ECLI:NL:RBDHA:2026:22122text/xmlpublic2026-08-07T14:31:112026-08-07Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-05-08C/09/703982 / KG ZA 26-435UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigKort gedingProces-verbaalNLDen HaagCiviel recht; VerbintenissenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22122text/htmlpublic2026-08-07T14:31:022026-08-07Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:22122 Rechtbank Den Haag , 08-05-2026 / C/09/703982 / KG ZA 26-435 Kort geding, contact- en straatverbod
Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/703982 / KG ZA 26-435 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding ter zitting van 8 mei 2026 in de zaak van
[eiseres] B.V. te [plaats] , handelend in haar hoedanigheid als bewindvoerder van [persoon] wonende te [woonplaats 1] ,
eiseres,
advocaat mr. G.B. van de Bunt te Putten, tegen:
[gedaagde]
te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
advocaat mr. J. Wittens te Den Haag.
[eiseres] B.V. is formeel eiseres in deze procedure, maar zij behartigt als bewindvoerder de belangen van [persoon] . [persoon] zal hierna als ‘de vrouw’ worden aangeduid en voor de leesbaarheid van dit proces-verbaal zal zij ook als eisende partij worden aangeduid. Gedaagde zal hierna worden aangeduid als ‘de man’. Aanwezig is mr. H.J. Vetter, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. D. de Gelder, griffier. Tevens is aanwezig: de vrouw, vergezeld van mr. Van de Bunt (die optreedt voor de bewindvoerder), en de man, vergezeld van mr. Wittens. Nadat partijen hun standpunten hebben toegelicht, over en weer hebben gereageerd op de standpunten van de wederpartij en vragen van de voorzieningenrechter hebben beantwoord, heeft de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 29a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) mondeling uitspraak gedaan. Deze luidt als volgt. 1De gronden van de beslissing1.1. De vrouw en de man zijn de ouders van de heel jonge kinderen [kind 1] en [kind 2] . [kind 1] is uit huis geplaatst en ten aanzien van [kind 2] , die bij de vrouw in [woonplaats 1] verblijft, is een ondertoezichtstelling uitgesproken. De man woont in [woonplaats 2] . De aanleiding voor de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van [kind 1] is onder meer dat sprake is geweest van huiselijk geweld van de man jegens de vrouw en het vermoeden dat [kind 1] ernstig in haar ontwikkeling werd bedreigd en dat de fysieke en emotionele veiligheid van [kind 1] onvoldoende gewaarborgd was. 1.2. De relatie tussen de vrouw en de man is meerdere keren beëindigd en later toch weer hersteld. De vrouw heeft op 21 april 2026 bij de politie aangifte gedaan van mishandeling door de man, gepleegd op diezelfde dag. De man heeft ter zitting in algemene zin erkend dat feiten die de vrouw in haar aangifte heeft vermeld, hebben plaatsgevonden. Ter zitting heeft de vrouw duidelijk laten weten dat de relatie met de man definitief is beëindigd en dat zij op geen enkele manier meer met hem contact wil. 1.3. De vrouw vordert – zakelijk weergegeven – na eiswijziging ter zitting, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: de man te verbieden – na betekening van het te wijzen vonnis – om met de vrouw op enigerlei wijze contact te zoeken; de man te verbieden zich op en binnen het gemarkeerde gebied rondom haar woning en de kinderen ( [adres] ) te bevinden, conform de als productie 4 bijgevoegde kaart; een en ander op straffe van een dwangsom van € 750,00 voor iedere keer dat de man dit verbod schendt; - de man te veroordelen in de proceskosten. De man heeft ten dele verweer gevoerd tegen de vorderingen 1.4. Het gevorderde is goeddeels toewijsbaar. Daarvoor is het volgende redengevend. 1.5. Voor een straat- en contactverbod is, gelet op het in de persoonlijke vrijheid van de man ingrijpende karakter ervan, alleen plaats wanneer de veiligstelling van de persoonlijke vrijheid van de vrouw tegen inbreuken daarop door de man op geen andere wijze te bereiken is. Van die situatie is in dit geschil sprake. 1.6. De relatie tussen de vrouw en de man is beëindigd en de verhouding tussen hen is al langere tijd ernstig verstoord. Vanwege de noodzaak om kalmte en rust voor de vrouw te creëren, zal de man, mede gezien de eerder genoemde erkenning, een gebiedsverbod worden opgelegd. De man ziet in dat dit voor hen beiden en de kinderen het beste is. Hij stelt alleen dat het verbod in tijd beperkt moet worden tot drie maanden en ook heeft hij aangevoerd dat hij als vrijwilliger maaltijden bezorgt voor een vriend van hem die een restaurant in Gorinchem heeft, waardoor hij incidenteel ook maaltijden in [woonplaats 1] moet bezorgen. De man voert aan dat voor die gevallen op het gebiedsverbod een uitzondering gemaakt moet worden. De voorzieningenrechter gaat aan beide verweren voorbij. Een termijn van drie maanden is te kort om de rust voor de vrouw te laten terugkeren. De vrouw heeft belang bij een ruime termijn, zodat het verbod voor de duur van twaalf maanden zal worden opgelegd. Op het gebiedsverbod zal geen uitzondering worden gemaakt voor het bezorgen van maaltijden in [woonplaats 1] . De man zegt als vrijwilliger voor het restaurant van een vriend te werken en is dus voor zijn inkomen van dat werk niet afhankelijk, zodat er geen reden is om een uitzondering op het gebiedsverbod toe te laten. Wel is ter zitting afgesproken dat door tussenkomst van de advocaten van partijen een dag en tijd bepaald zal worden waarop de man de defecte auto die nog bij de vrouw staat door ANWB zal laten ophalen (waarbij hij zelf ook aanwezig moet zijn). Ook zal de man dan zijn scooter ophalen die nog bij de woning van de vrouw staat. In zoverre wordt dus wel een eenmalige uitzondering op het gebiedsverbod toegestaan. 1.7. Vanwege de noodzaak om rust voor de vrouw te creëren zal de man ook een contactverbod worden opgelegd. Net als bij het gebiedsverbod zal dit verbod gelden voor de duur van twaalf maanden. Het is de man verboden om op welke wijze dan ook contact met de vrouw op te nemen. Hij mag dus niet bellen, geen appjes sturen en ook geen e-mailberichten (conform de eisvermeerdering) of anderszins berichten sturen of contact met de vrouw opnemen. 1.8. Oplegging van dwangsommen, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissingen, is aangewezen. De op te leggen dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd. 1.9. Ter zitting heeft de man gezegd dat hij hard bezig is met het terugwinnen van het vertrouwen van de vrouw om de omgang met zijn dochters mogelijk te maken. Hierom en vanwege de familierechtelijke aard van dit geschil wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. 2De beslissing De voorzieningenrechter: 2.1. verbiedt de man om voor de duur van twaalf maanden op enigerlei wijze contact met de vrouw te zoeken; 2.2. verbiedt de man om zich voor de duur van twaalf maanden op en binnen het gemarkeerde gebied rondom de woning van de vrouw en de kinderen ( [adres] ) te bevinden – met uitzondering van de eenmalige aanwezigheid om het weghalen van zijn defecte auto en scooter mogelijk te maken (randnummer 1.6) –, zoals weergegeven op deze kaart: [kaart] 2.3. bepaalt dat de man een dwangsom is verschuldigd van telkens € 250,00 per overtreding zoals geformuleerd onder 2.1 en 2.2., met een maximum van in totaal € 5.000,00; 2.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 2.5. bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt; 2.6. wijst af het meer of anders gevorderde. WAARVAN PROCES-VERBAAL, …………………………………. ………………………………… mr. D. de Gelder mr. H.J. Vetter