Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:22119

Civiel recht, kort geding, verbintenissenrecht. Aannemingsovereenkomst voor de bouw van een kas; beroep van opdrachtnemer op opschorting van werkzaamheden verworpen. Opdrachtnemer wordt veroordeeld tot voltooiing en oplevering van de kas.

Rechtbank Den Haag 7 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:22119 text/xml public 2026-08-07T14:43:41 2026-08-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-06-03 C/09/703707 / KG ZA 26/416 Uitspraak Kort geding NL Den Haag Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22119 text/html public 2026-08-07T14:43:12 2026-08-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:22119 Rechtbank Den Haag , 03-06-2026 / C/09/703707 / KG ZA 26/416
Civiel recht, kort geding, verbintenissenrecht.

Aannemingsovereenkomst voor de bouw van een kas; beroep van opdrachtnemer op opschorting van werkzaamheden verworpen. Opdrachtnemer wordt veroordeeld tot voltooiing en oplevering van de kas.
Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/703707 / KG ZA 26/416

Vonnis in kort geding van 3 juni 2026

in de zaak van

KWEKERIJ DE NOORDPOEL B.V. te De Kwakel (gemeente Uithoorn),

eiseres,

advocaat mr. J.A.J. Hendriks te Maasdijk (gemeente Westland),

tegen:

HOLLAND TUINBOUW TECHNIEK B.V. te Wateringen (gemeente Westland),

gedaagde,

advocaat mrs. T.H. van Wijhe en J.M. de Vries te Rotterdam.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘De Noordpoel’ en ‘HTT’.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 29 april 2026 met producties 1 tot en met 22;

- de brief van 13 mei 2026 van de zijde van De Noordpoel met daarbij de overgelegde producties 23 tot en met 31;

- de aktes overlegging producties van de zijde van HTT waarbij de producties 1 tot en met 21 zijn overgelegd;

- de op 15 mei 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.
1.2.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
<nr>2</nr>De feiten
Op grond van de stukken en hetgeen besproken is op de zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
De Noordpoel is een tuinbouwonderneming. De heer [naam 1] is bestuurder en aandeelhouder van De Noordpoel en zijn broer [naam 2] wordt als zelfstandige door De Noordpoel ingehuurd.
2.2.
HTT is een onderneming die onder meer cabrioletkassen, foliekassen, schaduwhallen, gevelsystemen en scherminstallaties bouwt en levert. De heer [naam 3] en mevrouw [naam 4] zijn bestuurders en aandeelhouders van HTT.
2.3.
HTT heeft op 30 augustus 2025 een offerte aan De Noordpoel uitgebracht voor de levering en bouw van een cabrioletkas type “Slideroof 4270” (hierna: de cabrioletkas). Na een akkoord daarop van De Noordpoel heeft HTT een opdrachtbevestiging gestuurd voor het leveren en bouwen van de cabrioletkas voor een aanneemsom van € 815.000 exclusief btw. Voor wat betreft de betaaltermijnen van de aanneemsom is opgenomen dat 30% bij opdracht plaatsvindt, 30% bij levering materialen, 20 % bij de start van de werkzaamheden, 15% bij start van de gevels en 5% bij oplevering. Op de opdracht zijn de Algemene Metaalunie voorwaarden van toepassing verklaard. Op de laatste pagina van de opdrachtbevestiging staan onder meer de volgende twee voorwaarden vermeld:

“(…)

- Het bouwterrein dient schoon en vlak ter beschikking te worden gesteld.

(…)

- Eventueel meer- en of minderwerk zal, na vooraf overleg, bij de oplevering worden verrekend.”
2.4.
De Noordpoel heeft de opdrachtbevestiging op 4 september 2025 ondertekend. Ook heeft De Noordpoel die dag (en ook al eerder op 29 augustus 2025) een digitale bouwtekening toegestuurd van kassenbouwer [naam 5] die op dezelfde locatie werkzaam is en de glaskas en de onderbouwconstructie voor de carbioletkas die HTT zou bouwen, heeft gebouwd. Op de op 29 augustus 2025 toegestuurde tekening staat het adres [adres 1] vermeld en op de tekening die op 4 september 2025 is gestuurd staat het adres [adres 2] .
2.5.
Op 19 november 2025 heeft [naam 5] HTT een bouwboek voor het project van De Noordpoel gestuurd. Daarop heeft HTT [naam 5] als volgt bericht:

“Kunnen jullie eens kijken of dat er nog een rails bij de goot van ons kan lopen?

Het was de bedoeling dat we met een rups hoogwerker langs de kas konden rijden, maar dat gaat helaas niet lukken ivm wegzakken en de afvoer.

We hebben gewoon enorm veel extra werk als we alles van binnen uit moeten gaan doen, maar ook voor de toekomst gezien als we de folie moeten verwisselen.

Op de tekening heb ik niets toe te voegen.”
2.6.
Op 5 december 2025 heeft de eerste bouwvergadering in aanwezigheid van HTT plaatsgevonden. Voor De Noordpoel was daarbij ook haar bouwbegeleider de heer [naam 6] van NOWA Design Studio aanwezig. HTT heeft te kennen gegeven voor de twee te bouwen afdelingen van de cabrioletkas tien weken nodig te hebben (vijf weken per afdeling).
2.7.
HTT is op 5 januari 2026 met de bouw gestart. Het perceel waarop de kas gebouwd wordt bleek modderig te zijn. HTT heeft de eerste paar dagen gebruik gemaakt van een spoor rijplaten dat aanwezig was. Op 7 januari 2026 hebben partijen de bouwlocatie bezocht. Toen is afgestemd op welke wijze rijplaten geplaatst zouden worden zodat HTT ondanks de modderige ondergrond haar werkzaamheden kon uitvoeren. Op 9 januari 2026 heeft HTT De Noordpoel onder meer bericht:

“(…) De rijplaten, daar heb ik gisteren een email van gehad van [naam 3] , ik ben gisteren nog even op de bouw geweest en we gaan kijken of op een stevige manier ons rupsplateau kunnen verlengen en of we dan met 1 spoor kunnen gaan rijden, dit schilt voor jullie rijplaten en het verleggen van de rijplaten. Ik heb hier vandaag nog even voor nodig om te kijken of dit te realiseren is.”
2.8.
HTT heeft op 14 januari 2026 aan de heer [naam 7] – het bedrijf dat onder meer verantwoordelijk was voor de rijplaten en grondwerkzaamheden op de bouwlocatie – een akkoord gegeven op een tekening waaruit de plaatsing van twee banen met rijplaten blijkt.
2.9.
Op 2 februari 2026 heeft HTT De Noordpoel geïnformeerd over de moeizame en kostbare voortgang van het project:

“(…)

Dit project gaat voor ons geld kosten zo en dat kan niet de bedoeling zijn, wij hebben de offerte gebaseerd op dat wij gewoon overal kunnen rijden.

Nu zijn we al weken bezig met rijpalten [rijplaten, vz] en iedere week is er wel wat,

Wij verwachten dat tralie 6 volledig in de rijplaten gelegd wordt, zodat de materialen naar achter gereden kunnen worden.

En uit de bagger kunnen houden,

Wordt dit gedaan, dan zullen wij onze werkzaamheden moeten staken!

En worden alle extra gemaakte kosten in rekening gebracht

Wij worden dit wel erg zag en kost ons enorm veel tijd en geld”
2.10.
Op 5 februari 2026 heeft [naam 3] [naam 1] per whatsapp bericht dat hun machine kapot is gereden door een rijplaat en dat de werkwijze met de rijplaten ervoor zorgt dat HTT extra tijd kwijt is, wat HTT extra geld kost.
2.11.
Op 14 februari 2026 heeft HTT De Noordpoel weer bericht over de problemen waar zij bij de bouw tegenaan liep. HTT schrijft onder meer:

“(…)

Wij hebben de offerte/ opdracht gekregen zonder wij de bouwplaats gezien hebben of überhaupt wisten waar er gebouwd werd, in eerste instantie dacht ik dat het op de plaats was waar jullie nu bevestigd zijn, maar het bleek op het [adres 2] te zijn, dit heb ik van [naam 5] door gekregen.

We hebben diverse vergaderingen gehad en vanaf de eerste vergadering 5-12-2025 al gemeld dat het beter was om de gehele oppervlakte met rijplaten te leggen achterin bij het bassin,

Dan hoef je nergens geen rekening mee te houden en kan je meerdere machines erin rijden. Zoals ook in onze offerte en opdrachtbevestiging gemeld. (Het bouwterrein dient schoon en vlak ter beschikking te worden gesteld.)

Het kwam er toen op neer dat dit allemaal te veel ging kosten en jullie gekozen hadden voor 3 banen platen, waar [naam 5] op gestart is.

(…)

Toen [naam 5] daar aan het bouwen was, zag ik dat ze op de rijplaten aan het bouwen waren (3 rijen platen), maar dat ging al snel mis en reden overal waar geen rijplaten lagen en het een modderpoel begon te worden.

(…)

2-2-2026 heb ik jullie ook een email gestuurd dat het project niet verkocht is op basis van een modderpoel. Dit kost ons vele extra uren. We hebben geprobeerd om op alle vlakken met jullie mee te denken. Zo hebben wij 2 aanhang loopgedeeltes aan onze hoogwerker gemaakt van staal wat wij hebben gedaan om wat kosten op rijplaten te besparen voor jullie en we dan met een hoogwerker vanuit de midden van een tralie kunnen rijden en werken, alleen nu blijkt dat het ons enorm veel kost qua tijd en dus ook geld kost, en dat kan niet de bedoeling zijn van dit project. We bouwen graag mooie projecten maar het moet ons geen geld gaan kosten zoals je zelf ook wel zult begrijpen.

De jongens zien de rijplaten niet meer leggen en er heeft al 3 x een rijplaat in de rups gezeten waarvan 1 x in de hydrauliek waardoor we direct stil stonden omdat de hydrauliek van de machine hierdoor kapot was.(4 man x 2 uur).

Wij lopen momenteel nu al uit op dit project en we zijn nu 5 weken bezig.

(…)

Graag willen wij eens met jullie om de tafel om het over de extra kosten te hebben, aangezien wij nu niet zo bezig zijn als dat verkocht hebben.

Momenteel zitten wij op 186 extra uren (exclusief machinekosten), veroorzaakt door de zeer slechte grond, wat door derden is veroorzaakt.

En als we op deze manier door gaan zal het verder oplopen tot minimaal 320 uur voor de eerste 5 tralie’s

Deze uren (kosten) zijn niet bij ons ingecalculeerd, wij zijn er vanuit gegaan met de calculatie dat de grond vlak en schoon zou zijn.

(…)”
2.12.
HTT heeft op 18 februari 2026 aan De Noordpoel een factuur (factuurnummer 20260006) verstuurd van € 5.440,- exclusief btw (€ 6.582,40 inclusief btw) in verband met “extra werk verricht in de eerste 5 tralies vanaf de glaskas, windverbanden veranderen (zaten te hoog) en 60 stuks U gordingen met traliepootjes monteren.”

Ook heeft HTT De Noordpoel op 18 februari 2026 een meerwerkfactuur (factuurnummer 20260007) van € 13.720,- exclusief btw gestuurd (€ 16.601,20 inclusief btw) voor “186 uur en machine kosten”. Daarbij staat op de factuur vermeld: “vloer dient schoon en vlak te zijn, zoals in de opdracht bevestiging beschreven staat.”
2.13.
De Noordpoel heeft de factuur met factuurnummer 20260007 onbetaald gelaten. De factuur met factuurnummer 20260006 is uiteindelijk onder protest betaald.
2.14.
Op 5 maart 2026 heeft een overleg tussen partijen plaatsgehad. De Noordpoel heeft te kennen gegeven niet gehouden te zijn tot betaling van de meerwerkfacturen. HTT heeft verder te kennen gegeven dat het dakfolie van buiten naar binnen moet worden getrokken en dat daarvoor aan de buitenzijde van de gevel met een hoogwerker gewerkt moet kunnen worden.
2.15.
Op 6 maart 2026 heeft HTT De Noordpoel een oplossing voorgelegd om de werkzaamheden voor het aanbrengen van het dakfolie en het afwerken van de kopgevels uit te kunnen voeren:

“Om de werkzaamheden toch veilig en praktisch uit te kunnen voeren, heb ik een alternatieve oplossing uitgewerkt. In de bijgevoegde schets is dit idee weergegeven:

(…)

Gezien deze oplossing niet in onze oorspronkelijke calculatie is opgenomen, stellen wij voor om de werkzaamheden voor het werkplatform op basis van gewerkte uren en materiaalkosten (nacalculatie) uit te voeren. Zo kunnen wij de werkzaamheden veilig en verantwoord uitvoeren. (…)”
2.16.
De bouwbegeleider van De Noordpoel heeft hierop geantwoord dat deze oplossing een heel kostbare oplossing zal zijn en heeft een alternatief voorgesteld: een telescoophoogwerker die vanaf naastgelegen land rijdt. Op 9 maart 2026 heeft HTT De Noordpoel onder meer het volgende per mail bericht:

“De vloer op de bouwlocatie is niet vlak en niet schoon, terwijl in de offerte en opdrachtbevestiging duidelijk staat vermeld dat de vloer schoon en vlak dient te zijn.

Wij hebben meerdere keren voorgesteld aan jullie om de gehele vloer van de kas te laten dichtleggen met rijplaten, maar u heeft hier niet mee ingestemd. Uiteindelijk zijn wij akkoord gegaan met 2 banen rijplaten. Daarnaast hebben wij 2 extra plateaus aan onze bouwmachine gemaakt, om de uitvoering efficiënter te laten verlopen en u extra kosten op rijplaten te besparen.

Door de niet-vlakke ondergrond moeten wij onze machine frequent nivelleren, waardoor er tot en met 13-2-2026 186 extra werkuren zijn ontstaan, exclusief machineuren. De slechte ondergrond is veroorzaakt door werkzaamheden van een andere kassenbouwer en was niet ingecalculeerd in onze oorspronkelijke calculatie.

(…)

Tijdens onze afspraak op 5-3-2026 heeft u aangegeven het niet eens te zijn met deze facturen. Wij willen benadrukken dat deze facturen terecht zijn opgesteld, op basis van de door ons gemaakte extra uren en werkzaamheden, en conform de Metaalunievoorwaarden 2025. Wij verzoeken u uitdrukkelijk om de facturen binnen 7 dagen na dagtekening van deze email alsnog te voldoen.

De extra uren voor het frequent nivelleren van de machine gaan onverminderd door, zodat de werkzaamheden correct en veilig kunnen worden uitgevoerd. Deze extra uren worden, zoals eerder aangegeven, als meerwerk conform de Metaalunievoorwaarden 2025 in rekening gebracht.

(…)

Voor de gevelwerkzaamheden en dakfoliemontage, die normaal gesproken worden uitgevoerd met een hoogwerker die aan de buitenkant van de kas kan rijden, hadden wij 270 werkuren, 54 reisuren en 900 kilometer transport ingecalculeerd.

Om de werkzaamheden veilig en efficiënt uit te voeren op de huidige locatie, hebben wij voorgesteld om 32 consoles langs de kopgevel te monteren en zo een doorlopend werkplateau te creëren. Alle overige uren zouden worden gefactureerd als extra werk. (…)

Wij kunnen op dit moment niet garanderen dat de telescoophoogwerker het benodigde bereik kan overbruggen, het gewicht veilig kan tillen en stabiel kan worden ingezet. Bovendien zullen deze risicovolle uitvoering extra werkuren ontstaan bovenop de oorspronkelijk gecalculeerde 270 werkuren.

(…)

Daarnaast is onze eigen hoogwerker tijdens deze werkzaamheden ook noodzakelijk, en komen de extra machinekosten voor de telescoophoogwerker hier ook bij. Deze extra uren en bijkomende machinekosten zullen eveneens als meerwerk conform de Metaalunievoorwaarden 2025 in rekening worden gebracht.

Alle bijkomende kosten die voortvloeien uit onvoorziene omstandigheden, waaronder maar niet beperkt tot extra transport, inzet van machines, extra arbeid, herstelwerkzaamheden of schade aan terrein en omgeving, komen volledig voor rekening van de opdrachtgever.

(…)”
2.17.
Op 13 maart 2026 heeft HTT De Noordpoel een meerwerkfactuur (factuurnummer 20260011) van € 34.480,- exclusief btw gestuurd (€ 41.720,80 inclusief btw) in verband met “474 uur en machine kosten , en reiskosten”. De Noordpoel heeft deze factuur niet betaald.
2.18.
Tijdens een overleg van 21 maart 2026 is door De Noordpoel erop aangedrongen de discussie over alle meerwerkfacturen te laten rusten tot na de bouw. HTT is daar niet mee akkoord gegaan.
2.19.
Op 1 april 2026 heeft HTT aan De Noordpoel een factuur (factuurnummer 20260020) verstuurd van € 5.440,- exclusief btw (€ 6.582,40 inclusief btw) die – net als factuurnummer 20260006 – verband houdt met windverbanden en gordingen. De Noordpoel heeft deze factuur niet voldaan.
2.20.
Op 3 april 2026 heeft HTT De Noordpoel bericht dat zij haar werkzaamheden en leveringen stillegt totdat de openstaande facturen volledig zijn voldaan en er overeenstemming is bereikt over de wijze waarop het (dak)folie gemonteerd zal worden. Op 10 en 13 april 2026 heeft HTT De Noordpoel soortgelijk bericht.
2.21.
Op 14 april 2026 heeft de advocaat van De Noordpoel HTT in gebreke gesteld en gesommeerd haar werkzaamheden uiterlijk op 16 april 2026 te hervatten en na hervatting binnen vier weken te voltooien.
2.22.
De Noordpoel heeft 95% van de aanneemsom voor de bouw van de cabrioletkas betaald.
<nr>3</nr>Het geschil 3.1.
De Noordpoel vordert – verkort weergegeven – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. HTT te veroordelen tot nakoming van de tussen partijen op 1 september 2025 gesloten aannemingsovereenkomst (project 2025017), meer in het bijzonder tot voltooiing en oplevering van de cabrioletkas type “Slideroof 2470” op de locatie [adres 2] , uiterlijk op 14 mei 2026, op straffe van een dwangsom van € 50.000,- per dag voor iedere dag of gedeelte van een dag dat HTT na betekening van dit vonnis in gebreke blijft aan dit gebod te voldoen;

II. met veroordeling van HTT in de kosten van de procedure.
3.2.
De Noordpoel voert ter onderbouwing van haar vordering – samengevat – aan dat HTT haar werkzaamheden ten onrechte heeft opgeschort, zodat zij gehouden is tot nakoming van de aannemingsovereenkomst.
3.3.
HTT voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
<nr>4</nr>De beoordeling van het geschil
Spoedeisend belang
4.1.
De Noordpoel voert aan dat als de cabrioletkas niet binnen afzienbare tijd wordt opgeleverd, zij genoodzaakt is de koop van stekken die in de kas moeten worden opgekweekt te annuleren, met als gevolg dat er in 2027 geen planten verkocht kunnen worden, met omzetderving tot gevolg. Daarbij stelt De Noordpoel dat de bouw van de cabrioletkas onderdeel is van een groter bouwproject en dat vertraging bij de oplevering van de cabrioletkas het risico met zich brengt dat andere bij het project betrokken aannemers in de knel komen met hun eigen planning, met verdere vertraging en bijkomende kosten tot gevolg. Het spoedeisend belang is hiermee gegeven.

HTT heeft haar werkzaamheden ten onrechte opgeschort
4.2.
HTT stelt dat De Noordpoel op verschillende onderdelen toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van haar verplichtingen als opdrachtgever, zodat HTT haar werkzaamheden heeft mogen opschorten. De voorzieningenrecht volgt HTT hierin niet. Daarvoor is het volgende van belang.
4.3.
Partijen twisten onder meer ook over de vraag of bij het sluiten van de overeenkomst bij HTT bekend was dat de cabrioletkas op de locatie in [plaats 1] moest worden gebouwd, en niet in [plaats 2] , waar De Noordpoel op dit moment haar onderneming drijft. HTT meent dat haar ten onrechte niet is verteld dat de locatie een onbebouwd weiland in [plaats 1] betrof met een instabiele ondergrond. De Noordpoel stelt dat de locatie in een bespreking weldegelijk aan de orde is geweest en dat HTT na een gesprek op kantoor langs de locatie te [plaats 1] zou rijden om te kijken waar de bouw zou plaatsvinden. Wat hier ook van zij, het antwoord op voornoemde vraag kan in het midden worden gelaten omdat het op de weg van HTT lag om bij het uitbrengen van de offerte en het versturen van de opdrachtbevestiging duidelijk te maken welke omstandigheden voor haar van belang waren om het werk uit te kunnen voeren. Dat heeft HTT wel gedaan ten aanzien van een schoon en vlak bouwterrein (waarover hierna meer). HTT heeft echter niet aangegeven aan welke andere voorwaarden het bouwterrein moet voldoen, zoals bijvoorbeeld dat naast de buitenzijde van de te bouwen cabrioletkas voldoende ruimte aanwezig moet zijn om daar met een rupshoogwerker te kunnen rijden. Het lag op de weg van HTT, als deskundig aannemer en op basis van de op haar rustende waarschuwingsplicht, om een dergelijke voorwaarde vooraf te communiceren en zich er zo nodig ter plaatse van te vergewissen of het terrein beperkingen had die uitvoer van de geoffreerde werkzaamheden in de weg stond. Nu HTT dat niet gedaan heeft, kan zij dit niet aan De Noordpoel tegenwerpen.
4.4.
Niet in geschil is dat het bouwterrein niet “schoon en vlak” aan HTT ter beschikking is gesteld. Dit heeft direct na aanvang van de werkzaamheden door HTT voor problemen gezorgd en partijen hebben daarover toen ook gesproken. Op 9 januari 2026 heeft HTT De Noordpoel hierover gemeld dat er gekeken zal worden of zij op een stevige manier hun rupsplateau kunnen verlengen en of er over één spoor rijplaten gereden kan worden, omdat dit voor De Noordpoel scheelt in (aantal) aan te leggen rijplaten (en ook het verleggen daarvan). Ook heeft HTT op 14 januari 2026 een tekening van twee rijplaten/banen voor de uitvoer van haar werkzaamheden geaccordeerd door middel van een duimpje-emoticon. Of het juist is, zoals HTT stelt, dat zij De Noordpoel heeft geadviseerd het gehele oppervlakte van de cabrioletkas vol te leggen met rijplaten zodat zij daar zonder moeite met haar materieel overheen kon rijden, is gezien deze instemming niet meer van belang. Het is namelijk niet als een duidelijke voorwaarde gesteld. Als het zo is, zoals HTT nu stelt, dat de geaccordeerde optie eigenlijk niet voldeed en als het zo is dat het HTT direct al duidelijk was dat dit tot een inefficiënte wijze van uitvoering en daarmee extra manuren zou leiden, dan had het op haar weg gelegen om dit De Noordpoel duidelijk te maken en haar een termijn te geven om het voor HTT noodzakelijke geëgaliseerde en met rijplaten bedekte werkterrein te creëren. Dat is niet gebeurd. Integendeel, uit het bericht van HTT van 9 maart 2026 blijkt dat zij erkent dat ze akkoord is gegaan met twee banen rijplaten. Door dit akkoord heeft De Noordpoel erop mogen vertrouwen dat met deze aanpak het werk zonder problemen hervat kon worden.
4.5.
Als het verder zo is dat later bleek dat deze werkwijze kennelijk toch niet voldeed –

HTT heeft foto’s overgelegd waarop een modderpoel zichtbaar is waarin materieel van HTT is weggezakt – brengt dat met zich dat HTT De Noordpoel in gebreke had moeten stellen en een termijn had moeten geven om alsnog aan haar verplichting te voldoen om het bouwterrein schoon en vlak ter beschikking te stellen. Niet gebleken is dat HTT een dergelijke termijn heeft gesteld. HTT heeft De Noordpoel op 18 februari 2026 onaangekondigd haar eerste aanvullende meerwerkfactuur gestuurd. Die werkwijze verhoudt zich niet met de in de opdrachtbevestiging opgenomen voorwaarde dat eventueel meer- en of minderwerk na vooraf overleg bij de oplevering zal worden verrekend. Een dergelijk overleg heeft niet plaatsgevonden. Voorshands is de voorzieningenrechter van oordeel dat HTT onder deze omstandigheden geen titel heeft om de extra kosten als meerwerk in rekening te brengen, zodat De Noordpoel de verschuldigdheid van die meerwerkfactuur heeft mogen betwisten (waarover hierna meer). Van een tekortkoming aan de zijde van De Noordpoel op dit punt is dan ook niet gebleken.
4.6.
Ook stelt HTT dat De Noordpoel in strijd handelt met artikel 10 van de Algemene Metaalunie voorwaarden doordat zij de werkzaamheden nu niet veilig, ongestoord en ononderbroken kan uitvoeren omdat er voor haar onvoldoende ruimte rondom de cabrioletkas beschikbaar is. Daardoor zou HTT het aanbrengen van het dakfolie niet veilig met een rupsmachine die langs de cabrioletkas rijdt kunnen uitvoeren. Ook op dit onderdeel is niet gebleken dat De Noordpoel tekort is geschoten. Zoals hiervoor overwogen lag het op de weg van HTT om bij het uitbrengen van haar offerte en het versturen van de opdrachtbevestiging kenbaar te maken welke specifieke voorwaarden voor haar van belang waren om het werk veilig te kunnen uitvoeren, bijvoorbeeld voor wat betreft de benodigde werkruimte rondom de cabrioletkas. Uit de overgelegde correspondentie blijkt dat HTT hier op 19 november 2025 in ieder geval mee bekend was, maar toen was de overeenkomst tussen partijen al gesloten. Het had op de weg van HTT gelegen om zich er voor het sluiten van de opdracht van te vergewissen of uitvoer van de werkzaamheden mogelijk was. In het geval van kostenverhogende omstandigheden had De Noordpoel hier in het onderhandelingsproces over de opdracht rekening mee kunnen houden. De stelling van HTT dat zij al vóór het sluiten van de overeenkomst zou hebben uitgelegd hoe zij de folie monteert, is in dit verband niet van belang. Van De Noordpoel kan niet worden verwacht dat zij begrijpt hoeveel werkruimte naast de kas hiervoor nodig is en, indien die werkruimte ontbreekt, welke kostenverhogende maatregelen dit voor HTT met zich brengt. Van De Noordpoel kan dan ook niet worden verlangd dat zij HTT bij de opdrachtverlening hiervoor waarschuwde. Van een tekortkoming aan de zijde van De Noordpoel is dan ook geen sprake.
4.7.
Dat het voor HTT op dit moment niet mogelijk zou zijn om het dakfolie op een verantwoorde en veilige wijze aan te brengen, heeft zij niet aannemelijk gemaakt. In dat verband is vooral haar eigen op 9 maart 2026 nieuw voorgestelde werkwijze van belang. Uit dit e-mailbericht blijkt dat met het voorstel om 32 consoles langs de kopgevel te monteren er een doorlopend werkplateau gecreëerd kan worden waardoor werkzaamheden veilig en efficiënt kunnen worden uitgevoerd. Van de zijde van HTT is niet toegelicht waarom deze werkwijze niet nog steeds zou voldoen. Uit de door De Noordpoel als productie 30 overgelegde foto blijkt verder dat het pad tussen de achterzijde van de cabrioletkas en de sloot toegankelijk is voor een hoogwerker. Mocht het zo zijn, zoals HTT stelt, dat de foto een vertekend beeld geeft omdat voor het aanbrengen van de folie de hoogwerker intensiever zal worden gebruikt omdat in de werkbak twee monteurs met gereedschap en folierollen moeten staan, dan ligt het op de weg van HTT om bij haar eerdere voorgestelde aanpak te blijven. Dat een veilige uitvoering van de werkzaamheden niet mogelijk zou zijn, is niet gebleken. Dat hiermee extra kosten gemoeid zijn doet daar niet aan af. Voorshands kan dan ook niet worden geoordeeld dat deze kosten kwalificeren als meerwerkkosten en bij De Noordpoel in rekening mogen worden gebracht.
4.8.
HTT stelt zich op het standpunt dat zij haar werkzaamheden uiteindelijk heeft mogen opschorten omdat De Noordpool (ook) de meerwerkfacturen niet heeft voldaan. Dit verweer slaagt niet. In de eerste plaats is in de overeenkomst opgenomen dat meerwerk pas verrekend wordt bij de oplevering van het werk. Voor zover HTT op goede gronden meewerk in rekening heeft gebracht, hetgeen ten aanzien van het meerwerk dat het gevolg is van het niet schoon en vlak zijn van de ondergrond niet het geval is, dan is dat meerwerk – via de band van verrekening – pas opeisbaar bij oplevering. Bovendien ontbreekt, zoals overwogen in randnummer 4.5, een grondslag voor toekenning van meerwerk. Het uitblijven van betaling van de meerwerkfacturen kan De Noordpoel dan ook niet worden tegengeworpen en levert geen verzuim aan de zijde van De Noordpoel op. Daarnaast heeft te gelden dat het op de weg van HTT lag om De Noordpoel een termijn te stellen om de juiste condities te creëren waarbinnen HTT haar werkzaamheden kon uitvoeren. Een ingebrekestelling voor het niet-egaal maken van het bouwterrein heeft niet plaatsgevonden, zodat De Noordpoel ook ten aanzien van dit onderdeel niet in verzuim is ingetreden. Nu De Noordpoel niet in verzuim is, ontbreekt ook om die reden een grondslag voor de extra gemaakte manuren vanwege de omstandigheid dat het bouwterrein niet vlak was. Verder geldt dat in het licht van de totale aanneemsom, het reeds door De Noorpoel betaalde percentage daarvan (95%), het De Noordpoel evenmin kan worden tegengeworpen dat de beperkte factuur die ziet op windverbanden en gordingen (factuur 20260020) niet is voldaan. HTT heeft ten onrechte een opschortingsrecht ingeroepen. Zoals overwogen geldt ook dat de extra kosten die gemaakt moeten worden voor het aanbrengen van dakfolie niet bij voorbaat bij De Noordpoel in rekening gebracht kunnen worden. Ook hieraan kan HTT geen beroep op het opschortingsrecht ontlenen en zij heeft dat dus ten onrechte ingeroepen.
4.9.
Nadat De Noordpoel HTT in gebreke heeft gesteld, heeft HTT ten onrechte een beroep gedaan op het opschortingsrecht, waardoor zij in verzuim is geraakt. Dat brengt met zich dat De Noordpoel op juiste gronden nakoming van de aannemingsovereenkomst heeft kunnen vorderen. In dat verband is het volgende nog van belang.
4.10.
HTT stelt dat het door De Noordpoel gevorderde hoe dan ook niet toewijsbaar is omdat er geen oplevering per gevorderde datum (14 mei 2026) kan plaatsvinden nu de zitting op 15 mei 2026 heeft plaatsgevonden. HTT heeft echter moeten begrijpen dat deze datum per abuis in de betekende dagvaarding is opgenomen. Hierin wordt vanzelfsprekend geen grond gevonden om het treffen van een ordemaatregel achterwege te laten. Met inachtneming van de op de zitting door HTT genoemde termijn waarbinnen zij de werkzaamheden weer kan opstarten (twee weken), de tijd die voor het totale werk geraamd is en de stand waarin het werk zich nu bevindt, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om HTT te veroordelen om de cabrioletkas uiterlijk op 8 juli 2026 op te leveren. Nu van de zijde van HTT ter zitting is bevestigd dat ook het laatste deel dakfolie al besteld is en onderweg is, wordt ook daarin geen belemmering gezien om tot oplevering van het werk te komen.
4.11.
Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is aangewezen. Indien HTT niet voldoet aan de veroordeling tot tijdige oplevering van de cabrioletkas, zal zij een dwangsom verbeuren van eenmalig € 50.000,- ineens en € 10.000 voor iedere dag dat zij van haar verplichting in verzuim blijft, met een maximum van

€ 150.000.
4.12.
HTT is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Noordpoel worden begroot op:

- dagvaarding € 128,65

- griffierecht € 735,00

- salaris advocaat € 1.177,00

- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de

beslissing)

Totaal € 2.229,65
4.13.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
veroordeelt HTT tot nakoming van de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst (project 2025017), meer in het bijzonder tot voltooiing en oplevering van de cabrioletkas type “Slideroof 4270” op de locatie [adres 2] , uiterlijk op 8 juli 2026, op straffe van een verbeurte van een dwangsom ineens van € 50.000,- en vervolgens een dwangsom van € 10.000 per dag dat HTT hiervan in verzuim is, met een maximum van € 150.000;
5.2.
veroordeelt HTT in de proceskosten van € 2.229,65, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als HTT niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet HTT € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.3.
veroordeelt HTT in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; en
5.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.C. Hartendorp en in het openbaar uitgesproken op

3 juni 2026.

ddg

Artikel 10.1 van de deze voorwaarden bepaalt onder meer: “Opdrachtgever zorgt ervoor dat de opdrachtnemer zijn werkzaamheden veilig, ongestoord, ononderbroken en op het overeengekomen tijdstip kan verrichten.”

Artikel delen