzoek erg summier staat beschreven en dat veel context ontbreekt in de medische verklaring. Daarnaast volgt uit de medische verklaring dat contact met betrokkene beperkt mogelijk was vanwege de taalbarrière. Nu ook uit het zorgplan blijkt dat de voertaal van betrokkene Spaans is en uit de medische verklaring niet valt op te maken dat bij de beoordeling gebruik is gemaakt van een tolk terwijl niet is gemotiveerd waarom dit niet gebeurde, is sprake is van een gebrek in de medische verklaring en verzoekt de advocaat namens betrokkene om het verzoek af te wijzen.

De arts heeft ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene sinds de week van 19 juni toenemend onrustig aanwezig was op de afdeling, waarbij symptomen van een manische ontregeling werden gezien. Mede aanleiding voor de onrust was een systeemgesprek dat had plaatsgevonden met familieleden nam de onrust toe. Kort voor afgelopen weekend zak de arts betrokkene samen met de psychiater vanwege zorgen over haar toestandsbeeld en ter voorbereiding op de weekend-overdracht. In het weekend bleek de spanning bij betrokkene hoog op te lopen en was het nodig haar kalmeringsmedicatie te geven. Niettemin was zondag overdag de onrust erg groot en verslechterde het toestandsbeeld van betrokkene in de nacht van zondag 21 juni jl. op maandag 22 juni jl. Betrokkene was de hele nacht wakker, erg geladen, schreeuwde veel en was niet corrigeerbaar terwijl haar boosheid snel toenam. De situatie escaleerde toen betrokkene dwingend werd in het krijgen van een kop koffie en daarbij een verpleegkundige bij de keel greep. Gezien betrokkene niet meer in contact was te krijgen en er sprake was van een fors geweldsincident was toepassing van de zorgvormen insluiten en uitoefenen van toezicht noodzakelijk. Betrokkene is gecontroleerd en testte positief op THC. Het toestandsbeeld van betrokkene is sindsdien nog steeds niet stabiel is en omdat van betrokkene bekend is dat haar ontregelingen lang kunnen duren, is de toepassing van deze vormen van zorg nog steeds voorzienbaar.

Volgens de arts kan betrokkene goed een gesprek voeren in het Nederlands, hij weet dat uit eigen ervaring, maar lukt haar dat niet tijdens een ontregeling.
Beoordeling
Ten aanzien van betrokkene is op 10 april 2026 een zorgmachtiging afgegeven. Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, welke door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor er sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz.

Uit artikel 1:8 Wvggz volgt dat een betrokkene bij de voorbereiding, de uitvoering, wijziging en beëindiging van verplichte zorg in een voor hem begrijpelijke taal wordt geïnformeerd en dat, voor zover de uitvoering van de verplichte zorg leidt tot vrijheidsbeneming, een betrokkene recht heeft op bijstand van een tolk indien zij de Nederlandse taal niet beheerst.

Uit vaste jurisprudentie blijkt dat, gelet op het belang van de medische verklaring en de daaraan te verbinden gevolgen, waaronder mogelijk vrijheidsbeneming, betrokkene niet alleen ter zitting, maar ook tijdens het onderzoek ten behoeve van het opstellen van de medische verklaring recht heeft op bijstand van een tolk wanneer betrokkene de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst.

Ter zitting en uit de stukken is gebleken dat de voertaal van betrokkene Spaans is. Hoewel op de afdeling gesprekken met betrokkene in het Nederlands of in het bijzijn van Spaans sprekende medewerkers blijken te kunnen worden gevoerd, spreekt zij op momenten van ontregeling Spaans en wat Duits en Engels. Een gesprek in het Nederlands lukt haar dan niet. Uit de aanvullende medische verklaring van 23 juni 2026 ten behoeve van het wijzigingsverzoek is niet gebleken dat het onderzoek in een andere dan de Nederlandse taal heeft plaatsgevonden of dat het onderzoek met bijstand van een tolk is verricht. Een verklaring waarom dit niet gebeurde wordt daarbij in de verklaring niet gegeven. Wel staat in de aanvullende medische verklaring dat contact met betrokkene slechts beperkt mogelijk was, door een taalbarrière en haar actuele psychische toestand.

De rechtbank overweegt, onder verwijzing naar het bepaalde in art 1: 8 Wvggz, dat een betrokkene recht heeft op bijstand van een tolk indien deze de Nederlandse taal niet beheerst als de uitvoering van de verplichte zorg leidt tot vrijheidsbeneming. De rechtbank is van oordeel dat insluiten een extra vorm van vrijheidsbeneming is en daarom in het geval van betrokkene een tolk had moeten worden betrokken bij het gesprek met haar ten behoeve van het opmaken van de medische verklaring.

Gelet op het voorgaande voldoet de medische verklaring niet aan de door de wet gestelde eisen. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.L. Sandberg-Crommelin, rechter, bijgestaan door mr. A. Laverman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 juni 2026.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 10 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Artikel delen