Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat inmiddels is beslist op het beroep.
Rechtbank Den Haag 7 September 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:25880
Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
07-09-2026
Datum publicatie
07-09-2026
Zaaknummer
NL26.43853
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
ECLI:NL:RBDHA:2026:25880text/xmlpublic2026-09-07T11:58:492026-09-07Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Den Haag2026-09-04NL26.43853UitspraakVoorlopige voorzieningNLUtrechtBestuursrecht; VreemdelingenrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:25880text/htmlpublic2026-09-07T11:58:262026-09-07Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBDHA:2026:25880 Rechtbank Den Haag , 04-09-2026 / NL26.43853 Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat inmiddels is beslist op het beroep.
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.43853
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. R.J. Schenkman), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. L.J.E. Altdorf). Procesverloop 1. Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend. Met het bestreden besluit van 29 juli 2026 heeft de minister de aanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Noorwegen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de zaak NL26.43852, op 18 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Verzoeker en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting. Beoordeling door de voorzieningenrechter 3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.43852, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra - Foppen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 4 september 2026. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.