ECLI:NL:RBDHA:2026:25813text/xmlpublic2026-09-07T09:04:482026-09-07Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-07-14NL26.30245UitspraakVoorlopige voorzieningNLUtrechtBestuursrecht; VreemdelingenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25813text/htmlpublic2026-09-07T09:02:352026-09-07Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:25813 Rechtbank Den Haag , 14-07-2026 / NL26.30245 Dublin België, verzoek afgewezen, proceskostenvergoeding.
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.30245
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. D. van Elp), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. J.G.R. Becker).Procesverloop Bij besluit van 30 mei 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De minister heeft een verweerschrift ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL26.30244, op 30 juni 2026 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen R. Najjar. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.30244, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De voorzieningenrechter: wijst het verzoek om voorlopige voorziening af; veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 14 juli 2026 Documentcode: [documentcode]Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.