Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:24622

Vervangende toestemming vakantie en aanvraag paspoort. Verzoeken moeder toegewezen.

Rechtbank Den Haag 10 September 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:24622 text/xml public 2026-09-10T08:51:42 2026-08-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-07-29 C/09/708335 / FA RK 26-6751 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24622 text/html public 2026-09-10T08:50:36 2026-09-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:24622 Rechtbank Den Haag , 29-07-2026 / C/09/708335 / FA RK 26-6751
Vervangende toestemming vakantie en aanvraag paspoort. Verzoeken moeder toegewezen.

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 26-6751

Zaaknummer: C/09/708335

Datum beschikking: 29 juli 2026
Vervangende toestemming vakantie en paspoortwet
Beschikking op het op 2 juli 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R.W. de Gruijl in Rotterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A.C. van 't Hek in Dordrecht.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

het verzoekschrift, met bijlagen, namens de moeder;

het bericht van 3 juli 2026 namens de moeder;

het verweerschrift, met voorwaardelijke zelfstandige verzoeken en met bijlage, namens de vader.

Op 22 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met mr. J. Koenen als waarnemend advocaat en de vader met zijn advocaat.
Feiten
De moeder en de vader zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2013 tot [datum 2] 2020.

Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:

[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats];

[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats].

De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over de kinderen.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt de rechtbank:

de moeder toestemming te verlenen, welke toestemming die van de vader vervangt, voor het aanvragen van een nieuwe paspoort voor de kinderen;

de moeder toestemming te verlenen, welke toestemming die van de vader vervangt, voor de vakantie naar [land 1] van 10 augustus tot en met 24 augustus 2026;

de vader te veroordelen in de proceskosten,

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Daarnaast verzoekt de vader zelfstandig, subsidiair indien de rechtbank toch toestemming verleent voor de vakantie en dus ook voor een paspoort, dat:

de moeder vooraf alle door de vader gevraagde reisgegevens dient te overleggen;

de kinderen ten minste eenmaal per 3 dagen telefonisch of via videobellen contact hebben met de vader;

de moeder de vader gedetailleerde informatie verstrekt over de medische voorzieningen ter plaatse;

de vader, de dagen voor school, een vorm van contact mag hebben met de kinderen om hen succes te wensen met het nieuwe schooljaar,

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
Beoordeling
Vervangende toestemming vakantie

Artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders op verzoek van beiden of één van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank is er niet in geslaagd partijen te verenigen. De rechtbank neemt hierom een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank acht een vakantie in beginsel in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De vader heeft tegen de periode van de vakantie geen bezwaar. De vader maakt zich zorgen en is bang dat de moeder niet met de kinderen terug zal keren uit [land 1]. De rechtbank deelt deze zorgen niet. De moeder heeft aangegeven dat zij is geboren en getogen in Nederland, dat de kinderen in Nederland naar school gaan, dat [minderjarige 1] aankomend jaar zal starten met tweetalig middelbaar onderwijs en dat zij een partner met een vaste baan in Nederland heeft. De rechtbank acht het in het belang van de kinderen

om met de moeder op vakantie te gaan naar [land 1] voor familiebezoek. Daarom zal de rechtbank de moeder vervangende toestemming verlenen voor deze vakantie.

De rechtbank begrijpt dat de moeder nog geen vluchten heeft geboekt, omdat zij eerst zekerheid wilde dat zij op vakantie kon gaan. Die zekerheid is met deze beschikking gegeven. De rechtbank gaat ervan uit dat, conform het zelfstandige verzoek en dat wat op de zitting is besproken, de moeder zo spoedig mogelijk na het boeken van de vluchten de vader op de hoogte stelt van de vluchtgegevens en de verblijfsgegevens in [land 1].

Met betrekking tot de aanwezige medische voorzieningen heeft de moeder op de zitting verklaard dat zij daar altijd rekening mee houdt gelet op de gezondheid van [minderjarige 2] en dat er rond het dorp [dorp] voldoende (academische) ziekenhuizen in de buurt zijn. Als de vader meer informatie over medische voorzieningen wil kan hij die informatie zelf inwinnen op het internet.

Op de zitting hebben de ouders afgesproken, in het geval dat de vervangende toestemming voor de vakantie wordt verleend, dat er tijdens de vakantie één keer per week om 20.00 uur telefonisch contact tussen de vader en de kinderen is, waarbij de vader naar de telefoon van de moeder belt. Ook zijn de ouders het erover eens dat de vader voordat de school start contact met de kinderen mag hebben om hen succes te wensen met het nieuwe schooljaar. De rechtbank zal conform de overeenstemming van de ouders beslissen.

Vervangende toestemming paspoort

Op grond van artikel 34 lid 1 van de Paspoortwet wordt bij een aanvraag ten behoeve van een minderjarige een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent. Volgens het tweede lid van voormeld artikel kan, als bij de gezamenlijke gezagsuitoefening één van de personen die het gezag uitoefent weigert een dergelijke verklaring van toestemming af te geven, deze op verzoek van de andere persoon die het gezag uitoefent, worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen beide personen beproeft. Op grond van het vijfde lid van artikel 34 van de Paspoortwet geeft de rechter onder meer in de in het tweede lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Gelet op de verleende vervangende toestemming voor een vakantie naar [land 1] hebben de kinderen een paspoort nodig voor die reis. Ook is de rechtbank gebleken dat [minderjarige 1] aankomend schooljaar een studiereis naar [plaats], [land 2] zal maken, waarvoor zij een paspoort nodig heeft. De rechtbank zal daarom het verzoek voor vervangende toestemming voor de aanvraag van een paspoort voor de kinderen verlenen.

Proceskosten

De moeder stelt dat zij door de handelswijze van de vader genoodzaakt was om hem in rechte te betrekken, waardoor hij moet worden veroordeeld in de kosten van dit proces. De vader heeft steeds de mogelijkheid gehad om mee te werken, maar heeft dit niet gedaan, zonder goede reden.

De vader betwist dat de procedure nodeloos is. Hij is van mening dat de proceskosten moeten worden verdeeld.

De rechtbank overweegt als volgt. In verzoekschriftprocedures tussen ex-partners wordt terughoudend omgegaan met een proceskostenveroordeling, om te voorkomen dat de relatie tussen partijen als gevolg daarvan verder wordt belast. Als hoofdregel geldt dan ook dat de proceskosten worden gecompenseerd, dus dat iedere partij zijn eigen kosten draagt. Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt van deze hoofdregel afgeweken. Op grond van vaste jurisprudentie geldt dat er voor een proceskostenveroordeling evident sprake moet zijn van het nodeloos in rechte betrekken van een wederpartij. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval geen sprake is van zo'n uitzonderlijk geval. Zoals de rechtbank hierboven heeft overwogen heeft de vader zorgen geuit over de vakantie en een paspoort voor [minderjarige 1] vanwege zijn angst voor een internationale kinderontvoering. De rechtbank is daarom van oordeel dat de moeder niet nodeloos kosten heeft moeten maken door deze procedure te starten. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de moeder om de vader te veroordelen in de kosten van deze procedure afwijzen en de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank:

*

verleent aan de moeder toestemming, welke die van de vader vervangt, om in de periode van 10 augustus tot en met 24 augustus 2026 met de minderjarigen:

[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats];

[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats];

naar [dorp] in [land 1] te reizen;

*

bepaalt dat:

de moeder zo spoedig mogelijk na het boeken van de vluchten de vader op de hoogte stelt van de vluchtgegevens en de verblijfsgegevens in [land 1];

tijdens de bovengenoemde vakantie er één keer per week om 20.00 uur telefonisch contact tussen de vader en de kinderen zal zijn, waarbij de vader naar de telefoon van de moeder belt;

de vader voordat de school start contact met de kinderen mag hebben om hen succes te wensen met het nieuwe schooljaar;

*

verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – ten behoeve van de aanvraag van een reisdocument voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2];

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, bijgestaan door

mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 29 juli 2026.

Artikel delen