ECLI:NL:RBDHA:2026:23873text/xmlpublic2026-08-24T12:01:212026-08-24Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-08-06NL26.19533UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigVoorlopige voorzieningNLRotterdamBestuursrecht; VreemdelingenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:23873text/htmlpublic2026-08-24T12:00:142026-08-24Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:23873 Rechtbank Den Haag , 06-08-2026 / NL26.19533 Plakvovo, verzoek afgewezen, pkv.
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL26.19533
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster]
, V-nummer: [v-nummer] , verzoekster (gemachtigde: mr. R.C. van den Berg), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. A. Sloots).Procesverloop Bij besluit van 31 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Slovenië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL26.19532, op 30 juli 2026 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen V. Bolt. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.19532, heeft de
rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter zal het verzoek om die reden afwijzen.
De voorzieningenrechter ziet, gelet op de inhoud van de uitspraak op het beroep, aanleiding te bepalen dat verzoekster een vergoeding krijgt van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het
Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 934,-. Beslissing De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
€ 934,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Harting, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
F.S. Ulrich, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 06 augustus 2026 Documentcode: 025-631-959-203Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.