Verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening, zodat de beroepen mogen worden afgewacht in Nederland. De verzoeken worden afgewezen, omdat al op de beroepen is beslist.
Rechtbank Den Haag 7 September 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:25083
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-09-2026
Datum publicatie
07-09-2026
Zaaknummer
NL26.18465 en NL26.18467
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBDHA:2026:25083text/xmlpublic2026-09-07T12:00:232026-09-01Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-08-31NL26.18465 en NL26.18467UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLZwolleBestuursrecht; VreemdelingenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25083text/htmlpublic2026-09-01T13:27:452026-09-07Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:25083 Rechtbank Den Haag , 31-08-2026 / NL26.18465 en NL26.18467 Verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening, zodat de beroepen mogen worden afgewacht in Nederland. De verzoeken worden afgewezen, omdat al op de beroepen is beslist.
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummers: NL26.18465 en NL26.18467
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker], verzoeker,
[verzoekster], verzoekster,
V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2],
samen genoemd verzoekers,
(gemachtigde: mr. H. Meijerink), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder, (gemachtigde: mr. E.E.G.N. van der Meulen). Procesverloop Met de bestreden besluiten van 1 april 2026 heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de aanvragen.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, samen met de beroepen, op 27 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers, mevrouw E.E.H. Willems als tolk en verweerder. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.18464 en NL26.18466, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af. 2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Hoekstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.I. Legendal-Moesker, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Geregistreerd onder zaaknummers NL26.18464 en NL26.18466