Verzoek om een voorlopige voorziening te treffen zodat het beroep mag worden afgewacht in Nederland. Het verzoek wordt afgewezen omdat al op het beroep is beslist.
Rechtbank Den Haag 4 September 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:25097
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-09-2026
Datum publicatie
04-09-2026
Zaaknummer
NL25.49972
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBDHA:2026:25097text/xmlpublic2026-09-04T12:00:292026-09-01Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-08-28NL25.49972UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLZwolleBestuursrecht; VreemdelingenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25097text/htmlpublic2026-09-01T14:16:062026-09-04Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:25097 Rechtbank Den Haag , 28-08-2026 / NL25.49972 Verzoek om een voorlopige voorziening te treffen zodat het beroep mag worden afgewacht in Nederland. Het verzoek wordt afgewezen omdat al op het beroep is beslist.
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL25.49972
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer], verzoeker (gemachtigde: mr. H.J.M. Nijholt), en de minister van Asiel en Migratie (gemachtigde: mr. I. Kamphuis). Procesverloop 1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 13 oktober 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 1.1. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep met zaaknummer NL25.49971, op 20 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, C. Lamnadi als tolk en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.49971, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2.1. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Brandwacht - Kampman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Diele, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.