Opvolgende asielaanvraag – gestelde homoseksuele geaardheid – referentiekader – onvoldoende aannemelijk gemaakt – geen inzicht in persoonlijke proces – beroep ongegrond.
Rechtbank Den Haag 11 August 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:22350
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10-08-2026
Datum publicatie
11-08-2026
Zaaknummer
NL26.14374
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBDHA:2026:22350text/xmlpublic2026-08-11T17:00:102026-08-10Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-08-07NL26.14374UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLMiddelburgBestuursrecht; VreemdelingenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:22350text/htmlpublic2026-08-10T10:02:052026-08-11Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:22350 Rechtbank Den Haag , 07-08-2026 / NL26.14374 Opvolgende asielaanvraag – gestelde homoseksuele geaardheid – referentiekader – onvoldoende aannemelijk gemaakt – geen inzicht in persoonlijke proces – beroep ongegrond.
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL26.14374
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder, (gemachtigde: mr. J. Visschers). Procesverloop Bij besluit van 10 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de opvolgende asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 23 juli 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1986 en de Kameroense nationaliteit te hebben. Op 15 januari 2016 heeft eiser zijn eerste asielaanvraag in Nederland ingediend. Tegen de afwijzing van die aanvraag, neergelegd in het besluit van 20 mei 2016, heeft eiser geen beroep ingesteld. Eisers tweede asielaanvraag, ingediend op 2 augustus 2016, is bij besluit van 9 januari 2018 ook afgewezen. Hij heeft aan deze asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij nooit gevoelens voor vrouwen had en zich op veertienjarige leeftijd bewust werd van zijn homoseksuele gerichtheid. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eisers verklaringen over zijn seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig zijn. Het hiertegen gerichte beroep is door deze rechtbank, zittingsplaats Limburg, ongegrond verklaard. Deze uitspraak is in hoger beroep bevestigd door de Afdeling. Het besluit van 9 januari 2018 staat daarmee in rechte vast. Op 18 september 2024 heeft eiser de onderhavige asielaanvraag ingediend. Hij heeft daaraan, samengevat, ten grondslag gelegd dat hij inmiddels deelneemt aan LHBTI activiteiten. Hij heeft geleerd zichzelf te accepteren en is trots op zichzelf. 2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de door eiser gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht. Eisers homoseksuele geaardheid heeft verweerder niet geloofwaardig geacht. Daarbij is het uitgangspunt dat de beoordeling van eisers eerdere verklaringen in rechte vast staat. Met hetgeen eiser in deze procedure heeft verklaard heeft hij zijn seksuele geaardheid niet alsnog aannemelijk gemaakt. Dat eiser deelneemt aan LHBTI activiteiten wordt gevolgd op basis van de door eiser overgelegde foto’s. Eiser heeft echter summiere verklaringen afgelegd die onvoldoende inzicht geven in zijn persoonlijke beleving. Omdat sprake is van een opvolgende asielaanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard, is de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw. 4. Eiser stelt in beroep, kort weergegeven, dat hij zijn persoonlijke ontwikkeling sinds de eerdere asielprocedure voldoende inzichtelijk heeft gemaakt. Ten tijde van de voorgaande procedure waren er omstandigheden die zijn vermogen om te verklaren over zijn seksuele geaardheid aanzienlijk hebben beperkt. Hij meent dat verweerder de lat te hoog legt voor hem en dat hij wel kernachtig en oprecht over zijn geaardheid heeft gesproken. Hij wijst daarbij op een aantal terugkerende thema's, namelijk dat eiser nu weet dat hij 'normaal' is en dat hij trots is op zichzelf. Hij durft nu wel te vertellen dat hij op mannen valt en weet dat hij niet bang hoeft te zijn. Ook durft hij nu wel deel te nemen aan demonstraties en is hij minder eenzaam. De overgelegde foto's, verklaringen en medisch rapport bevestigen de ontwikkeling en het proces dat eiser heeft doorgemaakt. Zijn huidige vermogen om te verklaren dient te worden bezien in het licht van deze ontwikkeling. Eiser meent dat aan de door hem overgelegde verklaringen van derden meer gewicht toegekend zou moeten worden. Daarnaast wijst eiser op het medisch rapport, waaruit blijkt dat hij lijdt aan PTSS. Deze diagnose maakt aannemelijk dat hij ten tijde van de eerdere procedure niet in staat was om volledig en gedetailleerd te verklaren over zijn geaardheid. Verweerder gaat zonder deugdelijke motivering aan dit rapport voorbij. Verder stelt eiser dat, door zijn activiteiten in Nederland, sprake is réfugié sur place. Hij heeft foto’s van zijn deelname aan LHBTI-activiteiten en demonstraties gedeeld in een WhatsApp-groep. Deze foto’s kunnen gemakkelijk verder worden verspreid en eiser evident in gevaar brengen. Tot slot meent eiser dat zijn aanvraag ten onrechte als kennelijk ongegrond is afgedaan. De rechtbank oordeelt als volgt. 5. In rechte vast staat dat eiser met de door hem afgelegde verklaringen in de voorgaande asielprocedure zijn proces van bewustwording en zelfacceptatie niet heeft geconcretiseerd. Eisers verklaringen over de ontdekking van zijn gevoelens sinds zijn veertiende jaar heeft verweerder volgens de rechtbank niet ten onrechte als niet consistent, niet gedetailleerd en niet specifiek aangemerkt. Verweerder betrekt in de huidige aanvraag terecht hoe eisers verklaringen in deze aanvraag zich verhouden tot de overwegingen uit de eerdere aanvraag. Dit betekent dat het aan eiser is om aannemelijk te maken waarom hij in de vorige procedure op essentiële punten niet aannemelijk of samenhangend verklaard heeft. Eiser is hier niet in geslaagd. 6. Eiser wordt niet gevolgd in zijn stelling dat verweerder, gelet op zijn referentiekader, de lat te hoog legt. Er wordt rekening gehouden met het referentiekader van eiser door niet van hem te verwachten dat hij in ingewikkelde of uitvoerige bewoordingen verklaart. Dat eiser ter zitting stelt uit een homofoob land te komen, maakt nog niet dat hij daardoor moeite heeft met verklaren. Verder blijkt uit het medisch rapport dat eiser de diagnose PTSS heeft gekregen. Het standpunt van eiser dat de enkele diagnose PTSS voldoende is om aan te nemen dat eiser beperkt kan verklaren is op zichzelf onvoldoende om aan te nemen dat eiser door de PTSS beperkt is in zijn vermogen om te verklaren over zijn seksuele geaardheid. Er ligt geen nadere medische onderbouwing waaruit blijkt dat de PTSS daar in het geval van eiser invloed op heeft. Dit maakt dan ook dat aan het medisch rapport niet de waarde gehecht dient te worden die eiser wenst. 7. Door verweerder wordt niet betwist dat eiser stelt sinds zijn vorige asielprocedure een ontwikkeling te hebben doorgemaakt. Van eiser mag worden verwacht dat hij concreet inzichtelijk maakt hoe dit proces bij hem persoonlijk is verlopen, welke gebeurtenissen of ervaringen daarin bepalend zijn geweest en waarom deze ontwikkeling maakt dat de eerdere ongeloofwaardigheid niet langer kan worden gehandhaafd. Eiser heeft verklaard dat hij inmiddels trots is op zichzelf, minder angst ervaart en zich beter kan uiten. Verweerder heeft terecht overwogen dat deze verklaringen grotendeels algemeen blijven. Eiser maakt onvoldoende inzichtelijk hoe zijn bewustwordings- en acceptatieproces zich persoonlijk heeft voltrokken en welke concrete ervaringen binnen de LHBTI-gemeenschap tot de gestelde verandering hebben geleid. Eiser wordt dan ook niet gevolgd in zijn standpunt dat verweerder de beoordeling uitsluitend heeft gebaseerd op de eerdere afwijzing. In de besluitvorming is zelfstandig bezien of de nieuwe verklaringen en stukken aanleiding geven voor een ander oordeel ten opzichte van de vorige asielprocedure. 8. Verder volgt verweerder dat eiser inmiddels in contact is gekomen met de LHBTI-gemeenschap en dat eiser voldoende heeft toegelicht hoe deze contacten tot stand zijn gekomen. Dit maakt echter niet dat daarmee voldoende inzichtelijk is hoe deze contacten hebben geleid tot de gestelde verandering in bewustwording en acceptatie. Dat verweerder in het bestreden besluit erkent dat niet iedereen in zoveel woorden over zijn of haar ontwikkeling verklaart, maakt de verklaringen van eiser nog niet geloofwaardig. Het gaat niet om het aantal woorden dat gebruikt is; eiser mag kernachtig verklaren, zolang het maar persoonlijk blijft. De begrippen die eiser heeft gebruikt, zoals trots, bevrijding, normaliteit, vrijheid en vertrouwen, maken onvoldoende duidelijk wat deze begrippen voor hem persoonlijk betekenen, hoe deze gevoelens zijn ontstaan en welke specifieke ervaringen tot de gestelde veranderingen hebben geleid. 9. Dat eiser heeft deelgenomen aan LHBTI-activiteiten en demonstraties heeft hij middels de overgelegde foto’s voldoende aangetoond. Dit laat echter een gedragsverandering zien, maar geeft nog onvoldoende inzicht in het onderliggende persoonlijke proces. Een enkele deelname aan een demonstratie is onvoldoende. In zijn verklaringen hieromtrent blijft eiser nog altijd steken in algemene verklaringen, zoals dat hij heeft geleerd dat hij normaal is en dat hij steun ervaart. Verweerder betwist ook niet dat eiser positieve ervaringen heeft binnen de LHBTI-gemeenschap. Wat ontbreekt is de uitleg welke persoonlijke ervaringen hij daar deelt, welke gesprekken of gebeurtenissen voor hem van betekenis zijn geweest en hoe deze hebben geleid tot de verandering in zijn zelfbeeld en persoonlijke acceptatie. Ook ten aanzien van [organisatie] wordt niet betwist dat eiser zich daar prettig en geaccepteerd voelt, maar een gevoel van verbondenheid kan ook los bestaan van een seksuele geaardheid. 10. Eiser wordt niet gevolgd in zijn stelling dat verweerder onvoldoende waarde heeft toegekend aan de overgelegde getuigenverklaringen. Zoals eerder overwogen wordt gevolgd dat eiser deelneemt aan LHBTI-activiteiten. De getuigenverklaringen bevestigen dat eiser deelneemt aan dergelijke activiteiten, dat hij contacten heeft binnen de gemeenschap en dat anderen een ontwikkeling bij hem waarnemen. De verklaringen geven echter geen zelfstandig inzicht in eisers innerlijke gevoelens, gedachten en persoonlijke bewustwordings- en acceptatieproces. Het zwaartepunt hiertoe blijft liggen bij de eigen verklaringen van eiser. 11. De conclusie van mevrouw [persoon 3] , dat eiser homoseksueel is omdat zijn gevoelens overeenkomen met die van andere homoseksuele personen die zij kent, betreft een eigen interpretatie van eisers verklaringen en gedrag. Deze conclusie kan niet in de plaats treden van een geloofwaardigheidsbeoordeling door verweerder. De verklaring van [persoon 1] ondersteunt dat eiser tijdens de begeleiding een stabielere indruk maakte. Hieruit blijkt echter niet welke concrete invloed de psychische behandeling heeft gehad op zijn eerdere verklaringenvermogen of waarom de eerdere tegenwerpingen geen stand meer kunnen houden. Ook aan de verklaring van [persoon 2] kan niet de waarde worden gehecht die eiser graag wenst. Hoewel hiermee wordt ondersteund dat eiser met hem heeft gesproken over zijn geaardheid, ziet de verklaring op één contactmoment en geeft dit geen inzicht in het bredere bewustwordings- en acceptatieproces van eiser. 12. Verder wordt eiser niet gevolgd in zijn stelling dat verweerder fundamentele beoordelingsfouten heeft gemaakt bij de integrale beoordeling langs de thema’s van WI 2019/17. Ten aanzien van het privéleven en de persoonlijke beleving is door verweerder onderkend dat eiser heeft verklaard over angst, schaamte, trots en zelfacceptatie. Deze verklaringen geven echter onvoldoende inzicht in de persoonlijke ontwikkeling. De eerdere tegenstrijdigheid over het al dan niet spreken met zijn familie is bovendien niet weggenomen. Wat betreft de relaties en contacten in het land van herkomst geldt dat eiser
geen nieuwe informatie heeft aangevoerd die het eerdere gebrek aan inzicht op dit punt wegneemt. Verweerder is niet gehouden om alle onderdelen van de eerdere procedure opnieuw integraal uit te vragen, aangezien het een opvolgende aanvraag betreft en eiser zelf nieuwe feiten en omstandigheden dient aan te voeren. Het wordt terecht geloofwaardig geacht dat eiser contacten heeft met LHBTI’ers in Nederland. Verweerder heeft echter voldoende gemotiveerd in de besluitvorming waarom de persoonlijke betekenis daarvan onvoldoende inzichtelijk is gemaakt. Ten aanzien van discriminatie, repressie en vervolging in Kameroen geldt dat de eerdere verklaringen hierover ongeloofwaardig zijn bevonden en dat oordeel in rechte vaststaat. Eiser heeft in de huidige procedure geen nieuwe verklaringen afgelegd die tot een ander oordeel leiden. Verweerder heeft daarbij in de besluitvorming voldoende gemotiveerd helder gemaakt dat de eerdere en huidige verklaringen en alle overgelegde stukken in onderlinge samenhang zijn beoordeeld. 13. Gelet op het bovenstaande heeft verweerder terecht geconcludeerd dat de homoseksuele gerichtheid van eiser en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig zijn. Met de vaststelling dat de homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig zijn is niet aannemelijk gemaakt dat eiser voldoet aan de voorwaarden van richtlijn 2011/95 om internationale bescherming te verkrijgen. 14. Verder heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij vanwege zijn deelname aan LHBTI-activiteiten en demonstraties in Nederland bij terugkeer naar Kameroen gevaar loopt. Het is aan hem om aannemelijk te maken dat zijn activiteiten bekend zijn geworden of bij terugkeer bekend kunnen worden, waardoor hij persoonlijk in de negatieve belangstelling zal komen te staan. Uit de verklaringen van eiser volgt slechts dat hij foto’s heeft gedeeld in een WhatsApp-groep. Niet is gebleken dat deze foto’s openbaar zijn gemaakt, buiten de groep zijn verspreid of bij personen of autoriteiten in Kameroen bekend zijn geworden. De enkele mogelijkheid dat foto’s via WhatsApp verder kunnen worden verspreid is onvoldoende om een concreet en reëel risico aan te nemen. De algemene situatie van LHBTI-personen in Kameroen maakt dit niet anders. Eisers gestelde homoseksuele geaardheid wordt immers terecht ongeloofwaardig geacht. 15. Nu de asielaanvraag van eiser terecht is afgewezen door verweerder, is sprake van een opvolgende asielaanvraag die niet niet-ontvankelijk is verklaard. Verweerder heeft de aanvraag dan ook terecht aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw. 16. Het beroep is ongegrond. 17. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan op 7 augustus 2026 door mr. M.J. Paffen, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Uitspraak van 13 maart 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:2333. Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 4 april 2018, zaaknummers 201802347/1/V2 en 201802347/2/V2 (niet gepubliceerd). Werkinstructie.